Spagaat

Zoals kinderen uit flats en moderne fantasiewoningen nog altijd braaf op ieder getekend huis een puntdak plaatsen, zo blijft het beeld van Nederland in de hoofden van de meesten van ons hardnekkig ouderwets. Er wordt gescholden op de koning van Marokko die zijn geëmigreerde onderdanen tot in de laatste vertakking van hun stamboom tot de zijnen rekent – tegelijkertijd blijf je in Nederland, alle felle verklaringen over erbij horen ten spijt, tot in de eeuwigheid allochtoon. Tijdens de aanloop van de vorige Kamerverkiezingen herinner ik me een debat waarin de lijsttrekkers de vraag kregen voorgelegd wie van hen de meeste allochtonen op zijn verjaardag zou ontvangen. Allemaal, links en rechts, spraken ze erover alsof het een andere menssoort betrof.

Net zo stug is de gedachte dat er over overtuigingen niet te onderhandelen valt. Steeds opnieuw wordt verklaard dat een pluriforme samenleving inschikkelijkheid van ons allemaal verlangt – maar zodra die plooibaarheid haar beslag krijgt, wordt zij afgedaan als laf of hypocriet. In de Volkskrant werd gisteren Marja van Bijsterveldt geïnterviewd, de nieuwe CDA-staatssecretaris van Onderwijs. De onvermijdelijke vraag liet niet lang op zich wachten: hoe moest dat met Ronald Plasterk, die – zo bleek uit zijn columns – het bijzonder onderwijs geen warm hart toedraagt. „U werkt intensief samen met een uitgesproken atheïst. Een ander denkraam dan het uwe, andere idealen.’’

Ja, en? De suggestie is: dit kan geen oprechte samenwerking zijn. Iemand – Plasterk of Van Bijsterveldt – is zijn eigen idealen ontrouw. Ik zou zeggen: in het nieuwe Nederland is dat een dragend ideaal, intensief samenwerken met mensen die op fundamentele punten van elkaar verschillen. Maar wie tegenwoordig ook maar een druppel water bij de wijn doet, omdat er nu eenmaal anderen zijn met andere overtuigingen, krijgt onmiddellijk het stempel van onoprechtheid of capitulatie opgeplakt. Zodra duidelijk werd dat Plasterk minister werd, trokken journalisten en commentatoren zijn columns uit de archieven om te kijken of die wel strookten met zijn opvattingen als minister. Dat het om twee verschillende posities ging en dat Plasterk een heel slechte minister zou zijn, wanneer hij nu unverfroren zijn columnistenmeningen zou blijven uitdragen, werd in de Volkskrant geduldig uitgelegd door de Vlaming Geert Buelens. Maar dat veranderde niets. Een man, een man, een woord, een woord. In de tijd van de echte verzuiling was het niet meer dan vanzelfsprekend dat er over standpunten onderhandeld werd. Het CDA is bij uitstek het product van die traditie, vandaar dat het die partij weinig moeite kost om nieuwe regeringspartners te vinden. Maar die meegaandheid staat haaks op de nieuwe verzuiling, het herontdekte bewustzijn van geloof en identiteit dat Nederland (en de rest van de wereld) in zijn greep houdt.

Er is een reactie gaande tegen de idealen en verwachtingen van na de Tweede Wereldoorlog: een reactie tegen de verdergaande eenwording van Europa, een reactie tegen het multiculturalisme, een reactie tegen het secularisme. Die drie kun je niet los van elkaar zien: ze leggen een diep verlangen naar een vastomlijnde, bevattelijke identiteit bloot. Die nieuwe hang naar de eigen groep, naar de eigen cultuur, naar nationale trots (samen met Michiel de Ruyter trekken we op tegen China en India) is uit onzekerheid geboren, uit de angst hopeloos versnipperd te raken of overspoeld te worden door een tsunami van mensen die voor jou gaan denken.

Er worden weer stellingen betrokken, overtuigingen uitgedragen. Onverzettelijkheid geldt als een kwaliteit. Ieder debat, of het nu over God of de dieren gaat, is niet bedoeld om nader tot elkaar te komen, maar juist om je eigen standpunten hard te maken als een harnas tegen de wereld. Vandaar de slotconclusie van vrijwel iedere openbare discussie of debat: de partijen kwamen niet nader tot elkaar.

Geen wonder dat de politieke partijen die in opkomst zijn, een ogenschijnlijk heldere visie uitdragen. Van de VVD en de PvdA, de grote verliezers, wordt steeds weer gezegd dat ze in een spagaat zitten. De VVD kan maar niet kiezen tussen een waarlijk neoliberalisme dat nieuwkomers verwelkomt en het bange nationalisme van Verdonk en Kamp. Tot vervelens toe wordt gesteld dat de VVD altijd een balans heeft moeten vinden tussen een populistische stroming en een klassiek conservatieve stroming en dat Mark Rutte dat niet lukt. De PvdA is niet minder gespleten, in de kritische analyse van het recente verkiezingsdebacle constateren René Cuperus en Frans Becker een duizelingwekkend aantal spagaten waarin de partij zich bevindt: een spagaat tussen het politieke midden en links, traditie en vernieuwing en de elite van hoogopgeleiden en de laagopgeleiden die zich het slachtoffer wanen van globalisering en immigratie.

Er is niks nieuws aan die spagaten, die bestonden vroeger net zo goed – nieuw is dat ze de kiezer bij deze partijen wegjagen. Rutte en Bos zijn zulke zwakke leiders omdat zij zich volledig hebben laten overdonderen door de aantrekkelijke eenduidigheid van Wilders en Marijnissen, die direct inspelen op de nieuwe behoefte aan houvast in een onzekere wereld – een behoefte die geen spagaten toestaat.

Maar dit is een tijd van spagaten, zo’n spagaat waarin Plasterk en Van Bijsterveldt zich bevinden. Hoe kom je op voor je overtuigingen in een wereld van andersdenkenden? De spagaat waarin de VVD staat, voert direct terug op een reële vraag: hoe houd je een besef van gemeenschap overeind in een wereld die dreigt te versplinteren? Hetzelfde geldt voor de PvdA: hoe bescherm je mensen tegen de negatieve effecten van de globalisering, terwijl je erkent dat die globalisering de toekomst is?

Herkenbaarheid hoeft niet hetzelfde te zijn als eenduidigheid. Wilders en Marijnissen vertellen één kant van het verhaal; het hele verhaal moet verteld worden. Juist de spagaat zou voor deze partijen het uitgangspunt moeten worden voor een krachtig politiek betoog. Niks terug naar de ideologie of het populisme, zoals nu voorspelbaar bepleit wordt. Dat Plasterk en Van Bijsterveldt, ondanks hun verschillende inzichten, kunnen samenwerken, is geen zwaktebod, het is een bekrachtiging van het pluralisme waarmee we moeten leren leven. Maak dát tot je nieuwe verhaal; en stop met infantiele oproepen in het partijblad tot een verbod op de koran of onbenullige aanklachten tegen Weekend over een foto van je kinderen.

En Michiel de Ruyter? Die is dood.