Falende grazers 6

In `Falende grazers` wordt begrazing als beheersmaatregel neergezet als een doos van Pandora voor het Nederlandse natuurbeheer. Belangrijk onderdeel van het betoog was een rapport van de Zoogdiervereniging VZZ, over de noordse woelmuis op Texel. Noordse woelmuizen zouden verdwijnen waar grote grazers verschijnen. Niet meer beheren en het eiland laten verruigen, zou het advies van de Zoogdiervereniging VZZ zijn geweest in het genoemde rapport. Dat de relatie tussen kleine zoogdieren en grote grazers een stuk complexer is dan dat, is te lezen in diverse proefschriften en artikelen van Nederlandse en buitenlandse onderzoekers. Op Texel is dit niet anders.

Weliswaar bleek uit ons onderzoek aan de noordse woelmuis op Texel dat in delen waar niets werd gedaan, het aantal aangetroffen noordse woelmuizen groter is dan op locaties waar werd gemaaid of begraasd, maar alleen wanneer alle gegevens samen werden bekeken. Ingezoomd op de duinstreek werd geen effect van begrazing op de aanwezige dichtheid aan noordse woelmuizen gemeten. Ook op locaties in de polder, waar alleen maar gemaaid of begraasd wordt, werden noordse woelmuizen aangetroffen. Iets verder in ons rapport wordt eveneens gesteld, dat niets doen op de lange termijn geen uitkomsten biedt: dichtgroeien van het eiland zal de noordse woelmuis en andere kleine zoogdieren ook weinig goed doen. De conclusie die door de Zoogdiervereniging VZZ uit het muizenonderzoek op Texel getrokken wordt, is dus van een duidelijk andere strekking dan in NRC Handelsblad staat vermeld.