‘Van anonieme bronnen word ik doodziek’

Frank Schoenmaeckers (42), vriend, collega en huisgenoot van de eind 2005 vermoorde activist Louis Sévèke, werkt voor de Stichting Openbaarheid van Bestuur (SOB). Vorige week arresteerde de politie een verdachte die bekend heeft.

Frank Schoenmaeckers: ‘Er wordt wild gespeculeerd omtrent het motief. Verder wordt klokgelui gehoord, maar klepels niet gevonden’ Foto Rien Zilvold nijmegen frank schoenmaker foto rien zilvold Zilvold, Rien
Frank Schoenmaeckers

Vrijdag 30 maart

Vandaag wat later opgestaan dan gewoonlijk. Een beetje bijkomen van de hectiek die, de afgelopen twee dagen, volgde op het bekend worden van de arrestatie van een verdachte van de moord op Louis.

Het bijhouden van een dagboek is voor mij een vreemde ervaring. In beginsel ben ik niet zo’n schrijver. Een dagboek heb ik dan ook nooit bijgehouden. Daarbij komt dat de term ‘dagboek’ de laatste dagen een extra dimensie heeft gekregen. Volgens een aantal persorganen zou het een door de verdachte bijgehouden dagboek zijn geweest dat de politie, in het onderzoek naar de moord op Louis, op zijn spoor heeft gezet.

Een groot deel van de middag bezig geweest met het bekijken en beantwoorden van binnengekomen mails en andere post. Ook even vluchtig gelezen wat de pers vandaag schrijft. Er wordt wild gespeculeerd omtrent het motief. Verder wordt klokgelui gehoord, maar klepels niet gevonden. Een dieptepunt vormt de verslaggeving van De Gelderlander. Van een ‘discussie’ maken zij een ‘conflict’. Daarnaast wordt, deels anonieme, bronnen een podium geboden om, zonder weerwoord, de grootst mogelijke nonsens te spuien. Doodziek word ik hiervan.

Om vijf uur een vergadering gehad in het kader van de legalisatie van het Nijmeegse kraakpand De Grote Broek. Het ziet er naar uit dat, na jaren vertragende procedures, binnenkort de verbouw dan eindelijk kan beginnen. Er moet echter nog veel werk verzet worden. Vanmiddag hebben we het gehad over aanpassingen in de bouwtekeningen.

Met mijn medevergaderaars gaan eten bij De Plak. Het is lang geleden dat ik hier voor het laatst ben geweest. De befaamde bal, kaasgehakt wel te verstaan, staat nog steeds op het menu. Dat wordt het dus voor mij. Lekker! Ook Louis, en velen kunnen dat beamen, kon dit gerecht op sublieme wijze klaar maken.

Zaterdag

Zo, de boodschappen zijn binnen. Het weekend kan beginnen.

Ik ga vanmiddag even naar de begraafplaats. Op het bankje bij het graf van Louis. Een goede plek om de gebeurtenissen van de afgelopen dagen te overdenken. Ik zal niet zeggen dat het me helemaal niets heeft gedaan, maar een hoerastemming is er zeker ook niet. Mogelijk is het prettig straks de antwoorden te hebben op de vragen wie en waarom. Overheersend is echter het gevoel: wat schiet ik er mee op. Aan het feit dat Louis er niet meer is veranderen deze antwoorden helemaal niets.

Van een oude foto heb ik de verdachte inmiddels herkend. Enige kennis aan hem komt echter ook nu niet naar boven. Daarvoor zijn de contacten, die in het verleden moeten hebben plaatsgevonden, blijkbaar te vluchtig geweest. Door deze afstand, die er ook tussen Louis en de verdachte is geweest, is er bij mij dan ook geen sprake van een schok.

De zaterdagavond afgesloten in de, samen met Louis opgebouwde, traditie van het kijken naar de detectives op Canvas en Nederland 2. Een fles wijn erbij en wat Franse kaas, na 15 november 2005 echter wel alleen. Af en toe naar teletekst gezapt om te kijken of PSV het kampioenschap aan het verspelen is. Ja dus.

Zondag

Het is vandaag een prachtige dag. Ik besluit een stuk te gaan wandelen. Om een doel te hebben bel ik Rose, de zus van Louis, of het uitkomt dat ik een kop koffie kom drinken. Onderweg. Er worden auto’s gepoetst, er wordt in tuintjes gewerkt, wielrenners zoeven voorbij en bloesembomen staan in bloei. Ik loop via het universiteitsterrein en kom op plaatsen waar ik, in de 25 jaar dat ik nu in Nijmegen woon, nog nooit ben geweest. Maar ik zie ook plekken die herinneringen oproepen, zoals het gebouw van radiotherapie. Hier gingen Louis en ik in de maanden oktober en november van 2005 iedere dag naar toe voor mijn bestralingssessies. Louis heeft het positieve resultaat niet meer mogen meemaken.

Bij Rose en haar vrouw Caroline in de tuin gezeten. We brengen elkaar op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en maken afspraken voor de komende week. We vergelijken wat gedachtes en gevoelens. De recente gebeurtenissen hebben de modus die we gevonden hadden om met de dood en het gemis van Louis om te gaan, danig op zijn kop gezet. Gelukkig kunnen we ook over koetjes en kalfjes praten en nog beter: lachen. Louis is nog steeds bij veel dingen die we doen in onze gedachten, maar er is genoeg ruimte om ons eigen leven te leven.

Als ik thuiskom heb ik last van brandende ogen en een snotneus. Het hooikoortsseizoen is weer begonnen.

Maandag

Een ‘normale’ doordeweekse dag. Opstaan, douchen, aankleden, boterhammen smeren en koffie maken. Sinds ik geen papieren krant meer heb lees ik het nieuws vanaf internet en nuttig ik mijn ontbijt voor het computerscherm.

Ondertussen is bekend dat Bénédicte Ficq de advocate is van de verdachte van de moord op Louis. Via Google heb ik gevonden dat zij in 2001 heeft meegedaan aan VPRO’s marathoninterview. Dat ga ik een dezer dagen maar eens beluisteren.

Het recht heeft Louis en mij altijd geïnteresseerd. Als actievoerder kom je bijna onvermijdelijk wel een keer met het strafrecht in aanraking. Daarnaast is ons werk de laatste jaren verschoven in de richting van de juridische dienstverlening. Nadat we al de nodige praktijkervaring hadden opgedaan besloten we half jaren negentig ook maar de bijbehorende theorie te gaan leren. De start van onze studie aan de Open Universiteit ging van een leien dakje. Na enkele jaren kwam er, door een opeenstapeling van onprettige gebeurtenissen, de klad in. Dat geldt voor mij natuurlijk in extremis na de dood van Louis.

Gewerkt moet er natuurlijk ook nog worden. In een zaak treed ik op als gemachtigde van de zus en broer van Louis. Het betreft een, in 1992 begonnen, inzageverzoek van Louis in zijn eigen geheime dienst-dossier. Nog net voor zijn dood heeft Louis in deze zaak beroep aangetekend. Rose en Raymond-Pierre zetten deze zaak nu voort. Ik stuur vandaag een reactie naar de rechtbank op een onlangs binnengekomen stuk. Mijn pleitnota voor de komende zitting is grotendeels al klaar. Het komt nu neer op het finetunen van de formuleringen en kijken of ik niets vergeten ben.

Zo dadelijk een potje koken en vanavond nog een vergadering. Dan zit ook deze ‘gewone’ dag er weer op.

Dinsdag

Tijdens het opsporingsonderzoek hebben we als familie en vrienden geprobeerd om het, door de politie, geformeerde tegenspraakteam aan te laten vullen met een door ons voorgedragen persoon. Dat verzoek is afgewezen. Ik blijf echter van mening dat zo’n tegenspraakteam niet louter zou moeten bestaan uit politiemensen. Ook deskundigen vanuit andere (rechts)disciplines zouden, al dan niet op voordracht van nabestaanden, in zo’n tegenspraakteam zitting moeten kunnen krijgen.

Door de aanhouding van een verdachte en de toegenomen kans dat er binnen afzienbare tijd een rechtszitting komt is er een verandering gekomen in onze positie als nabestaanden. Er bestaan namelijk enkele wettelijke mogelijkheden om als nabestaanden ‘partij’ te worden in het strafproces. Inmiddels zijn we deze mogelijkheden aan het inventariseren. In het kader van deze informatievergaring bezoeken Rose en ik vanmiddag de Nijmeegse strafrechtadvocaat Frans Huijbers. Of we van de geboden mogelijkheden ook gebruik gaan maken staat nog niet vast.

Woensdag

Ik sta me te scheren. De bel gaat. In tijden als deze gaat ik dan toch maar even kijken wie er voor de deur staat. Het is iemand van een geloofsgenootschap met het onvermijdelijke blaadje in zijn handen. Of ik wel eens over het verval van de wereld heb nagedacht. Ja, denk ik, dat heb ik. Tegen de man zeg ik echter „sorry, geen interesse” en ik vervolg mijn scheerbeurt.

Voor de middag staat een gang naar het politiebureau op de agenda. Men wil mij nog wat vragen stellen in het kader van het onderzoek naar de moord op Louis. Nee, ik ben niet iemand die alles in zijn dagboek schrijft. Van dit gesprek krijgt u dus niets mee.

Bijna vier uur later kom ik moe en hongerig thuis. Dus eerst maar eens wat eten en een beetje bijkomen.

De avond gaat voorbij met hangen voor de buis. Ik kijk naar een opgenomen film, waarvan ik vooraf de inhoud niet ken: ‘Fear X’. Het gaat over een man op zoek naar het motief van de moord op zijn vrouw. Toeval bestaat niet, zegt men wel eens.

Donderdag 5 april

Als ik opsta ben ik (nog steeds) moe. Dat wordt nog wat vandaag.

’s Morgens een afspraak voor het maken van de foto bij dit Dagboek. Waar zullen we die nu weer eens gaan maken? Het graf van Louis en de plek van de moord komen wat mij betreft niet in aanmerking en De Grote Broek is al zo vaak als achtergrond gebruikt. U ziet zelf wel wat het uiteindelijk geworden is.

De afspraak die ik in de middag met een cliënt heb, over de afhandeling van zijn verzoek tot immateriële schadevergoeding, wordt verzet. Het betreffende verzoek komt voort uit een, nog door Louis in gang gezette, ‘gewonnen’ klacht tegen optreden van de politie Gelderland-Zuid.

Veel dingen van de afgelopen week doen terugdenken aan de periode van vlak na de dood van Louis. Zo ook onze bijeenkomst van vanavond met de zogenaamde ‘groep van 15’. Deze groep bestaat uit de zus, broer en vrienden van Louis uit Nijmegen en Amsterdam. Het is al weer een tijdje geleden dat we elkaar, in deze setting hebben ontmoet. In de periode vlak na 15 november 2005, zijn we met de club mensen vaak bij elkaar gekomen om dingen te bespreken en in gang te zetten. Zaken die vanavond de revue passeren zijn: wat is de laatste stand van zaken, wat doen we richting de pers, gaan we iets doen met de mogelijkheden die de wet nabestaanden biedt in het strafproces etc. etc.

De laatste regel van dit dagboek wil ik besteden aan het danken van eenieder die mij door de afgelopen zestien maanden heeft geholpen.