Met wie vechten wij eigenlijk in Afghanistan?

Na de aanslagen op de Twin Towers was ik voor de inval in Afghanistan.

Met angst en beven natuurlijk, maar met velen deelde ik de overtuiging dat de trainingskampen van Al-Qaeda moesten worden gesloten en de Talibaan, die Osama bin Laden onderdak hadden verschaft, dus maar het veld moesten ruimen.

En nu zitten we daar in dat moeras van tribale tegenstellingen, met Nederlandse troepen die namens ons de fictie van een opbouwmissie overeind proberen te houden. Het mag een wonder heten dat er nog geen Nederlandse militair is gesneuveld, maar Afghanen sterven er bij bosjes. We noemen die doden gemakshalve Talibaan, dat kan toch niemand controleren. De Talibaan, dat is de vijand.

Journalist Antoinette de Jong en fotograaf Robert Knoth komen al vijftien jaar in het gebied. Voor M schreven ze er drie grote verhalen over. Een over de Nederlandse ISAF-missie in Kabul. Een over de opiumindustrie die sinds het verjagen van de Talibaan weer vrolijk is opgebloeid. En een vanuit de North West Frontier Province, het ontoegankelijke grensgebied tussen Pakistan en Afghanistan, waar Bin Laden zijn toevlucht zou hebben genomen. Van hieruit vallen de Talibaan Afghanistan binnen. Bij hun laatste reis, begin dit jaar, ontdekten ze dat het gebied inmiddels weer hermetisch is afgesloten. Het Pakistaanse leger is niet in staat gebleken om de infiltratie van de Talibaan effectief tegen te houden.

Wie zijn toch die mythische Talibaan?

In Uruzgan en Kandahar kreeg De Jong te horen dat de lokale bevolking banger is voor het machtsmisbruik en geweld van onze bondgenoten van de regering Karzai dan voor de Talibaan. Ze kreeg een geheim rapport in handen waaruit blijkt dat Nederland dat al wist vóór onze missie in Uruzgan arriveerde. De Talibaan is een vergaarbak geworden voor alle tribale tegenstanders van de Karzai-clan. Tegen wie vechten wij eigenlijk in Afghanistan?