Koude Oorlog herleeft onder de rook van Birmingham

Vol ontzag kijken twee militairen van de Britse luchtmacht in het opengeklapte ruim van een Vulcan bommenwerper, een toestel dat tijdens de Koude Oorlog met kernwapens was uitgerust. Verderop inspecteren een grootvader en zijn kleinzoon een in mootjes opgedeelde Polaris raket, lange tijd de ruggegraat van de Britse kernmacht, terwijl in een hokje zes mannen van middelbare leeftijd aandachtig naar een video kijken over de Cubaanse raketcrisis van 1962.

De nucleaire wapenwedloop, een van de meest hachelijke aspecten van de betrekkingen tussen Oost en West na 1945, komt volop aan bod in de enorme nieuwe hal van het RAF-museum in Cosford bij Birmingham. Daarin huist sinds vorige maand een grote permanente tentoonstelling over de Koude Oorlog. Voor zover bekend de eerste ter wereld, wanneer meer specifieke musea zoals dat over de Muur bij het Berlijnse Checkpoint Charlie even buiten beschouwing worden gelaten.

De organisatoren leggen het einde van de Koude Oorlog bij 1991. Daarover valt te twisten. Vorige maand nog stemde het Britse Lagerhuis in met een modernisering van de eigen kernbewapening. De vroegere Conservatieve minister van Buitenlandse Zaken Malcolm Rifkind, voorstander van de modernisering, speculeerde er openlijk over dat Rusland weer een militaire bedreiging voor Europa kan worden. Een forse minderheid in het Lagerhuis zag echter niets in nieuwe kernwapens, die de instabiliteit in de wereld juist zouden aanwakkeren.

„Wij kiezen geen partij”, zegt Al McLean, conservator van de tentoonstelling en zelf voormalig piloot van een Nimrod verkenningsvliegtuig. „Maar ik hoop dat de mensen na een bezoek hier beseffen dat de zaken ook vreselijk scheef hadden kunnen lopen.” Ook de inmiddels 81-jarige oud-premier Margaret Thatcher, door de Sovjet-Unie ooit tot IJzeren Dame gedoopt, bevestigt in haar voorwoord bij een boekje over de expositie dat onvoorstelbare rampen mogelijk waren geweest.

Opmerkelijk is dat de Britten de primeur voor zo’n tentoonstelling hebben, want zij hadden in de Koude Oorlog slechts een bijrol. De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie waren de drijvende krachten en ook het gedeelde Duitsland, waar honderdduizenden militairen van beide blokken waren gelegerd, was veel belangrijker. In de VS ijvert de zoon van Gary Powers, de piloot van een U2-verkenningsvliegtuig die door de Sovjet-Unie werd neergeschoten en vastgezet, al lange tijd tevergeefs voor een dergelijk museum.

De tentoonstelling in Cosford is eigenlijk uit nood geboren. „We zaten met een aantal vliegtuigen, dat buiten stond te verkommeren”, zegt manager Alex Medhurst, een Canadees. „Toen bedachten we dat ze allemaal gemeen hadden dat ze uit de tijd van de Koude Oorlog stamden. In plaats van zomaar een hangar hebben we er dus een tentoonstelling over dat thema van gemaakt.”

Hiervan draagt de expositie de sporen. De hoofdrol is weggelegd voor de luchtmacht, de Britse vooral. Weliswaar zijn er ook twee MiG-toestellen en wist de museumleiding een Oost-Duitse Trabant op de kop te tikken, maar de andere zijde van het IJzeren Gordijn komt er bekaaid af. Ook de oorlogen in Azië en Afrika, waarbij Oost en West elk een zijde steunden en miljoenen mensen omkwamen, zijn afwezig. Net als andere krijgsmachtonderdelen – op een imposante Duitse Leopard tank na. „Het onderwerp is ook te veel omvattend om volledig te zijn”, stelt Medhurst.

Verschillende aspecten van de Koude Oorlog, zoals spionage, de vredesbeweging, het dagelijks leven, worden met korte video’s en teksten toegelicht. Het summiere karakter hiervan deert de bezoekers kennelijk niet. De eerste zes weken zijn er al 72.000 mensen geweest, veel meer dan de organisatoren hadden durven hopen.

Nederlandse objecten zijn in Cosford niet te zien. Buiten staat alleen een oud Neptune verkenningstoestel van de Koninklijke Marine in de regen weg te kwijnen. De enige redding hiervoor lijkt een eigen Nederlands museum over de Koude Oorlog.