Wat is er fout aan niet alles te mogen zeggen?

Bij Meindert Fennema`s toelichting bij zijn stelling `Wilders wordt net als Janmaat gedemoniseerd` kunnen vraagtekens worden geplaatst (Opinie & Debat, 31 maart).

1. Is het gezien de ervaring die met Hitler is opgedaan zo bizar dat je niet mag zeggen dat je voor hem bent? En is het na Auschwitz geoorloofd te beweren dat de shoah niet heeft plaatsgevonden? Mag een democratie onder geen beding bepaalde uitspraken buiten de orde verklaren?

2. Waarop baseert Fennema dat Hirsi Ali`s uitspraak `the right to offend` met het `recht om te beledigen` verkeerd vertaald zou zijn en dat nog wel `kwaadwillend`? Het Engels/Nederlandse woordenboek (Van Dale) geeft `beledigen` als hoofdbetekenis.

3. Kun je zo radicaal als Fennema doet het propageren van een ideologie scheiden van de daad waartoe die leidt (`racisme is toegestaan, maar rassendiscriminatie niet`)? Mag je, met andere woorden, publiekelijk antisemitisme propageren als je er maar niet de anti-joodse daad bij voegt?

Maar het meest te denken geeft dat Fennema zo geobsedeerd is door wat hij beschouwt als het `demoniseren` van Wilders dat de noodzaak diens `gedachtengoed` te bestrijden uit het zicht verdwijnt. Dat kan toch niet de zin zijn van de deskundigheid die Fennema als hoogleraar migratie en etnische studies verondersteld wordt te bezitten en te gebruiken?