Paddo’s en accijnzen

Toen ik jaren geleden een tijdje in Edinburgh woonde, kwam ik er tot mijn verbazing achter dat sommige Schotse vrienden het regelmatig hadden over thee, getrokken van paddo’s, alsof ze net nog even bij een goed gesorteerde smartshop waren langsgeweest. Niet geheel vrij van Amsterdamse arrogantie informeerde ik waar ze die dan in hemelsnaam wel niet vandaan haalden. Het antwoord was verbluffend simpel: gewoon, uit het grote, heuvelachtige stadspark. Daar kwamen ze van nature voor. Alle locals wisten precies hoe ze eruit zagen, in welke dalletjes en op welke plekken ze groeiden, en wanneer ze te plukken waren. Deed men in Schotland al honderden, misschien wel duizenden jaren, aldus een hippie-achtige kennis die eruit zag alsof hij al zijn vrije tijd temidden van stenen cirkels doorbracht. Smartshops? Wat een onzin!

Wie in Londen een joint wil roken, belt een crimineel. Die crimineel levert niet alleen wiet, maar zal en passant, en bij herhaling, informeren of er niet ook behoefte is aan andere uitstekende, kwalitatief hoogstaande producten uit zijn assortiment, van ketamine en GHB tot ecstasy, cocaïne en de rest van de Class A’s.

Smartshops, onzin?

De merkwaardige consensus die er opeens is ontstaan in Nederland over het verbieden van paddo’s, naar aanleiding van de dood van een 17-jarige Franse toeriste, vormt een wrange illustratie van het psychologische fenomeen dat ik in mijn vorige column signaleerde, een fenomeen dat ooit door Stalin pakkend werd samengevat als „Eén dode is een tragedie, een miljoen doden is een statistiek.” Onze empathie, inlevingsvermogen en compassie zijn het sterkst wanneer het gaat om één andere mens als slachtoffer; bij twee neemt het al af; bij grote groepen slachtoffers blijken we nauwelijks in staat een emotionele reactie op te brengen, zo blijkt uit onderzoek. Eén overleden jonge Francaise is erg, vormt zelfs een probleem voor onze buitenlandse betrekkingen; duizenden alcohol- en nicotinedoden per jaar worden niet opgemerkt.

Nog afgezien van de morele aspecten – iedere drugsdode is tenslotte erg, wat de oorzaken ook zijn – is het eigenlijk wel functioneel of effectief om paddo’s volledig te gaan verbieden? Wie eens om zich heen kijkt, en kijkt naar ervaringsdeskundigen als de Schotse hippie, weet het antwoord op deze vraag al. Mensen hebben geestverruimende middelen gebruikt zolang de soort bestaat, en andere soorten waarschijnlijk al daarvoor. Ik herinner me een geweldige natuurdocumentaire op de BBC over verschillende diersoorten die ieder hun eigen vorm van drugs hadden. Olifanten trokken naar een bepaalde grot met een specifieke kleisoort, wreven zich daartegenaan en waren vervolgens al hun huidparasieten kwijt. Maar ook waren er apen die gretig de drankjes van toeristen opdronken, katachtigen die op planten kauwden en in katzwijm over de grond rolden, en luiaards (of een kleine apensoort, daar wil ik vanaf zijn) die in giftige kevers beten en vervolgens stoned uit hun boom vielen.

Maar goed, wellicht is voor de gemiddelde Nederlandse politicus een aap of een langharige Schot niet helemaal overtuigend als getuige-deskundige. Daarom gaan we ook even te rade bij het gezaghebbende medische tijdschrift The Lancet, dat in het laatste nummer een artikel publiceerde van wetenschappers van de Medical Research Council, het hoogste adviesorgaan van de Britse regering op het gebied van drugs. „We hebben een enorm probleem”, aldus Colin Blakemore, hoofd van de MRC in The Guardian. „Drugs zijn gemakkelijker verkrijgbaar, goedkoper en sterker dan ooit tevoren, en het gebruik is nooit eerder zo wijdverbreid geweest. Het beleid dat we de afgelopen veertig jaar hebben gevoerd heeft duidelijk niet gewerkt [...] als het gaat om het terugdringen van het drugsgebruik. Ik denk dat er een frisse blik nodig is.”

Het team van onderzoekers stelt een herclassificatie voor van alle drugs, op basis van de sociale en individuele schade die ze berokkenen. Volgens hun bevindingen zijn alcohol en tabak beduidend schadelijker dan cannabis, LSD of ecstasy. In het huidige Britse systeem zou alcohol dan een Class A-drug worden, en tabak Class B. Nieuws is deze informatie natuurlijk niet; wel bijzonder is dat een regeringsadviesorgaan met dergelijke conclusies durft te komen.

Een verbod op paddo’s is niet functioneel als het gaat om het voorkomen van drugsdoden – die zullen hooguit toenemen wanneer de handel ondergronds gaat, en de voorlichting dus verdwijnt. Zo’n verbod is wél functioneel als het gaat om het afgeven van een sein aan de grote buitenwereld – want we willen tenslotte wel fijn blijven meestampen op het toneel van de wereldpolitiek, en zijn maar al te bereid om daarvoor onze liberale wetten aan te passen.

Als de Nederlandse regering werkelijk iets zou willen ondernemen om de schade veroorzaakt door drugs aan te pakken, zou zij allereerst alcohol en tabak moeten verbieden. Maar laat de regering daar nu net een onmisbare bron van inkomsten aan hebben! Dát, en niet het feit dat het ook nog eens een onpopulaire en sociaal onhaalbare maatregel zou zijn, is de werkelijke reden voor de politieke willekeur als het gaat om drugs, en het daarmee samenhangende, paniekerige ad hoc beleid.

Het Nederlandse drugsbeleid draait in de eerste plaats om accijnzen, op de tweede plaats om wat het machtigere buitenland ervan zal vinden, en pas ergens op een derde plaats, of nog lager, om de veiligheid en bescherming van gebruikers zelf.