Partij van de Siësta

1389

Het heeft lang geduurd, maar nu kunnen we er vrijwel vast op rekenen dat nog in het eerste decennium van deze eeuw in Nederland belangrijke spoorwegverbindingen worden voltooid en dat er een rookverbod voor de horeca komt, misschien met uitzondering van de coffeeshops. Laten we geen waardeoordeel uitspreken, maar alleen vaststellen dat tussen het ogenblik waarop de aanzet tot het eerste plan werd gegeven en de voltooiing tientallen jaren zijn verlopen. Dat is geen moreel maar een wetenschappelijk vraagstuk.

Destijds hadden we de Britse professor E. Northcote Parkinson. Hij ontdekte dat in dergelijke gevallen het proces van de oplossing zich vaak voltrekt volgens bepaalde wetmatigheden die met voor de hand liggende redelijkheid, gezond verstand, inzicht niets te maken hebben. Altijd weer. Het gaat ongeveer op de volgende manier. Eerst wordt het probleem ontdekt. De verstandigste mensen denken na over een oplossing. Daaruit ontstaat het plan. Dat vordert tot een officieel voorstel. Het bereikt de openbaarheid en daar wordt het prooi van een ongeteld aantal bijgelovigen, piskijkers, belangengroepen, zakkenvullers, kwakzalvers die ‘de discussie openen’. De eenvoud van het begin wordt tot een eindeloos doolhof. Dan wordt toch de eerste spade in de grond gestoken, maar de discussie gaat door. Als ten slotte het lint wordt doorgeknipt, blijkt dat het oorspronkelijk plan in grote trekken is uitgevoerd, maar dat heeft tweemaal zo lang geduurd en tweemaal zoveel gekost.

Deze week zag ik op de Amerikaanse televisie, NBC, een programma over dikke kinderen. De presentator had zijn bezorgdste gezicht getrokken. Terwijl het ene kamerolifantje na het andere door het beeld sukkelde, vertelde hij dat het nu een nationale epidemie was: 25 procent van de kinderen was veel te dik. We moesten rekening houden met een dalende gemiddelde levensverwachting. Er verscheen nog een heel dik meisje van een jaar of acht. Ze propte de frieten met haar hand naar binnen. Ten slotte eiste de presentator maatregelen.

Een jaar of vijftien geleden kwam ik voor het eerst met de Amerikaanse dikte in aanraking, op de hoek van Canal Street en de Zesde Avenue. Er was noodweer op komst, maar het was nog droog. Daar kwam een dame op me af. „Taxi delen?”, vroeg ze. Goed. We hielden er een aan, gingen op de achterbank zitten.

Toen heb ik voor het eerst direct ervaren wat de dikte van de ander voor de min of meer magere betekent. Ik zat in de dwangbuis die ze door haar omvang had overgelaten. Overigens was ze de vriendelijkheid zelf.

Dertien jaar gingen voorbij. Toen zag ik, ook op de televisie, twee meisjes. Die van 14 woog 95 kilo; de andere, 19, verklaarde snikkend dat ze 130 woog. Iedere dag werden ze door McDonald’s verleid tot het eten van een Big Mac en appeltaart met slagroom. Nu willen ze schadevergoeding en een gratis operatie. Hun advocaat die de slachtoffers van de tabaksindustrie al miljarden aan schadevergoeding had bezorgd, trof voorbereidingen om nu McDonald’s, Pizza Hut en Kentucky Fried Chicken aan te pakken. Hij had goede moed dat hij er een paar miljoen uit zou kunnen halen. Niets meer over gehoord. De porties in Amerikaanse restaurants zijn nog even wanstaltig groot.

Ongeveer een halve eeuw nadat onomstotelijk was bewezen hoe erg het roken van sigaretten is, werd door burgemeester Bloomberg, zelf ooit roker, het radicale rookverbod afgekondigd. Ik was ooggetuige toen het om middernacht van kracht werd. De asbakjes werden van de tafels gegrist, ook bij mij terwijl ik er juist een had opgestoken. Ik protesteerde. Wilt u soms dat we driehonderd dollar boete krijgen, snauwde de anders zo vriendelijke ober. Nu, vijf jaar later is dit café zelf opgeheven. Tien jaar geleden begonnen de dokters zich ongerust te maken over de vetzucht. Je kunt nu magere gerechten bestellen, maar die zijn even omvangrijk en op straat kan iedereen zich nog tot zijn kruin toe volvreten. Nog veertig jaar. Dan is het daarmee ook afgelopen.

Twee weken geleden heb ik op deze plaats een stukje geschreven over de heilzaamheid van het middagdutje. Dat had ik al lang geleden ontdekt, en ik was toen al lang niet de enige. Nu zijn Griekse geleerden, na zes jaar de dagindeling van 23.681 mannen en vrouwen te hebben bestudeerd, tot de conclusie gekomen dat een middagdutje van een half uur het risico van een hartaanval met 37 procent doet verminderen. Ik had al eerder het recht van de werknemer op een siësta bepleit. Zo’n half uurtje slaap tussen twee en drie bevordert de levenslust. De winst aan productiviteit en inventiviteit is onmetelijk veel groter dan het verlies aan arbeidstijd.

Kort nadat de krant was verschenen kreeg ik een e-mail van bijval. De hele week kwamen bewijzen van instemming binnen, en ook een mail van iemand die voorstelde een partij op te richten. Misschien heb ik aan een sluimerende volksbehoefte geraakt. Mocht het ooit zo ver komen, laten we dan goed hebben beseft wat we tegemoet gaan. Hoon, spot, haat, dat is alle revolutionairen ten deel gevallen. Maar nu gaat het om de moderne bedrijfsinrichting, de sluipende collectivisering van de werkruimte, de transparantie van alles waardoor iedereen beroofd wordt van de privacy die hij/zij nodig heeft om een half uurtje onder zeil te kunnen gaan. Als het ooit tot de oprichting van een Partij van de Siësta komt (door de tegenstanders van straks de Dutpartij genoemd) moet eerst de binnenhuisarchitectuur van de werkplaats worden aangepakt. Eerst de volstrekt andere mogelijkheden laten zien. Dat vergroot de verleiding. En als we in 2047 nog niet onze zin hebben gekregen, houden we ermee op.