Pippi Langkous

Hoewel haar vader als kapitein de wereldzeeën bevaart, is Pippi Langkous zelf nogal honkvast. Afgezien van een avontuurlijke reis naar Taka-Tukaland komt ze Zweden niet uit. Dat is niet zo vreemd, want waarom zou je nog op reis gaan als je zoals zij woont in villa Kakelbont?

Als Pippi Langkous de Nederlandse nationaliteit had, of desnoods twee paspoorten, zou haar huis in Rhenen staan. Dit houten huis kwam in 1925 vanuit Silezië (Polen) als bouwpakket per trein naar Nederland. Het is neergezet op de plek waar de Utrechtse heuvelrug abrupt overgaat in de uiterwaarden van de Rijn.

De witte daklijsten, de groen met witte luiken en de rode dakpannen steken vrolijk af bij het zwart geteerde hout. Binnen is al het hout bruin gebeitst. Vanuit de hal leidt een brede trap naar grote slaapkamers op de eerste en tweede verdieping. Op de begane grond kijk je vanuit de woonkamer – met openslaande deuren naar het terras – de eetkamer en de keuken, uit op de rivier. Nu, in het vroege voorjaar, hebben de ooievaars nog het rijk alleen in de uiterwaarden, maar over een paar weken krijgen ze gezelschap van koeien. Rondom het huis staan oude kastanjes. Verderop bloesemen de fruitbomen, de perzik roze en de abrikoos wit. Braamstruiken overwoekeren de druivenranken en de oude kippenren. In de schuur broedden vorig jaar ransuilen.

Nadat er een tijd oud-Indiëgangers hadden gewoond, werd het huis in 1966 gekocht door een insectenkundige van de Wageningse universiteit. De heuvelachtige tuin deed hem aan zijn Limburgse geboortegrond denken. Hij woonde er met zijn vrouw en hun vijf kinderen. In de vakanties kwamen alle neefjes en nichtjes logeren. Maar de kinderen zijn volwassen, het echtpaar is overleden en villa Kakelbont staat te koop.

De afgelopen 15 jaar is er niet veel meer aan het huis gedaan. Heel wat kozijnen en daklijsten zijn aan vervanging toe. Bovendien wordt het wel eens tijd voor aansluiting op het riool. Ook binnen valt heel wat te doen. Als er nieuwe bewoners komen, moet waarschijnlijk de keuken het ontgelden. Wat jammer zou zijn, want zo’n authentieke Bruynzeel uit de jaren twintig moet je koesteren. Ook de badkamer is aan vervanging toe. De tegels zijn door de vrouw des huizes ooit knalblauw geschilderd, de muur erboven rood. Pippi zou er volmaakt gelukkig zijn.

Wilma van Hoeflaken

Foto Luciana Caputo