Geweldig, de koers ‘rieken’ op volgepakte Paterberg

De Ronde van Vlaanderen is voor veel Belgen een volledige dag uit. Fans, die soms gevangen zitten in het parcours. „Als de koers gedaan is, lopen ze hier door de tuin.”

Ward op den Brouw

Kluisbergen, 10 april. - Omdat hij toch ‘gevangen zit’, pal naast het parcours, maakt Erik de Catelle er elk jaar maar een familiefeestje van. Dan komen ouders, ‘nonkels’ en tantes al in de loop van de ochtend, vele uren voordat de wielerkaravaan langs trekt, naar zijn riante woning aan de Paterberg. En zo doen de meeste bewoners van het handjevol optrekjes dat langs de zesde beklimming van de Ronde van Vlaanderen als ‘de hoogmis’ van het Belgische wielrennen wordt gevierd.

Echt klagen doet de 48-jarige De Catelle niet over de drukte bij zijn huis. Maar om nou te zeggen dat hij er blij mee is, dat gaat weer te ver. „Als de koers gedaan is, lopen ze hier door de tuin”, zegt hij met een blik op zijn pas gemaaide gazon. „Dan komen ze door de wei en gaan ze gewoon onze omheining over. Ach, ge kunt er toch niks aan doen.” De Catelle woont hier sinds 1984, in 1986 was de 400 meter lange Paterberg voor het eerst opgenomen in de bijna 260 kilometer lange Ronde van Vlaanderen. „Voor die tijd hield de weg hier halverwege op. Er lagen nog geen kasseien en alleen de boer ging hier met z’n tractor naar boven.”

Het is zondagmiddag, ongeveer anderhalf uur voordat de eerste renners passeren. Door het mooie zonnige weer heerst een vakantiesfeer op de flanken van de heuvel, waarvan de top op een hoogte van 48 meter ligt.

Naast de schuur van De Catelle zit de 67-jarige Etienne Walkens op een klapstoeltje. Zoon en dochter staan verderop, zijn vrouw zit thuis in Waregem voor de televisie. „We hebben met elkaar gewed. Ik tip Cancellara, mijn dochter Wesemann, mijn zoon Boonen en mijn vrouw Pozzato. Twee euro de man, meer voor ’t amusement.” Dankzij de latere winnaar Ballan blijft het geld in de pot.

Onderaan, waar de renners straks de Paterberg naar rechts opdraaien, hoor je nu de vogels nog fluiten. Nog geen toeters, geen helikopters, geen Vlamingen die hun favoriet naar zijn derde opeenvolgende overwinning proberen te zingen en schreeuwen, nog geen benzinedampen van motoren en volgwagens. Bij het huis van Jan de Noyette (43) en zijn echtgenote Linda Vandewiele (39) hoor je alleen nog een tjiftjaf en een klarinet. Moeder verontschuldigt zich; dochter Ella is nog niet zo lang geleden begonnen met klarinetles.

Ook zij vertellen hoe slecht bereikbaar hun huis is voor familie als renners in georganiseerd verband over de Paterberg trekken. Over zwerfvuil, wildplassers en wildkakkers. Zaterdag kwamen ruim 20.000 wielertoeristen voorbij, veelal Belgen. „Maar het is niet alleen maar negatief; ik houd van de sfeer en de Ronde is goed georganiseerd”, zegt De Noyette. „Ik ben een wielerliefhebber. Ik zie het graag passeren.”

De Noyette heeft ook de commercie zien groeien op de Paterberg. In een weiland onder de top staat sinds vorig jaar een viptent van Ernst & Young, met bij de ingang twee beveiligingsbeambten in witte overhemden en stropdassen met bedrijfslogo. De dresscode van de clientèle is casual; ze zijn beter gekleed dan de toeschouwers achter de dranghekken in de goten naast de kasseien, met aan één kant een smal, stinkend blubberslootje. Witte wijn in plaats van flesjes Jupiler, geen hamburgers, maar salades en conversatie in plaats van wielertaal, wapperende vlaggen van Vlaanderen en gebral. „Tommeke Boonen!”

Op de kale top – voor het eerst dit jaar – een nog grotere viptent van een gevelstenenfabrikant. Ongeveer 20 bij 50 meter, compleet met rode lopers, discolampen en een luxe buitenterras; een mooi contrast met de knalgele hamburger- en braadworstenkar en de twee mobiele toiletten en één plastic openluchtpisbak.

Stefan Roosen heeft de viptent van de gevelstenenfabrikant verruild voor een plekje bij het steilste punt van de Ronde. Twintig procent is het hellingspercentage hier, een fractie steiler dan een deel van de Muur van Geraardsbergen, waar later op de middag weer de beslissing zal vallen. De tv-helikopter hangt boven de nabije Oude Kwaremont, de koorts achter de dranghekken loopt op. De 36-jarige Roosen heeft een dag eerder alle achttien hellingen tijdens de recreatieve versie van de Ronde bedwongen, en juicht nu voor een Nederlander, Leon van Bon. In zijn woonplaats Hasselt coördineert hij de bouw van de nieuwe woning van de Nederlandse Rabo-renner. Ze trainen ook wel eens samen.

Het is kwart over twee: op de polderweg in de aanloop naar de volgestroomde Paterberg de kopgroep van zeven renners, met daarachter ploegleiderswagens met koplampen aan.

„Nu rieken we koers; da’s toch geweldig, hè”, roept Roosen naar een vriend aan de andere kant van de kasseien. Als de zeven leiders voorbijkomen, staand in de pedalen, moedigt hij Maarten Tjallingii en Evert Verbist aan, twee renners met wie hij nog de Ronde van Burkina Faso reed. Als ongeveer vijf minuten later het peloton voorbij is, werpt hij een kennersblik op de reservefietsen die bovenop de volgwagens staan.

En dan stroomt de berg leeg. Snel. Een achterblijver wordt door twee toeschouwers omhoog geduwd. In de ene hand hebben ze hun bierfles, de andere tegen de rug van de renner.