Haal meer uit je kat, volg een poezenklas

Veel mensen denken dat katten niet op te voeden zijn en niets kunnen leren.

Maar vooral als ze jong zijn, valt er volgens deskundigen een wereld te winnen.

. „Een hond heeft een baas, een kat personeel”, zegt de powerpoint. „Kijk,” zegt dierengedragstherapeut Debbie Rijnders, „die tekst is meteen het bewijs dat katten kunnen leren. Een kat kan zijn baasje kennelijk goed trainen, hij begrijpt dus gedragspatronen. En je kunt een kat inderdaad precies dezelfde dingen leren als een hond. Alleen, katten kennen niet zo’n sterke hiërarchie als honden, dus de kat zal er niet altijd zin in hebben om zijn kunstjes te vertonen op de momenten dat jij dat wilt.”

In het geïmproviseerde klasje valt een jongen van machteloze ‘wat heb je er dan aan’-schamperheid bijna uit zijn schoolbank. Op zich een hele prestatie, want bij de ‘première’ van de Whiskas Kitten Class, vorige week, zat iedereen in onmogelijk kleine schoolmeubeltjes geperst, waar de benen aan alle kanten uit staken. Het was op het podium van theater Carré, in het decor van de musical Cats, waar de pers (samen met wat Cats-poezen voor extra aankleding) alvast een voorproefje kreeg van de door het kattenvoermerk georganiseerde, drie uur durende les over opvoeding en gedrag van de huiskat. De lessen – eerder een college katkunde dan een puppyklas, want de kat mag zelf niet mee – zijn vanaf vanavond op verschillende plaatsen in Nederland te volgen.

De les kwam wat moeizaam op gang, met een charme-offensief van Koen Jansens van Whiskas – wat zo’n man ook zegt, het blijft klinken als ‘er moeten meer katten komen en ze moeten allemaal Whiskas eten’. En dan sprak hij ook nog zinnen uit als: „Wij willen geen kattenvoer verkopen, maar kattengeluk”, en: „Wat maakt het baasje gelukkig in de katrelatie?”

Dat laatste, daar gaat het natuurlijk wel om, bij de poezenklas. Veel mensen denken dat katten niet op te voeden zijn en niets kunnen leren, maar vooral als katjes jong zijn, valt er volgens deskundigen een wereld te winnen. En dat komt uiteindelijk zowel baasje als kat ten goede. Dierenarts Leen den Otter, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, legde het nog maar eens uit.

Nederland telt steeds meer huiskatten, nu ruim drieënhalf miljoen. Er komen zo’n 300.000 kittens per jaar bij – en er belanden jaarlijks zo’n 45.000 katten in een asiel. „Onder andere door gedragsproblemen”, zegt Den Otter. „Plassen in huis is bijvoorbeeld een enorm goed middel, door de kat bedacht, om het de baas niet naar de zin te maken.” Of neem zijn eigen kat. Die had nog nooit naar de oude vitrage omgekeken, maar scheurde de nieuwe binnen één dag aan flarden. De kat mocht blijven, maar niet alle katten zijn zo gelukkig. „Dus steunen wij dit soort initiatieven. Er moet meer voorlichting komen over kattengedrag.”

Dat is, onder andere, het gebied van Debbie Rijnders. Acht jaar geleden richtte ze bureau Tinley op, dat advies geeft over gedrag van dieren, van hond tot paard tot gans, en nu is ze door Whiskas ingehuurd om de kittenklas te verzorgen. „Oorspronkelijk was ik sociotherapeut voor mensen”, zegt ze. „En toen ik me liet omscholen tot gedragstherapeut voor dieren was dat in mijn links-intellectuele kennissenkring een bron van plezier.”

Tja, therapeutenjargon klinkt nu eenmaal koddig, zeker als het over poezen gaat. Maar Rijnders heeft veel zinnigs te vertellen. Dat je een kat zélf aanleert dat het leuk is als hij je grote teen aanvalt, bijvoorbeeld, of als je ’s nachts boos je bed uitkomt wegens aanhoudend gemauw. „Van de kat uit bekeken is het natuurlijk gewéldig om zo’n groot dier als een mens boos en in beweging te krijgen – al lukt het maar één op de tien keer!”

Moeilijk weer af te leren, zulk lastig gedrag. En daarom zouden mensen, ook voordat ze een kat nemen, de kittenklas al moeten volgen. „Dan haal je veel meer uit je relatie met je katjes”, aldus de Whiskas-man. Is vast nog waar ook.

Lees meer over de cursus op www.kittenclass.nl