De pijnlijke ‘ontgrieksing’ van hardnekkige legendes

Een nieuw schoolboek geschiedenis voor de zesde klas van de lagere school veroorzaakt in Griekenland verhitte discussies. De Orthodoxe Kerk gaat daarbij voorop, maar ook ‘nationaal denkenden’ die geen nauwe religieuze banden voelen, roeren zich. Los daarvan wil ook de communistische partij dat het boek uit roulatie wordt genomen, omdat de strijd van de arbeidersklasse er onvoldoende in tot zijn recht zou komen.

De schrijvers van het boekje stelden zich, in het voetspoor van richtlijnen van de Raad van Europa, ten doel de toon ten aanzien van ‘erfvijand’ Turkije te matigen. Wat tot nu toe ‘de eeuwen van het Turkse juk’ heette, wordt nu ‘het Ottomaanse bestuur’ genoemd. Maar de discussies spitsen zich vooral toe op ‘het geheime schooltje’ dat in dit schoolboek helemaal niet meer voorkomt.

Priesters en vooral monniken zouden door de eeuwen van Turkse heerschappij heen de Griekse religie en taal hebben bewaard door het onderhouden van geheime centra van onderwijs waar kinderen ’s avonds naar toe slopen. Een populair kinderversje, maar vooral een beroemd schilderij uit 1886 van Nikos Gizis, hebben dit idee in stand gehouden.

Het fraaie schilderij, waarop kinderen die bij kaarslicht van een monnik de Griekse letters leren, prijkte in alle schoolboeken. Maar níet in het onderhavige. Historici hebben vastgesteld dat het geheime schooltje nooit heeft bestaan. Het Ottomaanse bestuur was niet geïnteresseerd in het onderwijs aan christelijke onderdanen. Als ze maar belasting betaalden.

Hoofdlijn van de kritiek is dat de auteurs alles willen goedpraten wat de Turken de Grieken hebben aangedaan en dat zij steeds naar eufemismen zoeken. De woede culmineert in de wijze waarop de ‘catastrofe’ wordt behandeld, de nederlaag in 1922 waarbij de Grieken door de Turken in zee werden gedreven in de haven van Smyrna, die tevoren in brand was gestoken (onvermeld).

In het nieuwe schoolboek staat: „Duizenden Grieken verdringen zich aan de haven en pogen een schip te vinden om weg te komen naar Griekenland.” De auteurs erkennen inmiddels dat deze woordkeus voor herziening in aanmerking komt.

Woedend is de kerk vooral over de wijze waarop de opstand tegen het Ottomaanse bestuur in 1821 wordt behandeld. Volgens de legende, even hardnekkig als die van het geheime schooltje, speelden de bisschoppen daarbij een prominente rol. Maar, alweer, historici hebben aangetoond dat die gering is geweest. De opstand was vooral een product van de Verlichtingsideeën uit Europa en daar moest de kerk niets van hebben.

In het nieuwe schoolboekje is de bemoeienis van de bisschoppen naar de achtergrond verwezen. De Synode heeft al geprotesteerd dat dit tegen de grondwet indruist. Die bepaalt dat het onderwijs moet bijdragen tot „nationaal en religieus besef” onder de jeugd. Het boekje streeft, in het kader van de verwenste „globalisering”, naar „ontgrieksing” van het onderwijs, aldus de steeds luidruchtiger tegenstanders.

Aartsbisschop Christódoulos kreeg onverwachts bijval van de allerwegen vereerde componist Mikis Theodorakis (82), vanouds één van de weinigen in Griekenland die zichzelf als atheïst bestempelen.

In een woedende verklaring gaat Theodorakis tekeer tegen de „modernisten” die willen verhinderen dat „Griekenland een vervolg heeft”. „We moeten trots zijn op vaderland en natie, op dat verbazende huwelijk van het wezen van de Grieksheid met het wezen van het christendom.” De schrijvers hebben „de orthodoxie niet begrepen”.

De Academie, Griekenlands hoogste wetenschappelijk instituut maar vanouds zeer conservatief, heeft niet alleen 76 fouten in de tekst gevonden, maar spreekt ook de mening uit dat 11- en 12-jarigen behoefte hebben aan helden, die in dit boekje niet tot hun recht zouden komen.

Minister Mariëtta Jannákou (Onderwijs en Godsdienstzaken) verklaarde dat het boek niet uit de roulatie wordt genomen, maar dat er wijzigingen zullen komen overeenkomstig de kritiek van de Academie en het Cyprische ministerie van Buitenlandse Zaken.

Haar eigen staatssecretaris, nauw gelieerd aan de kerk, maakte wél toespelingen op definitieve intrekking, zoals door de meeste tegenstanders wordt bepleit. Het boekje is al tweemaal in het openbaar verbrand door fascisten van de ‘Gouden Dageraad’, iets waartegen noch de aartsbisschop, noch Theodorakis protesten hebben laten horen.