Falende grazers 2

`Falende grazers` (W&O 24 maart) geeft een eenzijdig negatief beeld van de effecten van begrazing in natuurgebieden. Waarom komen de positieve resultaten niet aan bod? In plaats van oorzaken en oplossingen te zoeken, spuien aanhangers van de twee concurrerende natuurbeheervisies kritiek op elkaar.

Wildernisbeheer streeft naar het herstel van grote gebieden waarin wilde herbivoren en carnivoren de dienst uitmaken. Halfnatuurlijk beheer echter richt zich op behoud en herstel van ecosystemen waarin boeren en vee de natuurlijke top van de voedselketen vervangen. De twee strategieën en hun aanhangers staan tegenover elkaar. Toch worden hun doelen belemmerd door dezelfde factoren, zoals te kleine, incomplete natuurgebieden en een veranderde maatschappij.

Een voorbeeld. Vanwege kosten en gewijzigde ecologische inzichten zijn traditionele gehoede kuddes de laatste decennia vervangen door rasterkudden. Zonder de dwang van de herder en zijn hond laten vrij grazende dieren onsmakelijke soorten staan. Tenzij ze honger hebben. Maar zichtbaar hongerig vee en wild worden nauwelijks of niet meer geaccepteerd. Dus wordt er bijgevoerd. Of er worden vrijwilligers of machines ingezet om grove den, braam of pitrus kwijt te raken. Wildernisbeheerders lopen nog sterker aan tegen het hongertaboe. Gebieden met een beperkte variatie in bodem en vegetatie sluiten seizoensmigratie uit. Om verhongering te voorkomen houden wildernisbeheerders de herbivorendichtheid laag. Daarbij wordt niet alleen het non-interventie principe geschonden maar wordt ook de natuurlijkheid van de begrazing beperkt.

Honger lijkt een essentiële factor voor openheid, omdat herbivoren vooral in die conditie onsmakelijke soorten en plantendelen (b.v. boombast) consumeren. De spectaculaire afbraak van de onsmakelijke vlieren door runderen en edelherten in de Oostvaardersplassen - het enige gebied in Nederland waar grote herbivoren mogen verhongeren - toont dit nog eens aan. Sterfte door predatie, verhongering, ziekten en andere calamiteiten was in de natuur en in traditionele veehouderijsystemen normaal. Oplossing van problemen vereist wederzijdse erkenning van elkaars complementaire rol in het natuurbeheer. De tijd dringt.