Studeren in Tsjaad

Tsjaad is binnen een paar jaar een van de meest corrupte landen ter wereld geworden. Het hoger onderwijs stelt niets meer voor. “Toetsen van vorderingen zit niet in onze cultuur.” Dorrit van Dalen

Ada, die medicijnen studeert, zonder docenten en zonder boeken. foto afp Dalen, Dorrit van

Volkswijsheid in Tsjaad: wie geschikt is om te studeren, kan niet naar de universiteit. De beste middelbare scholen zijn katholieke scholen in de hoofdstad en in het zuiden van het land. Maar het middelbare schooldiploma – dat op zich al te koop is – is niet genoeg om toegang te krijgen tot de universiteit. Daarvoor moet smeergeld betaald worden en je moet vooral een familielid hebben met macht, dat wil zeggen iemand die actief is in de partij van president Idriss Deby en die de toelatingscommissie kan opdragen om namen te schrappen of op te nemen. Dat zijn doorgaans mensen uit andere delen van het land.

Niet dat het veel uitmaakt. Het onderwijs dat de enige universiteit van Tsjaad (de islamitische universiteit niet meegerekend) biedt, heeft minder substantie dan een suikerspin.

staken

“Doet je auto het zonder duwen?’ vraagt de decaan van de letterenfaculteit dr. Ahmat Ngaré aan een collega die hem naar het bestuursgebouw moet rijden. Ngaré’s dienstauto is een week eerder door studenten in brand gestoken. Het collegejaar is net begonnen, maar de studenten staken en protesteren, omdat ze hun beurs – ongeveer 35 euro per maand – al maanden niet ontvangen.

Ook docenten staken veel, omdat hun salarissen niet worden uitbetaald. Zo heeft het collegejaar 2004-2005 voor drie van de vier faculteiten twee jaar geduurd, legt Ngaré uit. Alleen de faculteit medicijnen functioneerde net als anders. Hij zegt het expres zo, om het woord ‘normaal’ te vermijden.

Het officiële standpunt van de Inspecteur Generaal van het ministerie van Onderwijs Kodi Mahamat is, dat de staat geen geld meer heeft voor beurzen. Hij heeft de agenda van een vergadering over oplossingen voor het probleem bij de hand: alleen beurzen geven aan de armsten (“maar iedereen zal zeggen dat hij arm is”) of alleen aan de briljantsten (“maar dat zal nooit eerlijk worden vastgesteld”) of ze helemaal afschaffen. “Er zijn drieduizend studenten, dus dat levert jaarlijks zo’n 750 miljoen CFA-franken op. Daar kun je een mooie collegezaal van bouwen.”

desastreus

Maar impliciet geeft Kodi Mahamat toe dat het aldus bespaarde geld waarschijnlijk niet aan het onderwijs ten goede zal komen. Tsjaad heeft zijn nationale budget de laatste jaren kunnen verdubbelen, dankzij inkomsten uit de ontginning van olie. “Maar het blijft allemaal hangen bij de top van de politieke elite.” Die koopt er villa’s en steeds meer wapens van, om zich te verdedigen tegen de groeiende weerstand tegen haar bewind.

De gevolgen van die corruptie zijn desastreus. De universiteitsbibliotheek heeft amper boeken, de collegezalen zijn te klein, een groot deel van de studenten hoort niet aan de universiteit thuis, en het niveau van de docenten die genoegen nemen met deze omstandigheden is schrikbarend laag.

Van vijf jongens die begin oktober op de lijsten aan de muur van het rectoraat komen kijken of hun naam erop voorkomt, en of ze zich dus mogen inschrijven, hebben er drie moeite met lezen. Waarom willen ze studeren aan een slecht functionerende universiteit? “Anders zit je maar thuis”, zegt Waguing Youssef. “Er is toch geen werk.” Het gaat hen niet om onderwijs, maar om een eervolle plek in een zieke maatschappij.

Zelfs de faculteit medicijnen verdient die naam eigenlijk niet. Een laboratorium is er bijvoorbeeld niet. Ada heeft zeven jaar medicijnen gestudeerd en doet in januari haar masters-examen. “Voor sommige vakken hebben we geen docent gehad. Daarvoor heb ik in het Centre Culturel Francais zelf boeken gelezen.” Ze denkt dat de collectie van het centrum het beste bevat van wat er op het gebied van medicijnen te krijgen is. Ze begrijpt dan ook niet waarom jaarlijks honderden zieken uit N’djamena de grens oversteken naar de Kameroense provinciestad Maroua, om zich daar te laten behandelen. “Onze artsen zijn uitstekend.” Maar de Italiaanse coördinator van een medisch programma in het zuiden van het land vertelt dat alle drie de artsen die ze in dienst heeft uit andere Afrikaanse landen komen. Met Tsjaadse kandidaten kon ze niets beginnen.

handwerk

Esso, de hoofdcontractant voor de olieontginning, heeft meer dan duizend buitenlanders – Kameroeners, Filippijnen, Egyptenaren – in dienst voor geschoolde arbeid, van bedieners van machinerie tot aan ingenieurs. Tsjaadse werknemers doen het graaf- en ander handwerk. Ook voor niet gouvernementele organisaties (ngo’s) is het moeilijk om goede medewerkers te vinden. Gilbert Maoundonodji, directeur van een ngo die ondermeer het beheer van de olierijkdom door de staat monitort, zegt: “Ik geef mensen die solliciteren als onderzoeker eerst een dictee op. Daarmee vallen negen van de tien doorgaans af, en dat zijn altijd mensen die minstens drie jaar gestudeerd hebben.”

Tegelijk telt Tsjaad op dit moment ruim 13.000 werkzoekende afgestudeerden, vertelt de minister van Openbaar Bestuur, vanuit de diepe, fluwelen bank in haar kantoor. Fatimé Tchombi is omringd door raadgevers die ze voortdurend onzeker aankijkt – ze heeft deze baan ook maar gekregen als dank voor haar luidruchtige steun aan de Mouvement Patriotique du Salut. “Tot een jaar of vijftien geleden kregen afgestudeerden automatisch een baan op een ministerie. Maar dat mag niet meer van de Wereldbank”, zegt mevrouw Tchombi. En dan komt de nekslag: “Nu is het onderwijs de enige sector die ze nog opneemt.”

financiën

Zo wordt de cirkel gesloten: voor de lagere en middelbare schoolklassen staan mensen die slecht kunnen lezen en voor wie het overgaan en niet afhaken van leerlingen een kwestie van financiën is, niet van het toetsen van kennis.

“Het toetsen van competenties of vorderingen zit niet meer in onze cultuur”, zegt dr. Guelmbaye Anaclet. “De meeste mensen doen nooit meer hun best als ze hun baan eenmaal hebben.”

Geulmbaye zat op een katholiek lyceum, promoveerde in Londen als moleculair bioloog en is nu coördinator van een onderzoeksprogramma dat de Wereldbank financiert. “Tsjaad heeft hard onderzoek nodig op het gebied van landbouw. Maar de overheid heeft geen plan voor onderzoek, noch voor de competenties waar het hoger onderwijs zich op moet richten.” Waardevolle onderzoekers zijn alleen mensen die buiten Tsjaad hebben kunnen studeren. “Maar zelfs de weinige beurzen die de Coopération Française nog beschikbaar stelt, ‘verdwalen’ tegenwoordig door vriendjespolitiek.”