Kosovo

De reportage (Zaterdags Bijvoegsel, 24 maart) over de Servische minderheid in Kosovo heeft mij geschokt in zijn compromisloze partijdigheid pro de voormalige profiteurs, collaborateurs en oorlogsmisdadigers van de in 1999 verdreven onderdrukkers. Deze lieden hebben niets geleerd van de historische ontwikkelingen. In veel gevallen hebben ze zich trouwens pas in de jaren `90 daar door Milosevic laten huisvesten. Hun positie is vergelijkbaar met die van de Sudetenduitsers in het naoorlogse Tsjechoslowakije, met dat verschil dat zij niet behoorden tot het bezettende volk waarvan de laarzen slechts zeven jaar hadden gedreund. Kosovo zuchtte met een onderbreking van een driejarige Duitse bezetting (`41-`44), 84 jaar onder Servië - hoewel het onder maarschalk Tito relatief meeviel.

Terwijl de meerderheid van ruim negentig procent Albaneestaligen slechts zeer mondjesmaat aan het woord komt, geeft uw verslaggever de zielig doende minderheid van nog geen vijf procent alle ruimte voor xenofobe en racistische vooroordelen waar zelfs Wilders zich te pletter voor zou schamen.

Op de Balkan verdringen de etnische claims elkaar altijd. Maar zijn we dan nu al weer vergeten, dat de Serven de westelijke Balkan tussen 1991 en 1999 in vier oorlogen gestort hebben, die ze stuk voor stuk hebben verloren? Dat Milosevic nog maar acht jaar geleden serieus bezig was 96 procent van de autochtone bevolking van Kosovo te vermoorden dan wel te verdrijven?

Servië verzet zich hardnekkig tegen iedere politieke oplossing die in strijd is met hun vroegere dominantie, en de wereld accepteert die houding kennelijk. Dat NRC Handelsblad zich voor het karretje van de Servische propaganda laat spannen, valt me bar tegen.