Geen roggen bij de vleet

Het gedrag van één onbesuisde rog mag niet alle roggen worden aangewreven. De pijlstaartrog die dierenvriend Steve Irwin met een giftige steek in de hartstreek het leven ontnam heeft het imago van de vis geen goed gedaan.

Ten onrechte, want de rog is doorgaans in het geheel geen agressieve vis. Ze zijn eerder geneigd tot vluchten dan tot de aanval, maar je moet er niet op gaan staan.

Er zijn meer dan driehonderd soorten rog - onlangs zijn er in de Indonesische wateren nog wat nieuwe soorten ontdekt - en de meeste doen niemand kwaad. Goed, de sidderrog geeft stroomstoten en sommige roggen hebben akelige giftige stekels, maar daar tegenover staan vriendelijke roggen die in aquaria wegens hun zachtmoedige aard als aaivis figureren.

Roggen zien er ook onschuldig uit, veelal hebben ze een rond, halvemaan- of ruitvormig lijf met een lange staart. Ze ogen dan als een gitaar, een banjo of een ander grappig snaarinstrument. De vleet, een groot soort rog, heeft een puntige snuit.

Eigenlijk zijn de meeste roggen wat timide beesten die een bijna huiselijk leven leiden. Ze blijven het liefst op één plek en wachten daar tot er wat te eten voorbij komt zwemmen. Als ze zich over een korte afstand verplaatsen dan trekken de mannetjes en vrouwtjes gescheiden op. Zijn ze bij elkaar dan nemen ze ruim de tijd om te paren en de eitjes laten ze verzorgd achter in een soort overlevingspakket voor babyroggetjes.

Lingerie

Net als de haaien behoren roggen tot de kraakbeenvissen. Ze hebben een skelet van kraakbeen en ontberen graten. Het gemis aan graten strekt tot hun voordeel.

Als je weet hoe de rog is gebouwd is het eten heel gemakkelijk. De strengen visvlees zijn zonder moeite van het platte kraakbeenskelet af te schrapen.

Rog is in Nederland een typische restaurantvis, die tegenwoordig nogal in de mode is. In de huiselijke keuken is rog een veel minder vaak geziene gast. Hij is bij de visboer niet algemeen verkrijgbaar en de huishoudkookboeken bevatten maar weinig rogrecepten. Terwijl de bereiding toch eenvoudig is.

Alleen de vleugels van de rog worden gegeten. Het zijn sterk ontwikkelde, met de kop vergroeide vinnen. In de viskraam zijn roggen bijna altijd ontveld. Het visvlees van de rauwe rog is wit met een zweem roze, als was het lingerie. Soms zijn er nog wat stukjes huid achtergebleven en die kunnen heel ruw aanvoelen, als een rotsoppervlak.

Roggen kunnen enorm groot worden, voor sommige soorten is twee meter geen uitzondering. Hun maximale omvang halen ze door overbevissing tegenwoordig zelden meer. Roggen worden pas laat geslachtsrijp en dat is hun grote handicap. Ze zijn vaak al gevangen voor ze zich hebben kunnen voortplanten.

In de Europese wateren hebben de roggen het moeilijk. Alleen de sterrog weet zich te handhaven. Maar de verschillende soorten rog worden in de vishandel meestal op een hoop gegooid. Bovendien is aan de ontvelde exemplaren niet te zien welke soort rog je koopt. Overigens is voor de Nederlandse vissers rog bijvangst.

De rog moet jaren rust krijgen om zich te kunnen herstellen. De vleet is zelfs al bijna helemaal verdwenen. Volstrekt ongepast is in dit verband dan ook het gebruik van de uitdrukking 'bij de vleet'.