‘Niet alle asielzoekers zijn zielig’

‘Op school moesten we voor aardrijkskunde een werkstuk maken, ik koos voor het onderwerp ‘Somalische vluchtelingen’. Niet om een speciale reden, waarschijnlijk was het een idee van mijn vader. Iemand van de kerk hoorde over dat werkstuk van mij, en vroeg of ik niet eens mee wou naar het asielzoekerscentrum. Ze ging daar met een groep elke week heen om christelijke literatuur uit te delen, liederen te zingen, koffie te drinken en mensen te bezoeken. Ik was zeventien, en die eerste keer was een hele belevenis. Zo was er een Afghaanse mevrouw die uit verveling eieren uit het raam gooide. Ze woonde met haar gezin op een piepklein kamertje.

Het was onwennig in het begin, die mensen die geen Nederlands spraken en soms nauwelijks Engels. Maar ik merkte hoe makkelijk je desondanks contact kreeg, omdat ze zoveel behoefte hadden aan aanspraak. Al gauw ging ik elke week een paar keer langs, en het aantal mensen die me uitnodigden werd steeds groter. Bij de een dronk ik koffie, met een ander ging ik naar de supermarkt. Soms hielp ik iemand met een formulier, of ik vertaalde iets. De gastvrijheid was altijd fabelachtig. Al het lekkers dat ze in huis hadden, kreeg ik voorgeschoteld. Koekjes, cake, chips, chocola. Sommigen nodigde ik uit voor mijn verjaardag, en met Kerst zat ons huis elk jaar vol. Arabieren, Iraniërs, Afrikanen. Iedereen nam wat eten mee, er was muziek, er werd gedanst. Echt feest was het dan.

Ik kreeg verkering met Diamond, een Nigeriaan. Hij was ook achttien, net als ik, en pas drie maanden in Nederland. Hij maakte indruk op me omdat hij zich graag wilde aanpassen aan de Nederlandse gewoonten, en heel spontaan en enthousiast was. We zijn nog steeds bij elkaar, getrouwd en wel intussen. Zeven jaar en elf maanden heeft het geduurd voor hij een verblijfsvergunning kreeg. Als voorzitter van een studentenraad had Diamond in mei ’98 deelgenomen aan de demonstraties tegen de regering in Nigeria. Hij is gearresteerd en naar de gevangenis gebracht. Met hulp van een beambte die medelijden met hem had, is hij ontsnapt en ondergedoken bij de gevangenispastor. Die heeft hem helpen vluchten naar Nederland.

Dit verhaal heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst nooit geloofd. Het viel ook niet te bewijzen, alleen die demonstraties zijn algemeen bekend. Dat zijn broer later in zijn plaats is opgepakt en een half jaar heeft vastgezeten, om hem, was niet aan te tonen. Maar ook op andere punten werd Diamond niet geloofd, de IND dacht dat hij loog over zijn identiteit en zijn nationaliteit. Zijn adres in Nigeria zou niet bestaan, de scholen waar hij op had gezeten zouden niet bestaan. Diamond had gelukkig een goede advocaat gevonden bij het in asielzaken gespecialiseerde kantoor Hamerslag & Van Haren, en die heeft de IND onder druk gezet. De bewijzen die Diamond later alsnog kon overleggen, zoals een schoolrapport, hebben de IND ervan overtuigd dat de onderzoeken van Buitenlandse Zaken niet zorgvuldig waren uitgevoerd. Op grond van het ‘driejarenbeleid’ – hij zat al langer dan drie jaar in de procedure – kreeg hij uiteindelijk een verblijfsvergunning.

Na deze ervaringen wilde ik graag rechten gaan studeren, en me bekwamen in het immigratierecht. Met het idee om later als advocaat mensen te kunnen helpen. Maar aan het eind van mijn studie heb ik bij twee advocatenkantoren stage gelopen, en toen kreeg ik meer en meer behoefte om ook de andere kant te zien. Langzamerhand kom je er namelijk achter dat sommige asielzoekers wel degelijk op grond van leugens een verblijfsvergunning krijgen. Dat er mensen zijn die de boel bedonderen, had ik al gemerkt bij Vluchtelingenwerk, waar ik tijdens mijn studie als vrijwilliger heb gewerkt op het juridisch spreekuur. Daar heb ik het leed gezien van asielzoekers die jaren procederen en al die tijd in onzekerheid zitten, en ik heb mensen gezien die je belazeren. Zo was er een man die vanwege de nieuwe wet zijn verblijfsvergunning had moeten verlengen. Hij had de oproepen niet ontvangen, waarschijnlijk omdat hij in het buitenland zat, en nu was hij zijn status kwijt. Tegen mij zei hij dat hij al die tijd gewoon in Nederland was geweest, maar hij kon nog geen kassabon laten zien uit die periode. Dan weet je het wel.

Om een goede jurist te kunnen worden, moet je die keerzijde onder ogen willen zien. En moet je de verschillende posities kunnen begrijpen, die van de asielzoeker en zijn advocaat, die van de IND en die van de rechtbank. Je kunt nog zo’n goed hart hebben, maar als je dat niet kan, word je geen sterke jurist. En juist in het vreemdelingenrecht zijn die hard nodig. Dus toen ik eind vorig jaar een vacature zag bij de IND, dacht ik: hé, dat is een mooie baan. Ik vroeg aan Diamond wat hij ervan vond, en hij zei: als je denkt dat je daar wat kan leren, meteen solliciteren. En dat heb ik gedaan. Ik was blij verrast dat ik werd aangenomen.

Nu zit ik dus sinds kort aan de andere kant. Ik bestudeer de dossiers van mensen die in beroep zijn gegaan tegen een negatieve beschikking. Niet alleen asielzoekers, het gaat bijvoorbeeld ook om mensen wier verzoek om gezinshereniging niet is ingewilligd. Namens de IND schrijf ik een verweer, waarin ik uitleg waarom het beroep niet ontvankelijk dan wel ongegrond is. De rechter doet vervolgens uitspraak.

Een asielzoeker die ik van vroeger kende en die hoorde van mijn nieuwe baan, vond dat ik een slecht mens was. Want bij de IND werkten volgens hem alleen maar slechte mensen. Een oud-cliënt van me bij Vluchtelingenwerk vond het juist heel goed dat ik dit ben gaan doen. Er zouden meer mensen zoals ik bij de IND moeten werken, zei hij. Maar meestal moet ik me verdedigen, mensen vragen me of dit geen verraad is aan mezelf en aan mijn achtergrond. Nee, dus. Ik sluit niet uit dat ik alsnog ooit advocaat word, en dan is deze ervaring heel nuttig. En inderdaad, ik heb ook wel het idee dat ik anderen misschien positief kan beïnvloeden door wat ik met mijn man heb meegemaakt, hoe idealistisch dat ook mag klinken. Zo ben ik een vurig voorstander van een pardonregeling, en dat vertel ik mijn collega’s dan ook. Overigens proberen de meesten, zo heb ik gemerkt, in alle eerlijkheid te bekijken of een vreemdeling in een bepaalde schrijnende situatie misschien toch in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Dus nee, ik heb niet het gevoel dat ik me op vijandelijk terrein bevind.

Het belangrijkste is in mijn ogen een goede, eerlijke procedure. Daarom zie ik ook niet zo’n enorm contrast tussen wat de advocaat van de asielzoeker doet en wat ik doe. Of je nu een beroep schrijft of een verweer, je moet in beide gevallen met de juiste juridische argumenten komen. Ik houd van de strijd van het proces. Daarom maak ik me ook kwaad om klunzige advocaten. Ik heb weleens de neiging om de telefoon te pakken en te zeggen: zou u geen andere advocaat nemen?

De IND heeft veel kritiek gekregen de afgelopen jaren, maar dat was niet altijd terecht, denk ik. Een treurige situatie is op zichzelf nu eenmaal geen reden om iemand in Nederland te laten blijven. En wat betreft de lange wachttijden, waar Diamond en ik zelf ook mee te maken hebben gehad, die behoren sinds de invoering van de nieuwe Vreemdelingenwet tot het verleden. Maar ook al begrijp je meestal waarom er bepaalde regels zijn, er zijn ook randgevallen waar je moeite mee hebt. Het beleid kan soms hard zijn. Soms vind ik dat de uitvoering wat minder streng zou mogen. En wat ik lastig vind, is dat iemand om een kleine misstap – waar hij al voor gestraft is – zijn recht op een verblijfsvergunning kan verspelen. De regel is dat je geen misdrijf gepleegd mag hebben, maar daaronder valt bijvoorbeeld ook het werken op de papieren van iemand anders. Terwijl ik me heel goed kan voorstellen dat iemand die bijna uitgeprocedeerd is en geen recht meer heeft op opvang, zich genoodzaakt ziet om te werken en daarom de papieren van iemand anders leent. Het recht is niet altijd rechtvaardig.

Stel, ik zou het vluchtverhaal van mijn man op mijn bord gekregen hebben. Als IND’er zou ik afgegaan zijn op de ambtsberichten van Buitenlandse Zaken. Zo werkt het nu eenmaal, je moet kunnen vertrouwen op de deskundigheid van anderen. Op dat moment had ik niet kunnen weten dat die onderzoeken niet zorgvuldig waren uitgevoerd. Dus als ik dan had gelezen dat zijn huis, zijn straat en de scholen waar hij op had gezeten niet bestonden, had ik ook gedacht: daar klopt niets van, afwijzen. Daarom zijn goede advocaten zo belangrijk.

Eind 2000 werd het asielzoekerscentrum waar ik sinds mijn zeventiende zo vaak geweest was, gesloten. Ik vond het wel jammer, maar anderzijds ging ik in die tijd zelf een nieuw leven beginnen als student in Leiden. En met sommige bewoners die een verblijfsvergunning kregen en in de buurt bleven wonen, heb ik contact gehouden. Mijn passie voor vluchtelingen is nog even groot als vroeger. Alleen vind ik niet meer, zoals toen ik achttien was, iederéén zielig.”

Opgetekend door Brigit Kooijman