‘Ik chef? Dat kán ik toch niet’

Mannen zijn nog steeds in de meerderheid in de journalistiek. ‘Vrouwen zijn de toekomst’ heet het jubileumdebat van de Stichting Vrouw & Media. ,,Vrouwen lezen het meest.”

Niet alleen de krant, ook de televisie is nog altijd een meneer. Net als internet, en de radio. In de hogere functies van mediabedrijven blijven vrouwen ondervertegenwoordigd, concludeerde het Sociaal-Cultureel Planbureau nog in 2003. „En daarom is stichting Vrouw & Media nog steeds nodig”, zegt voorzitter Femke van Zeijl. Morgenavond viert de stichting haar 25-jarig bestaan.

Vrouw & Media werd opgericht in 1982, met als doel de positie van vrouwen die werkten bij de dag- en weekbladen te verbeteren – dat terrein is nu uitgebreid met radio, televisie en internet. De stichting liet als eerste wapenfeit een studie uitvoeren waaruit bleek dat slechts een op de tien journalisten vrouw was: een cultuuromslag in de journalistiek was hard nodig. De publicatie van die studie, Voor Zover Plaats aan De Perstafel, is geïllustreerd met talloze voorbeelden over de schijnbare onverenigbaarheid van vrouwen en journalistiek. Zo is er een keurig briefje uit de jaren zestig bewaard, waarin een vrouwelijke sollicitant bij het Algemeen Handelsblad wordt afgewezen omdat „de hoofdredactie bezwaar maakt tegen vrouwelijke medewerkers”.

Nu, decennia later, zijn de rollen bijna omgedraaid. Er zitten momenteel twee vrouwen in de hoofdredactie van NRC Handelsblad en nrc.next (de opvolgers van het Algemeen Handelsblad, dat in 1970 fuseerde met de Nieuwe Rotterdamse Courant). Maar elders blijven het vele mannen in grijze pakken die de media regeren. En dat moet echt eens veranderen, vindt Van Zeijl.

Het doel van de stichting is in 25 jaar verschoven van de strijd tegen de ondoordringbare mannenbolwerken naar de mobilisering van getalenteerde vrouwen: kijk naar jezelf, in plaats van naar het glazen plafond. Want ‘vrouwen zijn de toekomst van de journalistiek’, luidt de titel van het jubileumdebat: „Vrouwen lezen het meest en maken de meerderheid uit op de opleidingen voor journalistiek”, verklaart Van Zeijl.

Het is geen onwil: soms wíllen redacties wel meer vrouwen in hun gelederen opnemen, maar weten ze niet waar ze hen vandaan moeten halen. Van Zeijl vertelt dat de stichting daarom ook gevraagd en ongevraagd optreedt als headhunter. „Op onze mailinglijst staan zo’n 1.000 journalistes; we worden wel eens door sollicitatiecommissies gemaild of we een leuke vrouw kennen die chef wil worden.” Van Zeijl belt dan de betreffende dame op die het bestuur geschikt acht, maar de reactie luidt maar al te vaak: „Ik, chef worden? Dat kán ik toch helemaal niet?” Precies die houding moet nu eens worden aangepakt, vindt Van Zeijl: „Dat zul je een man toch nooit horen zeggen?”

De stichting organiseert regelmatig workshops voor vrouwen om bijvoorbeeld te leren onderhandelen over salaris of borrels om met elkaar in contact te komen. „Professionele netwerken zijn zelden gemengd. Mannen hebben wel tijd om na hun werk een borrel te drinken en elkaar op de schouders te slaan, vrouwen moeten toch thuis de bekende ballen in de lucht houden”, zegt Van Zeijl.

Voor het verjaardagsfeestje van de stichting zijn de kaartjes al weken uitverkocht. Dit keer mochten de vrouwen ook een mannelijke collega introduceren. „Een feest met dames onder elkaar heeft geen zin, we moeten juist de mannen eens ernstig op hun plichten aanspreken”, lacht de voorzitter. Tegelijkertijd slaan vrouwelijke topjournalisten zelf de handen ineen: zo organiseert Vrouw & Media met regelmaat het Machtige Vrouwendiner, waar steeds twintig nieuwe chefs, adjuncts en hoofdredacteuren aanzitten.

Uiteindelijk blijft een topfunctie afhankelijk van ambitie en keuze van vrouwen zelf, en Van Zeijl ziet de ontwikkeling van ‘keuzemoeders’ – die hun carrière aan de wilgen hangen in ruil voor financiële afhankelijkheid van de partner – met lede ogen aan. Maar over de oogst van de laatste maanden (vrouwen aan het roer bij NRC en het Brabants Dagblad en een dame in de raad van bestuur van RTL) kan Van Zeijl alleen maar trots zijn: „Dat zijn onze mascottes.”