Is de wederkomst nakende? Als we Zijn DNA hebben, kunnen we Hem klonen

Met Pasen wordt de wederopstanding van Jezus herdacht. En de wederkomst? Kunnen we Hem niet gewoon klonen, vraagt Paul Prillevitz zich af? Is er geen DNA in Zijn graf gevonden? Of, waar is de heilige voorhuid gebleven, Jezus was immers besneden?

The six-foot tall anatomically correct sculpture of Jesus Christ in milk chocolate by artist Cosimo Cavallaro titled "My Sweet Lord" hangs at a warehouse in the borough of Queens in New York in this undated handout photograph. The sculpture has angered a Roman Catholic organization and forced a Manhattan art gallery to reconsider exhibiting it during Easter week. REUTER/Handout (UNITED STATES). EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. NO ARCHIVES. NO SALES. REUTERS

Onlangs maakte de bekende regisseur en Oscarwinnaar James Cameron (van de film Titanic) wereldkundig dat het graf van Christus ontdekt zou zijn in Jeruzalem. Het graf waaruit hij zou zijn verrezen, volgens het Christelijk geloof, de wederopstanding uit de dood die met Pasen wordt gevierd. Cameron maakte een documentaire over het graf, die dit jaar wordt uitgezonden door de tv-zender Discovery Channel.

Hoewel de vondst zeer discutabel is, ontstond er toch veel ophef over. Want als het graf echt was, zou het weleens DNA-sporen kunnen bevatten – en verhalen over het eventueel klonen van Jezus Christus staken weer de kop op.

Dat klinkt als een grap, maar op internet claimt een Amerikaanse groepering ermee bezig te zijn. The Second Coming Project (TSCP, vertaald: het Wederkomst Project), via Google te vinden, zou bewaard gebleven erfelijk materiaal van Christus graag implanteren in een onbevruchte menselijke eicel die vervolgens gedragen zou moeten worden door een jonge maagd.

De TSCP-groepering doet denken aan de pro-wetenschappelijke religieuze groep der Raëlianen. Die werden een paar jaar geleden wereldnieuws toen de leden bekend maakten dat ze een meisje, Eva, hadden gekloond. Het is bekend dat Raël, de leider van de beweging, ook belangstelling heeft om Jezus en zelfs Hitler, via klonen terug te brengen op aarde. Volgens hem was de eerste Jezus al een buitenaardse kloon. Het aan de Raëlianen gelieerde bedrijf Clonaid zou het Eva-project uitgevoerd hebben. Of Jezus hun volgende stap is, is nog even afwachten.

In de fictie is het al wel zover. De populaire romancier Chuck Palahniuk bijvoorbeeld, bekend van Fight Club, laat in Stikken zijn romanfiguur Victor Mancini ontdekken dat die gekloond is uit de voorhuid van Christus. Binnen de populair-wetenschappelijke en fantasylectuur vormen boeken over het klonen van Jezus een apart genre, dat wordt aangeduid als ‘Jurassic Christ’ – naar Michael Crichtons boek Jurassic Park waarin dinosauriërs via genetisch materiaal weer tot leven worden gewekt.

‘jurassic christ’

Het is in dit soort boeken de vraag of Jezus werkelijk gekloond kan worden of dat dit wetenschappelijk onmogelijk is. J.R. Lankford, schrijver van de thriller The Jesus Thief, stelde het zo: „Wetenschappers hebben al een schaap gekloond. Laten ze nu maar hetzelfde proberen met de Herder.”

Velen hopen erop dat het kan, maar de kans is miniem. Als men al DNA zou kunnen halen uit het graf van Christus of uit de lijkwade van Turijn (als die al echt is), dan is dit materiaal vermoedelijk te slecht van kwaliteit omdat het meer dan 2000 jaar oud is. Bovendien weet je nooit of het gevonden DNA wel echt van Jezus is.

Sommigen richten zich daarom maar op het klonen van Einstein. Deze oppergod van de wetenschap is nog niet zo lang dood en zijn hersenen worden nog steeds op sterk water bewaard. Dat is betrouwbaarder kloonmateriaal.

preputium domini

Maar als Jezus dan toch gekloond zou moeten worden, is het meest voor de hand liggende kloonmateriaal zijn heilige voorhuid, de Preputium Domini. Dit stukje huid is immers het enige lichaamsdeel dat Jezus achterliet toen hij ten hemel steeg op zijn drieëndertigste – op Hemelvaartdag, veertig dagen na Pasen. Jezus werd volgens de joodse traditie acht dagen na zijn geboorte besneden.

Oorspronkelijk komt de traditie van het besnijden voort uit het offeren van Abrahams zoon Izaäk aan God, zo wordt wel gesteld. Abraham wilde zijn zoon offeren aan God, maar die vond dat Izaäk moest blijven leven en nam genoegen met diens voorhuid. Maar volgens een andere verklaring voor de besnijdenis vond God het een nuttig instrument om de geslachtsdrift te temperen.

Volgens apocriefe boeken over de kinderjaren van Christus werd Jezus besneden in een grot. Maria’s vroedvrouw stopte de voorhuid vervolgens in een albasten kruik die gevuld was met nardusolie. De vroedvrouw gaf de kan vervolgens aan haar zoon en droeg hem op deze goed te bewaren en nooit te verkopen – zelfs niet indien iemand er driehonderd dinar voor zou bieden. Volgens de overlevering gaf Maria Magdalena de kruik vervolgens aan Johannes de Doper. En daar stopt dit verhaal – en beginnen er allerlei andere. Want waar is die voorhuid inmiddels gebleven?

nonnen & saturnus

Er zijn bijna twintig kerken in Europa die claimden of claimen de heilige voorhuid –- of een deel er van – te bewaren. Vroeger was er veel religieuze belangstelling voor. Met name nonnen zijn altijd gefascineerd zijn geweest door de heilige voorhuid (dit in tegenstelling tot monniken, die meer bezig waren met de moedermelk en baarmoeder van Maria).

Dat nonnen de heilige voorhuid zo belangrijk vonden, kwam doordat zij zichzelf beschouwden als de bruiden van Christus. De heilige voorhuid werd daarbij een soort fetisj of amulet waarvan de nonnen meenden dat ze hem daadwerkelijk bezaten. Zo droeg de heilig verklaarde Catharina van Siena (1347-1380), die zich bezig hield met bruidsmystiek, de voorhuid van Christus om haar vinger. Na haar dood werd die vinger – met onzichtbare ring – in zijn geheel vereerd als relikwie. Verschillende gelovigen hebben later beweerd het sieraad gezien te hebben in een visioen.

Toch hielden ook mannen zich met de voorhuid bezig. De zeventiende-eeuwse Griekse theoloog Leo Allatius ging misschien wel het verst in zijn theorie: hij beweerde dat het Preputium na de dood van Christus ten hemel was gestegen en nu de ring van de planeet Saturnus vormde. De Spaanse theoloog Francisco de Suarez (1548-1617) onderzocht de zaak van de heilige voorhuid overigens al eerder, en vroeg zich af of de voorhuid van Christus in de hemel weer hersteld zou zijn en of deze ook deel uit zou maken van de hostie, die immers het lichaam van Christus symboliseert. In beide gevallen constateerde hij dat dit inderdaad het geval was.

Er zit in de verering van de Heilige Voorhuid wel vaker een oraal-seksuele component, om het zo maar te noemen. Zo beweerde de Weense non Agnes Blannbekin rond het jaar 1300 dat ze tijdens het bewenen van Christus diens voorhuid op haar tong voelde. De smaak was zeer zoet, volgens Blannbekin. Toen ze de heilige voorhuid doorslikte voelde ze hem warempel wéér op haar tong. Dit gebeurde vervolgens nog 99 keer – en het bracht een zalig gevoel teweeg in haar lichaam en vooral haar spieren. Tegenwoordig zouden wij dit een orgasme noemen, maar in vromere tijden zag men dat toch anders.

Er bestaan nog veel meer theologische theorieën over de vraag wat er is gebeurd met de voorhuid van Christus toen deze ten hemel voer. Sommige vroege Christenen geloofden dat Christus lichamelijk is opgestegen, wat zou inhouden dat de voorhuid is achtergebleven. Anderen waren van mening dat de voorhuid dankzij goddelijke interventie hersteld zou zijn tijdens de opstanding, wat de gangbare opvatting werd in de vierde eeuw na Christus.

Er bleef steeds discussie bestaan over de vraag of de tenhemelopneming van Christus wel als volledig voltooid kon worden beschouwd, aangezien niet zijn gehele lichaam was opgestegen. Dit werd vaak afgedaan door er op te wijzen dat Christus ook haren, nagels en bloed heeft achtergelaten op aarde.

voorhuid-bewaarplaatsen

Ook dit jaar nog deed de heilige voorhuid van zich spreken toen een bezoeker in Jeruzalem een grafsteen ontdekte waarop de tekst stond: ‘Voor de God Jezus Christos’. Sommigen denken dat dit de begraafplaats is van de heilige voorhuid. Theoretisch zou dit kunnen omdat binnen de joodse religie de voorhuid inderdaad in de grond begraven moet worden.

Maar als de voorhuid daar ooit al lag, is die sindsdien ongetwijfeld verdwenen. Al in de middeleeuwen claimden achttien verschillende kerken in Europa de heilige voorhuid in bezit te hebben. Het Preputium zou zich onder andere bevinden in Chartres, Coulombs, Besancon, Metz, Charroux, Conques, Langres, Fécamp, Puy-en-Velay, Calcata, Auvergne (tweemaal zelfs), Hildesheim en Santiago de Compostela. Wat dat betreft lijkt de voorhuid van Jezus enigszins op de splinters van het kruishout, waarvan Erasmus eens gezegd heeft, dat je van alle splinters van het kruis van Christus, die in kerken bewaard worden, een vloot van schepen zou kunnen bouwen.

Ook onze regio kende een heilige voorhuid: De Onze Lieve Vrouwen Kathedraal in Antwerpen beweerde het relikwie in handen te hebben. Vandaag de dag wordt erover gezwegen. De naam van de vroegere Besnijdeniskapel is zelfs gewijzigd in de Sint Antoniuskapel. Navraag bij de kathedraal leert dat niemand er veel van afweet. Alleen de Antoniuskapel valt nog te bezichtigen, maar hier wordt men niet veel wijzer van. Uiteindelijk blijkt dat dit exemplaar van het relikwie in 1566 tijdens de beeldenstorm verloren is gegaan. Of het vernield, gestolen of verstopt is, weet men niet. De kruisvaarders onder leiding van Godfried van Bouillon zouden het hebben meegenomen uit Palestina, waarna het werd bewaard in de Antwerpse besnijdeniskapel. Er werd ook een besnijdenisprocessie gehouden.

Godfried was de stichter van het Antwerpse kapittel (college van kanunniken, een groep geestelijken dus). Aangezien hij een van de belangrijkste kruisvaarders was, was Antwerpen dus een van de belangrijkste bewaarplaatsen van de heilige voorhuid.

de voorhuid nu

Momenteel zou de voornaamste bergplaats van de voorhuid zich in Rome bevinden. Paus Leo de derde had die versie van het kleinood gekregen van keizer Karel de Grote tijdens diens kroning op 25 december (kerstmis) van het jaar 800. De keizer beweerde het ontvangen te hebben van een engel toen hij aan het bidden was in de Heilig Graf-kerk. De paus plaatste het relikwie op zijn beurt weer in het Sancta Sanctorum van de Lateraanse basiliek in Rome.

Maar of er op aarde echt nog een ‘heilige voorhuid’ te vinden is, blijft onduidelijk. In 1997 deed de Britse Chanel 4 journalist Miles Kington nog een poging en reisde door Italië op zoek naar de heilige voorhuid. Maar hij was niet in staat een exemplaar te vinden. Ook niet in het Sancta Sanctorum van de Lateraanse basiliek in Rome.

Verder lezen over de voorhuid:‘Kruisen, Relieken en Wonderen’ door Aat van Gilst & Hans Kooger‘De Voorhuid van Jezus en andere Roomse Wonderen’ door Ed Schilders‘De kerk en haar Kruis’ door Karlheinz Deschner