‘Van sommigen ligt de jas nog binnen’

Museum Flehite in Amersfoort is ontruimd nadat asbest werd gevonden. De medewerkers zijn zwaar geschokt, de objecten worden naar een depot overgebracht.

Amersfoort, 7 april. - „Ik weet inmiddels meer van asbest dan van kunst,” zegt Gerard de Kleijn (1950), directeur van Museum Flehite in Amersfoort. Op 16 maart werd hij opgebeld door de directeur van Aksys, een bedrijf dat asbestinventarisaties doet en zojuist een aantal metingen had verricht in het museum. „Hij zei: ik zou pas na het weekend bellen. Maar dit kan niet wachten. U moet het museum onmiddellijk ontruimen.” De Kleijn verzocht alle bezoekers en medewerkers te vertrekken. „Van sommigen ligt een jas of agenda nog binnen. Niemand mag nu nog naar binnen.”

Museum Flehite, dat bestaat uit een complex van drie oude muurhuizen, is een historisch stadsmuseum met lokale gebruiksvoorwerpen en schilderijen. De Kleijn, die sinds vorig jaar directeur is van Stichting Amersfoort in C (waaronder ook het Armando Museum, De Zonnehof en de nieuwe expositieruimte Kade), was druk bezig met de op handen zijnde verbouwing van het museum. „In mei zouden de deuren voor een paar maanden worden gesloten. De begane grond moest worden vernieuwd. We hadden net het geld rond voor een klimaatinstallatie en een nieuwe steiger langs de gracht. Nu blijven we de rest van het jaar dicht.”

Gedurende de voorbereidingen voor de verbouwing werd ontdekt dat er begin jaren zeventig amosiet (bruine asbest) als brandwerend materiaal was aangebracht tussen de vloeren en plafonds. „Dat hoeft op zich geen probleem op te leveren,” zegt De Kleijn. „Maar in dit geval lag de asbest onbeschermd onder de houten vloeren. Bezoekers hebben daar jaren overheen gewandeld. Die platen zijn gaan verkruimelen en het stof is door de kieren van de planken naar buiten gekomen. Wie de vezels langdurig inademt heeft een verhoogde kans op longkanker.”

De ontdekking kwam als een enorme schok. Juist in de afgelopen maanden was de stemming onder de tien vaste medewerkers en de 30 vrijwilligers ‘euforisch’ vanwege het succes van de lopende tentoonstelling Van Jongkind tot van der Leck. Op deze expositie, afkomstig uit de privécollectie van de Amersfoortse verzamelaars Cees en Jarmila Kamerbeek, waren schilderijen en tekeningen te zien van bekende Nederlandse kunstenaars zoals Jacob Maris, Isaac Israels, Dirk Filarski en Piet Mondriaan. „Het was werkelijk nog nooit zo druk geweest. In de weekenden waren we bomvol. Voor een museum met 35.000 bezoekers per jaar is dat uitzonderlijk.”

Nog diezelfde dag organiseerde De Kleijn een persconferentie voor de medewerkers en vaste vrijwilligers. „Mensen waren verbijsterd maar reageerden over het algemeen kalm.”

De volgende twee dagen stond De Kleijn de hele dag bij de poort van het Museum om bezoekers op te vangen. „Het was Boekenweek en iedereen kon, op vertoon van het boekje van Geert Mak, gratis met de trein reizen. Er stonden mensen uit Friesland en Maastricht voor mijn neus. Ik heb telkens mijn excuses aangeboden en ze doorverwezen naar het Armando Museum en de Zonnehof.”

Na het weekend was er opnieuw een bijeenkomst voor de personeelsleden en medewerkers in het Rietveldpaviljoen. Iedereen, zowel medewerkers als vrijwilligers, werd aangeboden om een persoonlijke risicoanalyse te laten maken van de kans dat hij of zij op den duur kanker krijgt. „Toen liepen de emoties ineens flink op. Mensen waren verdrietig en boos. Sommige medewerkers werken hier al jaren. Zij hebben hun ziel en zaligheid in dit museum gelegd. Ineens moeten ze vrezen voor hun gezondheid.”

De Kleijn besloot om alle oud-medewerkers op te sporen om ze een brief van de Arbodienst te laten toesturen. „We hebben zo’n 300 mensen benaderd. Van sommigen hadden we alleen nog maar de voornaam. Wat precies de risico’s voor hun gezondheid zijn, is nog niet duidelijk. Maar de kans op longkanker voor mensen die maar kort in het museum hebben gewerkt, is vrijwel nihil.”

Op 26 maart werd bekend gemaakt dat ook in het tweede pand een te hoge concentratie asbestvezels was aangetroffen. Het bericht vergrootte het gevoel van onmacht onder de medewerkers. „Ep, een technicus die al 20 jaar in dienst is, was woedend. Hij is 800 kilometer gaan fietsen. Ik heb tegen hem gezegd dat hij maar moet terugkomen als hij er weer klaar voor is.”

Inmiddels heeft De Kleijn met zijn medewerkers afgesproken dat hij als enige de pers te woord staat. „Iedereen is op dit moment veel te kwetsbaar.”

Ook goede bedoelingen van stadsgenoten vallen niet altijd in goede aarde. „Mensen uit de omgeving hadden een boekje met handtekeningen gemaakt. Een van de medewerkers werd razend. Ze zei: het lijkt net een condoleanceregister.”

Om de moed erin te houden hebben de medewerkers het initiatief genomen om op 28 april een kleine expositie te openen met werk van de schilder Jakob Nieweg in het Oude Mannenhuis dat tegenover het stadsmuseum ligt. Ook hebben een aantal medewerkers zich opgegeven voor een tweedaagse cursus tot asbestverwijderaar. „Ik zou het wel prettig vinden dat de schilderijen van Breitner, Israël en de wandelstok van Johan van Oldebarnevelt onder kundige begeleiding van conservatoren uit het museum worden weggehaald.”

Ieder object moet door een luchtsluis om stofvrij te worden gemaakt en gaat dan naar het depot. Omdat de aansprakelijkheidsverzekering asbest uitsluit, moet het museum zelf voor de kosten opdraaien. Om welke bedragen het gaat, weet De Kleijn nog niet. Hij wil proberen om zelf de nodige middelen te genereren voordat hij bij de gemeente aanklopt. „Amersfoort is een van de rijkste steden van Nederland. Ik hoop op particuliere giften. En we kunnen het tafelzilver verkopen. Mensen zijn belangrijker dan spullen.”