De zondeval van Thieme

Als het mezelf niet betrof, zou ik er reuze veel schik om hebben. Kijk nou toch, Rudy Kousbroek en Maarten ’t Hart, twee van die fanatieke kruisvaarders tegen al wat religie is. Ze hebben zich opgeworpen als lijstduwer van de Partij voor de Dieren, en wie blijken ze als woordvoerder zowel de Eerste als Tweede Kamer in te hebben geduwd? Twee zevendedagsadventisten.

En als u nog gedacht mocht hebben dat godsdienst en politiek niets met elkaar gemeen hebben, en dat je onverkort achter de Partij voor de Dieren kon blijven staan, ongeacht de religieuze opvattingen van de lijsttrekster, dan zijn Rudy en ik akelig bruut uit de droom geholpen door een interview van Marianne Thieme in De Telegraaf. Daarin zegt zij dat Adam en Eva in het paradijs vegetariërs waren. Pas na de zondeval vergrepen zij zich aan vlees. Alleen al theologisch is dat volstrekt onhoudbaar, want als het eten van vlees zondig zou zijn, dan is het wel erg merkwaardig dat God zelf, als hij bij Abraham op bezoek is, behalve een smakelijke pannenkoek, volgens Genesis 18:7 ook een teder kalf oppeuzelt dat met boter en melk is klaargemaakt.

Marianne Thieme gelooft dus dat Adam en Eva historische personen waren. Ze gelooft blijkbaar ook in de zondeval en neem ik aan dus ook dat daar in het historische paradijs een slang opeens het woord tot Eva richtte, om haar ertoe over te halen een hapje te nemen van een niet nader gespecificeerde vrucht. Van mij mag iemand zulke zotternijen gerust voor waar houden. Je valt er kinderen tenslotte ook niet hard over dat ze in sinterklaas geloven. Maar ik vrees dat je, als je zulke opvattingen in interviews gaat ventileren, daarmee de partij waar je lijsttrekker van bent, ongelooflijk veel schade berokkent. En dat nog niet eens zozeer omdat Rudy Kousbroek en ik nu vreselijk voor aap staan, want dat is passend bij dierenpartijlijstduwers en eigenlijk ook reuze vermakelijk, maar omdat alle normale, redelijke, verstandige mensen die wij wellicht hadden kunnen overhalen om de partij te steunen, nu zullen zeggen: bekijk het maar, met mensen die niet alleen geloven in de zondeval maar het eten van vlees dan in het verlengde daarvan ook nog als zondig bestempelen, willen we niks te maken hebben.

En ongetwijfeld zullen ook heel veel mensen die de partij tot nu toe met hun stem gesteund hebben sterk geneigd zijn af te haken. Wat mezelf betreft, ik wil alles doen wat in mijn vermogen ligt, om de bio-industrie te bestrijden, want die beschouw ik als een schandvlek van de beschaving. Met mijn steun voor de partij hoop ik daar een kleine bijdrage aan te leveren. Maar wat heeft mijn geduw opgeleverd? Twee zevendedagsadventisten in de twee Kamers van onze volksvertegenwoordiging. Zevendedagsadventisten houden er lugubere opvattingen op na. Ze geloven dat Jezus binnen zeer afzienbare tijd zal wederkomen, en dat dan alle ongelovigen, ik dus onder anderen, voor eeuwig verdelgd zullen worden. Daar kan ik eerlijk gezegd niet wakker van liggen maar zo’n geloof heeft eigenaardige consequenties. Wie dat vurig gelooft kán zich helemaal niet inzetten voor een partij, noch zich sterk maken voor de bestrijding van de bio-industrie. Noch het een noch het ander heeft immers toekomst, zeer binnenkort is het daarmee toch gedaan. Mij lijken daarom zevendedagsadventisten bij uitstek ongeschikt om een partij te leiden.

Op Thieme en Koffeman zou ik daarom een klemmend beroep willen doen hun geloof nog eens goed te doordenken. Krachtens hun overtuiging rest hun simpelweg niets anders dan hun functies ter beschikking te stellen. Daarmee kunnen ze de schade die ze de partij al toegebracht hebben, misschien nog beperken. Ondertussen kunnen ze zich door de aanmaak van lange witte jurken met enorme pofmouwen al voorbereiden op de wederkomst waarbij ze als reusachtige vogels Jezus tegemoet zullen vliegen. Voor ik verdelgd word, wil ik ze daarbij dan wel een opkontje geven, zodat ze makkelijker omhoog kunnen komen.

Dit is de tekst van de column die Maarten ’t Hart op 8 april uitsprak in het radioprogramma Vroege Vogels.