Centenkartel breekijzer voor roestige NMa

In NRC Handelsblad van 31 maart maakt Maarten Huygen de strijd van de NMa tegen het `centenkartel` wereldkundig.

De NMa valt over een (niet-bindend) modelcontract voor vertalers van literaire werken, waarin een vaste minimumprijs (van enkele centen per woord) is opgenomen. Volgens de NMa moeten vertalers en uitgevers iedere keer opnieuw onderhandelen. Dat zou de marktwerking ten goede komen: uitgevers kunnen dan een lager tarief bedingen.

De NMa heeft weinig oog voor de consequenties, namelijk dat vertalers van relatief onbekende werken en auteurs aan het kortste eind zullen trekken, waardoor uiteindelijk minder werken naar het Nederlands vertaald zullen worden.

De NMa past rechtlijnig het neoliberale gedachtegoed toe: prijsafspraken behoren tot de ergste (ofwel `hardcore`) mededingingsbeperkingen en zijn per definitie verboden. De uitzondering op het kartelverbod (het zogenoemde `lid 3`, dat afspraken vrijstelt van dit verbod wanneer de positieve gevolgen opwegen tegen de negatieve gevolgen) komt daarbij niet aan de orde.

Het Europese Gerecht van Eerste Aanleg heeft recentelijk afstand genomen van deze aanpak (GSK-zaak): van iedere afspraak moet een grondige analyse gemaakt worden van de concrete gevolgen, ongeacht of een afspraak als `hardcore` wordt aangemerkt. De Europese rechter had al eerder bepaald dat bij deze beoordeling ook niet-economische belangen kunnen worden meegewogen.

Het centenkartel lijkt een goede kans te maken bij zo`n belangenafweging. Dat zou niet alleen goed zijn voor vertalers en voor de culturele diversiteit, maar ook voor de NMa, die kan laten zien dat zij niet is vastgeroest in een automatische toepassing van oude neoliberale standaardregels.