Tegen de jarretelfilosofie: hoerige lingerie helpt de emancipatie helemaal niet

Vroeger geloofde ik dat het een teken van bevrijding was, vrouwen die ervoor kiezen om lustobject te zijn. Fout gedacht. Wat ooit bevrijdend en grappig was, is nu door en door commercieel en zelfs gevaarlijk.

Stine Jensen

Docent literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit. Na de zomer verschijnt ‘Goddelijke brulapen’, een bundel essays over mannelijkheid en vrouwelijkheid.

Ze neemt tweehonderd vierkante meter in beslag en ze draagt een goudkleurige bikini. Deze grote reclamefoto, bestemd voor een winkelpand aan de Oude Gracht in Utrecht, heeft het ongenoegen opgewekt van de ChristenUnie. Reclame maken voor lingerie mag, stelt de ChristenUnie, maar moet de vrouw op deze manier als lustobject in de openbare ruimte worden afgebeeld? De woordvoerder van de lingerieketen ontkende dat de vrouw een lustobject zou zijn en sprak van ‘een mooie vrouw die geniet van een zonnige dag’.

Tot voor kort zou ik mij achter de lingeriewoordvoerder hebben geschaard. Van de neoconservatieve politiek christelijke wind die over Nederland waait, die moeizaam bevochten seksuele normen en waarden met betrekking tot onder meer het homohuwelijk en abortus ter discussie stelt, moet ik niet veel hebben. Een vrouw in een bikini is niet per se onderdrukt en kan even goed lustsubject zijn. Als dochter van een feministische moeder die tot vermoeiens toe benadrukte hoe belangrijk de geestelijke ontwikkeling is, vond ik de ontdekking van het verwaarloosde lichaam als bron voor plezier, verfraaiing en vrouwelijke macht een verademing. Ik zag veel in het lippenstiftfeminisme: feminisme in een aantrekkelijke verpakking. Rolmodellen van zelfstandige, geëmancipeerde vrouwen die hun seksuele onafhankelijkheid voorstaan en dat ook durven te laten zien, waren er begin van dit millennium te over. Zelf viel ik als een blok voor brainbabe Samantha uit Sex & the City, die bijna elke aflevering in haar satijnen slipje, kanten bh en naaldhakken verscheen om de man van haar keuze te verleiden. Ik vond haar slim, verfrissend, bevrijd, charmant, supersexy én geestig: ‘I don’t believe in Republican Parties or Democratic Party, I just believe in parties’.

Ik zag, kortom, het emancipatoire nut van hoerige lingerie in.

Ik heb mij vergist.

Niet de ChristenUnie heeft mij mijn vergissing doen inzien, maar twee andere dames in lingerie, die de afgelopen weken de media beheersten.

Een citaat uit hun werk : ‘„Jij wordt geen Playmate, Heleen. Alleen Playmates krijgen nietjes in hun buik. En een uitklapposter.” „Wat word ik dan? Een bunny? Krijg ik oortjes en zo’n lief, poezelig staartje?” Ik begon te giechelen.’

Op het omslag van Stout. Over flirten, succes, macht, lingerie en erotiek staat een sleutelgat, en wie het boek openslaat ziet een vrouw die haar rode slipje afstroopt tot op haar naaldhakken. In het boek treffen we onder meer aan: The making of the blootfoto voor de Playboy van Heleen. Tevens starring: het schaamhaar van Marlies. Veel lesbisch geflirt tussen Heleen en Marlies. Marlies die met haar vingers de natte lippen van Heleen beroert, Heleen met haar tong de lippen van Marlies raakt, alsof ze gaan tongzoenen. Heel, heel veel lingeriesetjes van Marlies Dekkers. En veel aanprijzingen voor het ‘stoute’ werk van Heleen van Royen, in wier werk veel en geil gewipt wordt buiten de sleur van het huwelijk.

‘Stout’ is een nogal dik uitgevallen reclamefolder in boekvorm die op de huishoudbeurs werd gepresenteerd. Stout-zijn, zo wil de boodschap, is ook weggelegd voor de gewone vrouw. Zie mij, lees mij, begeer mij, koop mij, imiteer mij, schreeuwt het boek.

‘Stout’ betekent meer dan ‘sexy’, zeggen Van Royen en Dekkers. Het betekent ook ambities verwezenlijken, werken, economische onafhankelijkheid. Daar kan ik niets op tegen hebben. Maar wat hebben economische onafhankelijkheid, het playboyproza van Van Royen en de lingeriesetjes van Marlies nu precies met elkaar te maken? Waarom draagt economische onafhankelijkheid een lingeriesetje?

Donderdag 12 april verschijnt de Nederlandse vertaling van Female Chauvinist Pigs. New York Times-journaliste Ariel Levy rekent hierin overtuigend af met de gedachte dat ‘playboy’-bunny spelen vrouwen macht zou geven. Levy noemt in haar boek veel voorbeelden van wat zij noemt de pornoficatie van de Amerikaanse samenleving: de opmars van pornografie in de populaire cultuur. Rolmodellen voor jonge vrouwen zijn Paris Hilton, die beroemd werd omdat er een pornofilmpje op het internet rondslingerde en pornoster Jenna Jameson, die met How to make love like a Pornstar de bestsellerlijsten aanvoerde. Oprah Winfrey droeg ook haar steentje bij aan de ‘erotische bevrijding’ van de vrouw door strippen en paaldanscursussen (‘goed voor de spieren’) aan te prijzen. In het televisieprogramma Girls Gone Wild gaan jonge vrouwen vrijwillig uit de kleren omdat ze een pet van GGW kunnen winnen. Ze hebben ook seks met elkaar voor de camera, aangemoedigd door een menigte mannen. Ze kleden zich als pornosterren en ze dragen een playboykettinkje om hun nek.

Ook Nederland kent zijn bimbo- en pornoficatie. Jonge vrouwen hebben het huidige playboyideaal overgenomen: glad geschoren. In Spuiten en slikken speelde Filemon onlangs mee in een pornofilm; MTV en TMF bieden dagelijks een portie billen en borstenschudden, nog niet zo lang geleden gingen jonge meiden voor Breezers uit de kleren, de doe-het-zelf huis-tuin-en-keukenpornografie neemt toe – met een webcamera zijn de grenzen gauw verlegd.

Ariel Levy is uiteraard niet de eerste feministe die zich drukt maakt om vrouwbeelden in de media. Naomi Wolf wees in The Beauty Myth (1991) er bijvoorbeeld al op dat de cosmetica-industrie en de bladenwereld onrealistische ideaalbeelden van vrouwelijkheid opwerpen. Het verschil met toen is echter dat de ideaalbeelden waaraan vrouwen zich nu in toenemende spiegelen uit de porno-industrie komen. En vrouwen gaan zelfs onder het mes om er op te lijken: een nieuwe generatie vrouwen en tienermeisjes laat hun schaamlippen verkleinen en hun borsten volproppen met implantaten.

Feministische zusters bestaan niet meer, er zijn alleen nog maar siliconenzusters.

Levy signaleert de opmars van de ‘female chauvinist pig’, de vrouw die zichzelf tot lustobject maakt. Ze ziet er niet alleen uit als een karikatuur van vrouwelijke seksualiteit, maar is net als de ‘male chauvinist pig’ seksistisch. Ze beziet zichzelf en andere vrouwen als ‘consumptieartikel’ en verafschuwt vrouwen die een ‘meisjemeisje’ willen zijn. Ze gedraagt zich mannelijk, gaat veel met mannen om, waardoor ze als een soort ‘ere-man’ figureert (een ‘loop-hole-woman’ noemt Levy dat). Ze doet alsof ze mannen snapt, weet wat die willen, en ze praat met ze mee. Ze ontwikkelt vrouwenhaat – ‘niet aanstellen, werken!’ Dat veel pornobedrijven door vrouwen worden gerund is dan ook, aldus Levy, schijnemancipatie: creatieve of originele beelden van vrouwelijke seksualiteit heeft het niet opgeleverd.

Wat ooit bevrijdend en grappig was, is nu door en door commercieel, en zelfs gevaarlijk. Het leidt tot psychische beschadigingen, seksueel riskant gedrag met een toename van overdraagbare ziekten, en uiteindelijk ook zelfverminking. Zie bijvoorbeeld de Nederlandse documentaire Beperkt houdbaar (2007) van Sunny Bergman. Daarin wijst zij op de gevaren van de cosmetica-industrie en de plastische chirurgie. In een opmerkelijke scène gaat de maakster zelf met haar benen wijd. ‘You’re a candidate’, horen we de plastisch chirurg zeggen. En om alle operaties uit te voeren (verkleining van schaamlippen, schaamheuvel slanker maken) zal ze een flinke som geld moeten neertellen. Ze laat daarbij haar erogene zones afsnijden. Wie te berde brengt dat, anders dan in Afrika, de vrouwen in het Westen de besnijdenis uit ‘vrije wil’ doen, vergeet dat de ‘vrije wil’ nogal zwak kan zijn. Hoe ‘vrij’ is de wil van een onzekere tiener dat er graag bij wil horen (in dit geval: door op een pornoster te lijken)?

In al deze gevallen gaat het om de relatie tussen beeldvorming en werkelijkheid. Flauberts Madame Bovary was een van de eerste literaire slachtoffers van de beeldvorming. Ze las uren in damesblaadjes en romannetjes over de nieuwste mode en de mooiste liefdesavonturen. Zo wilde ze ontsnappen aan middelmatige gevoelens. Als ze beseft hoe groot de discrepantie tussen de verbeelding en de werkelijkheid is, raakt ze steeds gedeprimeerder. Het contrast is zo groot dat ze zichzelf van haar leven berooft.

In deze tijd lijkt het gat tussen verbeelding en werkelijkheid gedicht: het ideaal is te koop. Het probleem is dat de ideaalbeelden waaraan vrouwen zich spiegelen gemanipuleerd zijn. In de foto’s van (naakt)modellen in vrouwentijdschriften en Playboy zijn schaamlippen weggeretoucheerd en de vagina is praktisch verdwenen. De gemanipuleerde beelden beïnvloeden vrouwen en grijpen in de werkelijkheid in. Life follows porn. Ook ‘Stout’ is in dit opzicht niet onschuldig. Marlies en Heleen presenteren zich als de softpornoster-next door: ze werpen zich op als je beste vriendin (wie stout is, is niet alleen) die je zullen helpen met het uitzoeken van de juiste string en bh. Je hoeft voor je bevrijding alleen maar naar een winkel van Marlies te rennen, want ‘macht en succes = flirten, erotiek en lingerie’ – zie hier de Nederlandse commerciële variant van de Amerikaanse droom.

Sommige journalisten vonden Stout helemaal niet ‘stout’ en spraken zelfs van ‘het nieuwe burgerlijk’ (zoals Aaf Brandt Corstius in nrc.next). Anderen prezen de timing van het boek; te midden van een nieuwe christelijke wind die over Nederland waait, met veel vrouwonvriendelijke elementen in het regeerakkoord, kon het geen kwaad als eens wat meer vrouwen de stoute schoenen aantrekken – ‘deze vrouwen hebben de tijdsgeest beter te pakken dan de opstellers van het regeerakkkoord’, aldus columniste Elsbeth Etty in deze krant. Ik zie het anders: ‘Stout’ is geen progressief boek. Het is een door-en-door commercieel boek dat de opmars van de platte bimbocultuur en de pornoficatie in Nederland inluidt. Het omarmt het playboyideaal van konijntjes, en daar past de flirterige bijna-seks tussen twee heteroseksuele vrouwen ook in. Het bejubelen van ‘werken’ krijgt akelige trekken van ‘sekswerken’, zoals het ‘bevrijdende’ poseren voor Playboy net als Heleen van Royen.

Wie moppert over vrouwen die er zelf voor kiezen om lekker stout te zijn in hun lingerie, is al gauw een tutje of een conservatief. Ook ik wil liever geen moraalridder zijn. Normen en waarden? Bah! Maar wie normen en waarden aan de commercie overlaat, belandt in bimboland. Zo zeggen Van Royen en Dekkers het zelf: „Het begon allemaal met een rode Valentijnstring. Dat is dan gelijk in een notendop de filosofie van Marlies en mij: de meeste goede dingen in het leven beginnen met een rode string. Een rode jarretel mag ook.”

De eerste Nederlandse Female Chauvinist Pigs, die hun seksualiteit als commercieel goed inzetten onder het mom van ‘emancipatie’ en ‘bevrijding’, zijn opgestaan en presenteren hun jarretelfilosofie op de huishoudbeurs.

Van de rode string is de stap naar de ‘correctie’ (lees: verminking) van de schaamlippen niet ver.

Ik heb mij vergist. Over die goudkleurige bikini geef ik de ChristenUnie gelijk.

Ariel Levy treedt op 12 april op uitnodiging van het John Adams Institute op in Odeon in Amsterdam. Moderator is NRC Handelsblad columniste Heleen Mees.