Herbronnen op de vuilnisbelt

Herbronnen wilde de Schotse filmmaker. Dominik Diamond wenste zijn ooit onwankelbare geloof in God te herstellen. Dat kon alleen, vertelde hij in zijn documentaire Nagel mij aan het kruis, door het lijden van Jezus aan den lijve te ervaren. Daarom bezocht hij Jeruzalem, ging hij bij Jezuïeten in retraite en wilde hij zichzelf op Goede Vrijdag in Pampanga aan een ebbenhouten kruis laten vastslaan.

Maar zover kwam het niet.

De filmmaker hervond zijn God vlak voor kruisiging.

Hoe en wat, verzuimde hij met de Canvaskijkers te delen. „Het geheim is meer tijd”, monkelde hij. „Ik moet meer tijd vrijmaken.” In elk geval wist hij na twee uur processie in 43 graden Celsius zeker dat zijn God de voorgenomen actie niet goedkeurde. Tot teleurstelling van een joelende menigte en zijn Filippijnse mentor die zich voor de twintigste keer spijkers door handen en voeten had laten jagen.

De westerse filmmaker had zich verslikt in zijn eigen, exhibitionistische ADHD-trip. Gezien het kwistig in ’t rond spetterende bloed kwamen sensatiebeluste kijkers ruimschoots aan hun trekken. Wat op ons vooral indruk maakte is hoe het Filippijnse passiespel door alle mediabelangstelling is verworden tot brood en spelen voor de armlastige lokalo’s. Waarom daar geen documentaire van gemaakt?

Nee, dan de Nederlandse paastelevisie. Ook EO, NCRV en KRO deden aan ‘herbronnen’. Maar dat ging er een stuk ingetogener aan toe. Bleue Klaas Drupsteen interviewde voor de NCRV monseigneur Bär. KRO’s Kruispunt sprak aartsbisschop Simonis. Die herstelde van twee heupoperaties. Lijden loutert, vertelde hij, staand achter de rollator van de hemelende kardinaal Willebrands. Maar „zodra overgave aan de eigen huid komt”, wordt het moeilijk. Zeker met de dood in het vizier. „Ik ben bang”, bekende Simonis. „Die spagaathouding heeft me achtervolgd: ik hang aan het leven, maar weet ook dat ik bij de Heer hoor te zijn”.

En de EO? Voor de evangelisten stond dominee Arie van der Veer op de vuilnisbelt. Op de vuilverwerking bad hij met de kijkers van Nederland zingt: „Hier vragen wij ons af of het mogelijk is geestelijk vuil te recyclen. (...) Pasen is een antwoord op alle vuil. Jezus Christus zal iedereen reinigen.’’

Dat wilden de vuilverwerkers graag geloven. Ze bekenden „dat ze zonden deden zonder dood hout te willen worden”. Op één vuilophaler na. Toen zijn moeder was gestorven, had hij „Jezus de deur uit gedaan”. En daar heeft hij geen spijt van. „Hoe kan God nou zo’n kinderverkrachter zijn gang laten gaan?”

De christelijke rituelen leverden boeiende televisie op. Rituelen die overgave, lijden en verrijzenis moesten verbeelden en die plaatsvonden op plekken waar een tv-kijker zijn ogen uitkijkt. Wanneer stond ik voor het laatst op Bernini’s Sint-Pietersplein? Daar ging de paus voor in een dienst, belegd door de christelijke en oosters-orthodoxe kerk, en zongen jongetjes met Ray-Banzonnebrillen prachtige psalmen. Wie laat zich in zo’n overweldigende omgeving afleiden door een al te pausfanate commentator?

Meest emotionerende moment bleef bewaard tot Tweede Paasavond. Het was Bachs Matthäus Passion. De NCRV liet fragmenten zien en horen in het meeslepende Passie voor Pasen. De woorden en beelden haalden het niet bij de muziek. Hertaald of niet, het beginkoor slaat in als een bliksem. Bach is een feilloze toonzetter.

Vraag: waarom de documentaire niet vóór Pasen uitgezonden? Zodat fans nog snel een uitvoering hadden kunnen bijwonen?

Reageer op deze column via www.nrc.nl/ogen