Japanse houding tegenover zijn oorlogsverleden

Ik ben het niet eens met de alom gehoorde, door Fukuyama verdedigde stelling ten aanzien van de Japanse houding tegenover zijn oorlogsverleden (Opiniepagina, 2 april).

Zonder de nodige nuance wordt de hedendaagse onwil van Japan om, net zoals Duitsland gedaan heeft, het oorlogsverleden onder ogen te zien, bespreekbaar te maken en onvoorwaardelijke excuses aan te bieden, veroordeeld.

Dit gaat in mijn ogen aan drie zaken voorbij. Ten eerste is er de rol die Amerika gespeeld heeft bij het oorlogstribunaal van Tokio. Doordat de Japanse keizer buiten dit proces is gehouden is, in de woorden van Ian Buruma, ”de belangrijkste les uit het zicht geraakt: de kwestie van politieke verantwoordelijkheid”.

Ten tweede moeten we ons afvragen of we, gezien het feit dat Japan steeds met Duitsland vergeleken wordt, wel tevreden zijn met de plaats die het oorlogsverleden nu in Duitsland inneemt. In dit land is de `schuldvraag` te bevestigend beantwoord, draagt het land al meer dan een halve eeuw collectief schuld en wordt de discussie daar misschien wel even neurotisch en angstig gevoerd als in Japan.

Ten slotte moeten we niet vergeten dat een gewelddadig verleden elk land grote problemen brengt en het simpelweg tijd kost daarvoor een juiste plaats te vinden. Daar kan Nederland, met zijn VOC en verhitte discussies over het slavernijverleden, over meepraten.