Hoe een knipogende Holleeder plotseling in de stress schiet

Een beschoten bunker, een tollende hoofdverdachte, een nieuwe kroongetuige en een sprekende Willem Endstra. De eerste week van het proces tegen Willem Holleeder.

Neuriënd liep Willem Holleeder maandagmiddag door de rechtszaal aan de Amsterdamse Parnassusweg. Daar was in allerijl een zaal vrijgemaakt, nadat de rechtbank in Amsterdam Osdorp moest worden ontruimd vanwege de vondst van een niet- ontploft explosief dat in de nacht voorafgaand aan de eerste procesdag was afgeschoten op de bunker.

Willem Holleeder, volgens zijn raadsman „doodziek” van alle commotie, leek niet onder de indruk en deelde maandagmiddag – al dan niet vriendelijk bedoelde – knipoogjes en schouderklopjes uit aan twee hem bekende misdaadjournalisten in de zaal.

Het proces ging, zij het met enige vertraging, gewoon van start. En zoals bij dit soort grote rechtszaken wel vaker gebeurt, vlogen de advocaten en de officieren van justitie elkaar meteen in de haren. Holleeders advocaat Jan-Hein Kuijpers schuwt grote woorden niet: „Het Openbaar Ministerie heeft een getuige geofferd”. En ook officier van justitie Koos Plooij staat zijn mannetje: „Onzin, onzin, de raadsman van de verdachte moet mij niet steeds verkeerd citeren.”

Het leidde tot vermakelijke dialogen, bijvoorbeeld tijdens een debat over de noodzaak tot het horen van twee anonieme getuigen, die zouden kunnen verklaren dat Endstra zelf betrokken was bij afpersing en moord.

Plooij: „Het Openbaar Ministerie had wel verwacht dat de verdediging zou proberen om Willem Endstra door het slijk te halen of te laten halen. Het gaat echter wel ver om hierbij ook Endstra’s broer Haico te betrekken.”

Kuijpers: „Zwart maken? Door het slijk halen? Meneer de voorzitter, ik ben nog niet eens begonnen met het zwart maken van Endstra. Dat komt later pas.”

Het verzoek om de anonieme getuigen te mogen horen werd door de rechtbank afgewezen, net als de meeste andere verzoeken die door de verdediging werden ingediend. Dat moet ook Kuijpers erkennen: „We hebben weinig bereikt bij de rechtbank. Vooral de motivering valt me erg tegen.”

Na de zeer hectisch verlopen eerste twee dagen van het proces werd donderdag een selectie van de ‘Endstra-tapes’ ter zitting afgespeeld. De gesprekken tussen Endstra en drie agenten van de recherche vonden om veiligheidsreden plaats in in een speciaal geprepareerde auto en worden om die reden ook wel de achterbankgesprekken genoemd.

In de afgespeelde fragmenten is, ondanks de soms zeer slechte geluidskwaliteit, een ontspannen Willem Endstra te horen. Hij spreekt met een licht Amsterdams accent over zijn contacten met het criminele milieu, zijn relatie met Holleeder en zijn grote financiële problemen. Endstra staat onder grote druk en hoopt dat de recherche hem kan helpen, zo blijkt: „Ik moest van de week weer betalen. (...) Als jullie er in slagen om Holleeder op te bergen, dan krijg je van mij een heel grote medaille.”

De vijftien achterbankgesprekken, die tussen maart 2003 en januari 2004 werden gevoerd, vormen niet alleen het hart van de strafzaak tegen Holleeder en zijn negen medeverdachten; zelden heeft een informant met gedetailleerde kennis over de geldstromen en de verhoudingen binnen de onderwereld een jaar lang met de politie gesproken.

Al die tijd proberen de rechercheurs Endstra te bewegen tot het doen van aangifte tegen Holleeder. Endstra wil dat alleen doen als zijn afperser Holleeder ook voor betrokkenheid bij liquidaties zal worden aangepakt. Dat die patstelling niet wordt doorbroken is opmerkelijk, gezien het tijdsgewricht waarin de gesprekken plaatsvinden. Het jaar 2003 was een uitzonderlijk gewelddadig jaar in de Amsterdamse onderwereld. Vijf bekende criminelen werden vermoord en daar bleef het niet bij. Officier van justitie Koos Plooij moest onderduiken nadat hij met de dood was bedreigd en het redactielokaal van Quote, dat veel publiceerde over Endstra en Holleeder, werd beschoten.

In die context sprak de Amsterdamse recherche dus vele uren met Willem Endstra, de „bankier van de onderwereld”. De man die alles weet over de geldstromen van criminele kopstukken als Willem Holleeder en John Mieremet. Een man ook die een uitweg zocht uit het criminele web waarin hij was terechtgekomen. Zonder resultaat. Endstra werd in mei 2004 vermoord.

Die moord was aanleiding voor een aantal grootschalige onderzoeken tegen de georganiseerde misdaad. De ironie wilde dat de Amsterdamse politie afgelopen donderdag, de dag waarop Willem Endstra weer even tot leven kwam in de rechtbank in Osdorp, een doorbraak presenteerde in het onderzoek naar de serie liquidaties in de onderwereld. De politie heeft een nieuwe kroongetuige gevonden die gedetailleerde verklaringen heeft afgelegd over een tiental liquidaties. De man, die zelf ook betrokken is bij levensdelicten, heeft een deal gesloten met justitie .

Wat in 2003 met Endstra dus niet lukte, is nu wel gebeurd. De verklaringen van de kroongetuige zijn een doorbraak in het onderzoek naar liquidaties. En hoewel Willem Holleeder niet terechtstaat voor moord maar voor afpersing, kan deze doorbraak niet los worden gezien van de strafzaak tegen hem.

Naar aanleiding van de verklaringen van de nieuwe kroongetuige werd deze week namelijk een 33-jarige man gearresteerd die betrokken zou zijn bij de moorden op hasj- en vastgoedhandelaar Kees Houtman in 2005 en kroegbaas Thomas van der Bijl in 2006. Beide mannen verklaarden voor hun dood tegen de politie dat ze werden afgeperst door Holleeder. Dat gebeurde onder dreiging van grof geweld. Zo werd Van der Bijl onder toeziend oog van Holleeder in zijn eigen kroeg in elkaar geslagen.

Hoewel de rechtbank zich donderdagmiddag niet bekommerde om de nieuwste ontwikkelingen en begon met het afspelen van de Endstra-tapes, hangt die vraag nu wel boven het proces. Misschien is dat wel de oorzaak van de stress waarvan Holleeder donderdagmiddag zichtbaar last kreeg. Hij zat volgens zijn raadsman „te tollen op zijn stoel”. De hoofdverdachte, die maandagmiddag nog liep te neuriën, werd donderdagmiddag wegens oververmoeidheidsverschijnselen ter controle naar het ziekenhuis gebracht.