`Ruilen` van donornier is een slecht idee

Momenteel wordt 41 procent van de niertransplantaties uitgevoerd met een nier van een levende donor. Donoren en ontvangers hoeven geen verwanten te zijn. Er bestaat een uitwisselingsprogramma voor nierdonatie waaraan patiënten die om medische redenen (verkeerde bloedgroep, afweerreacties) niet geholpen kunnen worden door de persoon die aan hen een nier wil afstaan, met hun donor kunnen deelnemen. Ook dit programma is niet toereikend. Daarom is de wachtlijstruil bedacht: een ruil vindt plaats tussen in het programma niet te helpen donor/ontvangerparen en de lijst van patiënten die op een postmortale nier wachten (NRC Handelsblad, 26 maart).

De nier van de donor die aan het uitwisselingsprogramma deelneemt wordt gegeven aan de eerste voor transplantatie in aanmerking komende patiënt op de wachtlijst. In ruil krijgt de patiënt aan wie hij of zij aanvankelijk had willen doneren een hoge urgentie op de wachtlijst voor postmortale nieren. De Gezondheidsraad heeft hierover onlangs een negatief advies uitgebracht.

Aan de huidige wetgeving liggen belangrijke ethische overwegingen ten grondslag. Rechtvaardigheid stond voor de wetgever destijds voorop. Ook internationaal is aanvaard dat de toegang tot transplantatiezorg voor eenieder gelijk moet zijn. Verschillen in behandeling zijn te rechtvaardigen, doch slechts indien en voor zover zij voortvloeien uit medisch te duiden verschillen tussen mensen: de gezondheidstoestand van de patiënt, de urgentie, de kwaliteit van het orgaan, zijn compatibiliteit en transporttijd, de tijd doorgebracht op de wachtlijst en het te verwachten resultaat. Terecht houdt het adviesorgaan vast aan dit (in de gehele gezondheidszorg geldende) rechtvaardigheidsidee.

Met andere woorden: zelfs indien een pilotstudy zou uitwijzen dat wachtlijstruil uiteindelijk méér patiënten in hun orgaanbehoefte bevredigt, dan nog is wachtlijstruil moreel onaanvaardbaar. Het verstandige advies luidt dan ook dat men er beter aan doet te zoeken naar oplossingen waarvoor ethiek en recht wel ruimte bieden.