Hoe het gaat met Frankrijk? Slecht!

De meeste Fransen wonen in nieuwbouw buiten de stad.

Angst voor werkloosheid en immigratie kan tot populisme bij de stembus leiden.

De campagne voor de Franse presidentsverkiezingen is gisteren officieel begonnen. Foto AP Supporters stick up official campaign posters for Socialist presidential candidate Segolene Royal over the posters of her rival conservative candidate Nicolas Sarkozy in Cavanac, southwestern France, Saturday, April 7, 2007. Sarkozy's official slogan, center left, reads : "Together everything becomes possible", as Royal's poster reads : "France as President". (AP Photo/Remy Gabalda) Associated Press

Nadia Richard (36) moet elke dag rennen, behalve op woensdag. Dan zorgt ze voor haar kinderen van zes maanden en zeven jaar. Alle andere dagen gaat ze om vijf uur weg uit het ziekenhuis Pitié-Salpetrière in Parijs, waar ze maatschappelijk werker is. Drie kwartier reist ze, met de metro of met de auto – en altijd is het te druk. Vlak voor zessen haalt ze haar baby op bij een van de talrijke crèches in haar woonstad op dertig kilometer van Parijs. Stipt om zes uur is ze dan bij de naschoolse opvang voor nummer twee. Aan het einde van de rit wacht haar koopwoning – dichter bij Parijs had ze die nooit kunnen betalen.

Hoe gaat het met mevrouw Richard? „Goed, we gaan hier voorlopig niet weg”, zegt ze terwijl de baby begint te snotteren. „Het is hier groen, rustig en schoon.” En hoe gaat met Frankrijk? „Slecht.” Waarom? „Het wordt een land van twee snelheden”, zegt Richard zorgelijk. „Het verschil tussen rijk en arm wordt steeds groter. En wij, de middengroepen, betalen de rekening, maar niemand denkt aan ons.”

Welkom in Bussy-Saint-Georges, de stad die geldt als bewijs dat er iets grondig veranderd is in Frankrijk de laatste decennia. Twintig jaar geleden was dit een lieflijk gehucht van 500 inwoners in het glooiende platteland rond Parijs. De kerktoren herinnert nog aan dat dorpsverleden.

Maar tegenwoordig moet je de toren zoeken, ergens in een buitenwijk van deze nieuwe stad die de 20.000 inwoners intussen voorbij is. Ver weg van het Grote Plein bij het station, met Grote Witte Standbeelden op de daken van kaarsrechte woonblokken, met een paar elegante details om de monotonie van de nieuwbouw te doorbreken. Twee metrostations verder ligt Eurodisney.

Maar de nieuwkomers verhuizen hier niet heen voor hun plezier. Ze moeten zo ver buiten de stad gaan om betaalbare woonruimte te vinden.

Dit is la France périurbaine – letterlijk het randstedelijke gebied dat nog voorbij de banlieues ligt. Een slaapstad, maar hier gebeurt het. In 2002 stemden de kiezers in de traditionele steden op de gevestigde partijen. In de stedelijke randgebieden en op het platteland wonnen de extremen. En nu wordt hier opnieuw „een grote verrassing” voorbereid voor de presidentsverkiezingen over twee weken, denkt geograaf Christophe Guilluy, auteur van de Atlas van Nieuwe Sociale Tweedelingen die sinds elf jaar verschijnt. De extreem-rechtse kandidaat Jean-Marie Le Pen op 22 april opnieuw in de tweede ronde? „Dat denk ik wel.” Omdat de frustratie in dit onzichtbare Frankrijk zo groot is. „Deze mensen zijn niet alleen buiten de stad terechtgekomen, maar ook buiten de democratie”, legt Guilluy uit. „Ze hebben het gevoel dat ze er niet meer bijhoren.”

De nieuwe sociale tweedeling – tussen centrum en periferie – is een Amerikaans, Europees, en dus ook Frans probleem, meent Guilluy. Het politieke debat wordt bepaald door de kosmopolitische ‘bobo’s’ in de traditionele steden, die wel varen bij mondialisering, de liberale markteconomie en Europa. De problemen waar ze over praten, spelen zich ook in de stad af, vooral in de banlieues. Maar over de zwijgende meerderheid – want het is een meerderheid – daarbuiten heeft vrijwel niemand het. Terwijl daar juist de inkomensgroepen wonen die zich bedreigd voelen door mondialisering, immigratie, werkloosheid en verlies van identiteit. „Alle voorwaarden voor onberekenbaar populisme zijn aanwezig.”

Bussy-Saint-Georges staat niet bekend als een proteststad. Onder de forensen die vanavond door de metro zijn thuisgebracht, openbaart zich niet een-twee-drie een Le Pen-stemmer. Maar mopperen doet vrijwel iedereen. Eigenlijk te veel, vindt de blonde Miloslawa Rodin (29). Ze wijst op zoon Thomas (3) en dochter Julie (1,5), haar donkergekleurde kinderen met wie ze elke dag rondwandelt. Zij is van Poolse herkomst, haar echtgenoot is Frans-Antilliaans. „Dat was in Polen onmogelijk geweest”, zegt ze. „Te racistisch”.

Toch is Rodin na negen jaar Frankrijk teleurgesteld. Vooral in de jongeren uit de voorsteden. „Het lijkt of ze geen idealen hebben, alsof ze niet begrijpen welke kansen hier liggen”, vindt ze. Met haar man is zij drieënhalf jaar geleden naar Bussy verhuisd om ruimer en rustiger te wonen. Maar de problemen uit de banlieue halen hen in. „We moeten ’s nachts regelmatig de politie bellen omdat er jongeren bij de metro voor onze flat rondhangen.” Ze vreest de tegenreactie, dat Le Pen opnieuw de tweede ronde haalt. Maar links zou ze ook niet meer stemmen, vanwege „de jongeren”.

Nadia Richard vindt de situatie in Bussy-Saint-Georges nog altijd gunstiger dan elders. „Je ziet hier geen enkele dakloze. Die halen ze meteen weg.” Dat, moet ze bekennen, is wel een geruststellende gedachte. Als maatschappelijk werker komt ze in Parijs regelmatig daklozen tegen die haar doen beseffen hoe dun het lijntje is. „Een architect die scheidt en zijn baan kwijtraakt, belandt tegenwoordig zo op straat.”

In 2002 stemde ze op de Groenen, maar in 2007 wordt het een kandidaat tegen het systeem. Geen Sarkozy die zich tegen de buitenlanders zal keren, geen Ségolène Royal die de oude partijtijgers van de Parti Socialiste zal binnenhalen. Voor haar wordt het François Bayrou, de centrumkandidaat die zich opwerpt als woordvoerder van de vergeten meerderheid. Een buitenstaander in Parijs, zoals zijzelf.

Websites van de kandidaten: bayrou.fr, desirsdavenir.org, lepen2007.fr, sarkozy.fr