Op zoek naar ‘dubbel dividend’

De net in functie getreden ministers zoeken de samenspraak met niet gekozen representanten van het Nederlandse volk. Inmiddels verbijt de democratisch gelegitimeerde oppositie in de Tweede Kamer haar ongeduld om de bewindslieden ter verantwoording te kunnen roepen over beleid dat voor de komende vier jaar op stapel staat. Kennelijk gaan de bewindslieden zo op in pogingen de samenleving te temperaturen, dat hun agenda’s onvoldoende tijd laten om nieuw beleid gecoördineerd vorm te geven. Anders valt de recente beleidschaos aan het milieufront moeilijk te verklaren.

Eerst maakte minister Cramer – van leefomgeving en ruimtelijke ordening – twee weken geleden bekend dat zij de overdrachtsbelasting wil verlagen, wanneer een goed geïsoleerd woonhuis van eigenaar wisselt. Het zojuist gesloten regeerakkoord maakt van deze maatregel echter geen melding. Evenmin biedt het er financiële dekking voor. Staatssecretaris De Jager, hij heeft belastingzaken in zijn portefeuille, zal raar hebben opgekeken. Hij lanceerde enkele dagen later op zijn beurt een plan voor verdergaande vergroening van het belastingstelsel dat niet was afgestemd met milieuminister Cramer.

De Jager komt deze kabinetsperiode met een reeks milieubelastingen, waaronder een heffing op verpakkingen en een belasting op vliegtickets. Deze maatregelen staan vermeld in het regeerakkoord en zijn samen goed voor een meeropbrengst van ruim 1 miljard euro. De staatssecretaris vult het regeerakkoord op eigen houtje aan en wil vanaf 2009 nog eens 1 miljard extra ophalen door milieu belastende activiteiten zwaarder te belasten. De extra opbrengst is bedoeld om de belastingdruk op arbeid en winst te verlagen. Zo’n wijziging van de belastingmix zou zowel het belang van een schoner milieu als dat van de werkgelegenheid kunnen dienen, omdat inschakeling van arbeid als gevolg van de lagere loonkosten voor de werkgever eerder loont. In deze visie is sprake van een ‘dubbel dividend’.

De proefballon van de bewindsman kreeg nogal wat aandacht in de media, maar bracht feitelijk niets nieuws. Geleidelijke uitbreiding van het aandeel van ecotaksen in de totale belastingopbrengst staat al jaren op de agenda van achtereenvolgende kabinetten, ongeacht hun politieke kleur. Zo liep volgens cijfers van het CBS de opbrengst van milieuheffingen en milieubelastingen tussen 1995 en 2005 op van 12 miljard tot 20 miljard euro. Dat oogt groen, maar ook de opbrengst van de meeste andere belastingen is flink toegenomen. Hierdoor groeide het aandeel van de ecotaksen in de totale belastingopbrengst amper, van 16 tot 17 procent.

De afgelopen jaren is het tarief van de winstbelasting al verlaagd van 34,5 tot 25,5 procent. Er bestaat geen enkele reden dat tarief verder te verlagen. Daarmee zou Nederland slechts een onwelkome bijdrage leveren aan de race to the bottom, waarbij lidstaten van de Europese Unie elkaar beconcurreren met een reeks tariefverlagingen in de hoop vluchtige economische activiteiten aan te trekken. Bovendien moeten hier gevestigde Japanse bedrijven dan ook in hun eigen land belasting gaan betalen over in Nederland behaalde winst. De uittocht van die bedrijven zou onze economie grote schade berokkenen.

Wel kan het zinvol zijn de opbrengst van milieubelastingen te gebruiken voor verlaging van de sociale lasten. Dit maakt het voor werkgevers eerder lucratief om werknemers in dienst te nemen. Ook hier niets nieuws onder de zon. In 1993 was nog een kwart van de loonkosten van een minimumloner bestemd voor de fiscus, nu niet meer dan een tiende.

Het is evenwel onzeker of het ‘dubbele dividend’ zo eenvoudig valt te incasseren. De invoering van forse ecotaksen kan de investeringen in Nederland onder druk zetten, of ertoe leiden dat productieve activiteiten worden verplaatst naar het buitenland, dat geen of veel lagere milieuheffingen kent. Dit kost banen, waardoor de sociale uitgaven stijgen en het lastenpeil dreigt op te lopen. Om deze reden kent de rijksbelasting op gas en elektriciteit een extreem laag tarief voor grote bedrijven met een energie-intensief productieproces. Dit valt goed te begrijpen, maar druist in tegen de gedachte dat de vervuiler betaalt.

Verder leert onderzoek naar de gevolgen van lastenverschuivingen dat een verlaging van directe lasten op arbeid, die wordt gefinancierd uit hogere milieulasten, niet zonder meer leidt tot lagere loonkosten en extra banengroei. Vereist is dat collectieve lasten daadwerkelijk worden verschoven van werknemers naar kapitaalverschaffers, uitkeringsontvangers, gepensioneerden of zelfstandigen. Zo niet, dan heeft het omroeren van de belastingmix weinig of geen effect. De achterliggende redenering luidt als volgt. Worden overheidsuitgaven voor een groter deel gefinancierd door invoering van nieuwe ecotaksen, dan stijgen de kosten van levensonderhoud. Krijgen werknemers deze prijsstijging gecompenseerd via een verhoging van hun brutoloon dan veranderen de loonkosten voor werkgevers nauwelijks of niet. Inschakeling van arbeid blijft duur en de beoogde groei van de werkgelegenheid blijft achterwege. Zo’n afwenteling van milieubelastingen is echter niet de bedoeling en staat evenmin op voorhand vast. Wanneer werknemers hogere milieuheffingen accepteren en de sociale lasten dalen, kan de samenleving inderdaad een ‘dubbel dividend’ incasseren.

Het kabinet zit klaar om zulke dividendcoupons te knippen. Dat veronderstelt echter een samenhang in het milieubeleid die de afgelopen weken nog schromelijk ontbrak.