Iraans nucleair nieuws op popbeats

Gisteren maakte president Ahmadinejad een nieuwe doorbraak in het Iraanse atoomprogramma bekend. Hij uit zich daarbij steeds nationalistischer.

De vier uur durende tocht van Teheran naar de nucleaire verrijkingsfabriek van Natanz moet een bijzondere reis zijn voor de Iraanse president Ahmadinejad. Zijn land is mikpunt van sancties na twee unanieme resoluties van de VN-Veiligheidsraad, maar hij gaat een nieuwe doorbraak in Irans nucleaire programma aankondigen. Nationalisme is een belangrijk onderdeel van die boodschap.

De machtige bergketens, het immense zoutmeer en de wijde vlaktes op weg naar Natanz zijn karakteristieken van zijn „grootse land”, een van de favoriete onderwerpen van de president. Want waar Ahmadinejad voor de buitenwereld president is van een islamitische republiek, stelt hij zich binnenslands steeds nationalistischer op. Zijn toespraken over het nucleaire programma bevatten dan ook altijd woorden als „historische glorie” en „eeuwenoude cultuur”.

Terwijl schoolbellen in het hele land klinken om de ‘Nationale dag van nucleaire energie’ te vieren, nadert Ahmadinejads konvooi de ondergrondse uraniumverrijkingfabriek in de steenwoestijn nabij de stad Natanz. Batterijen luchtafweergeschut staan tot kilometers ver in de omtrek rond het complex opgesteld. De gigantische ondergrondse ruimtes waarin ultracentrifuges uranium verrijken, zijn aan het zicht onttrokken.

Bij de ingang van de bovengrondse hal waar Ahmadinejad zal spreken hangen posters met teksten als ‘nationale eenheid: nucleaire energie’ en ‘nationale trots: nucleaire energie’. Binnen zitten geestelijken op de eerste rij, gevolgd door andere hoogwaardigheidsbekleders. „We wachten op die mooiste woorden: het nieuws over ons nucleaire programma”, zegt een omroeper. Als de president eenmaal tussen de geestelijken heeft plaatsgenomen, speelt het nationale symfonieorkest eerst het Iraanse volkslied. Pas daarna wordt er uit de koran gereciteerd. Twee van de zes staatszenders zenden de bijeenkomst live uit.

Steeds vaker kiezen de Iraanse beleidsmakers voor een nationalistische aanpak, die veel weerklank vindt bij de brede lagen van het volk. De boodschap moet toegankelijk zijn voor iedereen, dus is er in Natanz een populair programma met een Iraanse popzanger, een orkest met zingende vrouwen en discolampen.

De witte tulbanden van de geestelijken op de eerste rij kleuren rood, blauw en groen als de discolampen de beats van zanger Mohammad Bigeli ondersteunen. Bij een bombastisch lied over ‘het land van mannen en heldenmoed, waaruit wij voortkomen’, strijkt Ahmadinejad geroerd zijn hand over zijn ogen. In Iran zijn openlijke gevoelens geen teken van zwakte, maar van oprechtheid. De camera’s van de staatstelevisie zoomen gretig in.

Opperste Leider Khamenei heeft dit Iraanse jaar uitgeroepen tot ‘jaar van nationale eenheid’. Het nucleaire programma, inclusief de westerse oppositie daartegen, is een van de weinige bindmiddelen tussen regime en het volk. Sinds de Iraans-Iraakse oorlog (1980-1988) is het weinig voorgekomen dat er zoveel eensgezindheid was. Veel Iraniërs hebben totaal andere ideeën dan hun leiding hoe de internationale atoomcrisis moet worden opgelost. Maar ze zijn het er tegelijkertijd erover eens dat ‘nucleaire energie hun onbetwistbaar recht’ is.

Deze nationalistische leus is er door de overheid ingepompt. Naarmate de buitenlandse druk toeneemt, wordt het daardoor steeds moeilijker om een uitweg uit de nucleaire crisis te bepleiten. Niemand is immers tegen grondrechten en nationale trots. Binnenlandse voorstellen voor het tijdelijk bevriezen van het nucleaire programma worden door het regime weggezet als ‘ideeën van buitenlandse agenten’.

Ahmadinejad praat in zijn toespraak eerst over de VN-Veiligheidsraad als politiek drukmiddel. Vervolgens legt hij nogmaals de voordelen van kernenergie uit. Uiteindelijk maakt hij bekend dat Iran nu in staat is om op industriële schaal uranium te verrijken. Cijfers noemt hij niet.

Voor binnenlandse consumptie is Ahmadinejads boodschap glashelder: ook al zijn er twee VN-resoluties tegen Iran, het land gaat gewoon door met zijn nucleaire programma. Iraniërs laten zich niet onderdrukken door westerse machten. Daarna stapt de president weer in zijn 12 jaar oude Toyota om terug naar Teheran te rijden. Dwars door zijn geliefde land, in een simpele auto en overtuigd van zijn gelijk.