Falende grazers 5

In `Falende grazers` komt de aanzienlijke schade aan de flora nauwelijks aan bod. Er zijn echter voldoende waarnemingen omtrent vraat en vertrappen van orchideeën en andere zeldzame planten. Intussen is dit o.m. in een duivallei op Voorne ook experimenteel aangetoond (meded. Dr. Ruud van der Meijden).

Het artikel gaat in op de wildernistheorie van Frans Vera. Gesuggereerd wordt dat `wildernis` kan worden gemaakt door het invoeren van grote grazers. Dat het wildernismodel van Vera voor de herinrichting van de natuur niet deugt is al vaker aangetoond. Desondanks wordt nog steeds propaganda gemaakt voor het waanidee dat door de grote grazers een mozaïekstructuur in de oerbossen en -moerassen is aangebracht en daarom overal in de huidige natuurrestanten moeten worden ingevoerd. Dat implementatie van dit waanidee in de halfnatuurlijke en kleinschalige landschappen van nu desastreuze gevolgen voor de flora en fauna heeft is ondergeschikt aan de romantiek van de wildernis. Alleen in jonge `nieuwe natuur` kunnen grazers wel nuttig werk doen. Daar zou een blind paard nog geen schade doen.

Het is jammer dat in het artikel van Zeilmaker voornamelijk oude medestanders van Vera aan het woord komen. Die nemen wel enige afstand tot de theorie maar dragen er toch toe bij dat de theorie het voordeel van de twijfel houdt. Als je dan leest wat Wouter Helmer en Frank Maasland van de Stichting Ark in hun reactie van 31 maart op dit artikel opmerken en vooral wat er op de website van deze stichting allemaal voorgesteld wordt over de inrichting van onze natuurgebieden hou je je hart vast. Ik hoop dat tegenstanders van dit onzalige wildernisbeleid ook eens de gelegenheid krijgen hun argumenten op een rijtje te zetten.