Mindervalide verrast hulpdienst bij rampen

Ouderen en invaliden kunnen zich vaak niet goed in veiligheid brengen bij een ramp of calamiteit. Hulpdiensten zijn er nauwelijks op getraind.

Bij een lek in een aardgasleiding, gisteren in Enkhuizen, werd een hele buurt geëvacueerd. Mensen met beperkingen, zoals veel ouderen, zouden maatregelen moeten nemen om zich bij calamiteiten te kunnen redden. Volgens de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid moeten gemeenten werk maken van het registreren van gehandicapten. Foto Martin Mooij Enkhuizen, 6 april 2007. GASLEK. WOONWIJK ONTRUIMD. Enkele bewoners van een verzorgingshuis zijn blij dat ze weer terug kunnen naar hun woning. Alleen het hondje is nog wat ontdaan.foto Martin Mooij Mooij, Martin

Trapliften die niet meer functioneren, rolstoelpatiënten die hun huis op eigen kracht niet uit kunnen, demente bejaarden die alarmsignalen of het geluid van brandmelders niet herkennen. Mindervaliden, vijftien tot twintig procent van de bevolking, lopen extra risico’s in geval van calamiteit of ontruiming. Maar brandweer, politie en andere hulpverleners zijn daar nauwelijks op voorbereid. Ook gemeentelijke rampenplannen voorzien niet in hulpverlening aan deze kwetsbare groep.

De Taskforce Handicap en Samenleving bracht in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken de risico’s voor mindervaliden in kaart. Belangrijke conclusie: niemand, op een enkele brandweercommandant of burgemeester na, acht zich verantwoordelijk voor deze groep. Terwijl bij rampen in andere landen slachtoffers zijn gevallen doordat er geen rekening was gehouden met de verminderde zelfredzaamheid van bijvoorbeeld gehandicapten. Minstens duizend overlevenden van de aanslag op de Twin Towers in New York kampten bij de evacuatie met extra problemen door hun lichamelijke handicap. Een aantal medewerkers van het World Trade Center kwam om het leven bij pogingen om gehandicapte collega’s te redden.

Nederland heeft een aanzienlijke groep moeilijk te evacueren mindervaliden: vijftien tot twintig procent van de bevolking is niet zelfredzaam bij calamiteiten. Ze zijn oud, fysiek of geestelijk gehandicapt of anderszins niet in staat zichzelf te redden, zo blijkt uit het onderzoek. Zo kampt twee procent van de bevolking met ernstige verstandelijke of psychische beperkingen, tien procent met ernstige lichamelijke beperkingen en dertien procent is te jong of te oud om zichzelf te redden. Door de vergrijzing worden die groepen nog groter. Zo lopen nu 140.000 demente bejaarden een verhoogd risico bij calamiteiten, terwijl hun aantal in 2050 zo’n 600.000 bedraagt.

Dikke mensen en hartpatiënten hebben bij acute ontruiming vaak te weinig energie om hun pand te verlaten. Slechtzienden weten vaak niet waar ze naartoe moeten vluchten. Blindengeleidehonden kunnen in paniek raken bij een calamiteit en kunnen dan geen hulp meer bieden aan hun baasje. Doven en slechthorenden kunnen alarmsignalen van bijvoorbeeld een rookmelder niet opmerken. Gehoorstoornissen gaan vaak gepaard met evenwichtsproblemen.

Uitzonderlijk lange mensen, naar schatting 20.000, lopen extra risico omdat zij sneller last hebben van opstijgende rook en gassen. Hulpmiddelen waarvan gehandicapten gebruikmaken, zoals trapliften en elektrische deuropeners, werken op elektriciteit en functioneren dus niet bij stroomuitval.

In andere landen, zoals de Verenigde Staten, waar naar schatting 29 procent van de gezinnen minstens één minder zelfredzaam gezinslid heeft, is er wel beleid voor gehandicapten bij calamiteiten en ontruimingen. In Groot-Brittannië is dat zelfs een wettelijke verplichting. In Canada wordt bij de bouw van kantoren en huizen met deze doelgroep rekening gehouden. Zo worden in kantoren ‘veilige ruimtes’ gecreëerd, waar gehandicapten bij evacuatie naartoe kunnen zonder dat zij het gebouw uit hoeven. Ook wordt onderzocht of het mogelijk is liften te construeren die ook bij brand en bluswerkzaamheden blijven werken.

In de Verenigde Staten is vooral veel ervaring opgedaan bij evacuaties na aardbevingen, overstromingen en vooral bij de aanslagen in New York. Daarbij zaten gehandicapten en bejaarden dagenlang vast in hun appartement in de buurt, vaak omdat de autoriteiten niet wisten dat ze daar woonden.

In staten als Florida en Californië worden gehandicapten voorbereid op zelfredzaamheid na een aardbeving of een orkaan. Inwoners worden geacht ten minste drie tot vijf dagen voor zichzelf te zorgen. Gehandicapten krijgen tips ter voorbereiding, zoals een medicijnenlijst, buddybegeleiding en een lijst met telefoonnummers van bijvoorbeeld huisarts en nooddiensten.

Nederland, zo luidt de conclusie van het onderzoek, loopt in vergelijking met andere landen achter als het gaat om beleid voor gehandicapten bij ontruimingen en calamiteiten. Hulpdiensten zijn er nauwelijks op getraind, met als gevolg dat ze steeds vaker verrast en overvraagd worden als bij een calamiteit mensen met een handicap het slachtoffer zijn.

Volgens de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid moeten gemeenten beter in kaart brengen wat de risico’s zijn, onder meer door gehandicapten te registreren. Maar gemeenten voelen daar niet voor, zo blijkt uit onderzoek van de Inspectie. Dergelijke registers zouden nauwelijks te actualiseren zijn en verder veel bureaucratie vergen. Slechts één ondervraagde gemeente heeft inmiddels wel een dergelijke registratie. Gemeenten die dat niet doen, staan „een constructieve aanpak” van het probleem in de weg, constateert de Inspectie. Om die reden moet de minister van Binnenlandse Zaken volgens de Inspectie met richtlijnen komen voor de registratie van mindervaliden door gemeenten.

Film Niet bang maar voorbereid van de Taskforce Handicap en Samenleving op www.nrc.nl