Druppellens

Karel Knip

Nu het blad weer aan de boom komt, loont het de moeite na te denken over de vraag waarom het eraan komt zoals het eraan komt. Laatst had de Belg een prachtige natuurfilm over Costa Rica, met veel zeeschildpadden en aapjes en tropische planten die sprookjesachtig bloeiden. Maar ook veel regen want het kan vreselijk lang en hard regenen in dit net ontdekte paradijs van de reisbureaus.

“De meeste bladeren hier eindigen in een punt”, zei de commentator zoetgevooisd, “want zo wordt het water sneller afgevoerd. Anders zouden ze makkelijk beschimmelen.” Of woorden van gelijke strekking.

Nooit bij stilgestaan, dat de vorm van de bladeren als wapen kan dienen in de strijd tegen de schimmel. Bladeren lopen uit in een punt omdat ze op die manier sneller drogen. De vraag was: zou het waar zijn. Hier in Holland lopen ook nogal wat bladeren uit in een punt, we denken aan grassen en zeggen en aan sommige wilgen. Aan lupine en schorseneer. Karakteristiek voor de tropen kan je het niet noemen.

Maar gezegd moet worden: aan theelepeltjes die een beetje puntig zijn afgewerkt blijft na het roeren merkbaar minder thee hangen dan aan ronde lepeltjes. Je kunt ook imitatie plantenbladeren knippen uit het plastic dat wordt gebruikt voor de showmappen van Hema en V&D. Plastic bladeren met een puntje en bladeren rond als die van een madeliefje. Die met een punt voeren het water beter af, vooropgesteld dat het puntje hángt. Anders stroomt het vocht de verkeerde kant op, natuurlijk. Maar veel belangrijker dan de vorm lijkt de vettigheid van de imitatiebladeren. Wie bladeren van papier of karton knipt, heeft nauwelijks baat bij puntigheid. Veel plantenbladeren zijn net zo waterstotend als het plastic van de Hema maar verder zo rond als een bord.

Was het onzin die bladpunten in Costa Rica? Nee, zegt de Groningse hoogleraar plantenfysiologie dr. J.T.M. Elzenga. Die punten heten drip points en men kent ze inderdaad een functie toe bij de afvoer van water. In de tropen hebben heel veel planten drip points.

De Belg had gelijk! Maar Elzenga geeft toe dat de waterafstotende laag die op veel plantenbladeren aanwezig is zeker zo goede en misschien wel betere diensten bewijst. Het waslaagje, dat cuticula heet, kan zó extreem waterafstotend zijn dat waterdruppels nog maar nauwelijks contact met het bladoppervlak hebben. Bij het minste of geringste glijden ze er af. Dit is het lotus-effect genoemd. Onderzoek met behulp van scanning-microscopen heeft aangetoond dat het vooral de ruimtelijke structuur van de wassen is die de waterafstotendheid verklaren kan. Hoe die structuur ontstaat is nog steeds een raadsel.

Waarom wil een plantenblad zo graag snel drogen? Inderdaad vanwege de kans op schimmelgroei, zegt Elzenga weer. Als een blad lang nat blijft, verzamelt-ie vuil en vuiligheid uit de lucht en daar gaat dan binnen de kortste keren schimmel op groeien. Dat houdt het licht tegen en kan ook de werking van de huidmondjes verstoren, hoewel de meeste huidmondjes natuurlijk aan de onderkant van het blad zitten. Maar waarom de vrouwenmantel (Alchemilla spec. ) zo gretig water verzamelt in het hart van het blad, ha, daar had hij zo gauw geen antwoord op. Geen ander dan: het hart is misschien nat, maar de rest is des te droger.

Interessant is dat er grote verschillen zijn in samenstelling en kwaliteit van de cuticula’s en dus in de waterafstotendheid ervan, ook binnen de Nederlandse flora. Bomen met goede puntjes en een lekker vette cuticula zullen na een frisse lentebui aanmerkelijk sneller zijn uitgedrupt dan bomen met mindere voorzieningen. Voor zover viel na te gaan is hier nog geen systematisch onderzoek naar gedaan, terwijl dat bijvoorbeeld voor de kampeerder die binnenkort naar de Ardennen moet nuttige informatie zou opleveren. Ja: dat in de naaldbossen van de Benelux in verhouding tot de loofbossen van de douane-unie veel water zó lang blijft hangen dat het verdampt is voor het op de grond kan vallen, dat is in detail beschreven. De waterbedrijven hebben niet graag naaldbos boven hun waterwingebieden.

Op de foto’s hier komt wel iets van de beschreven ‘water repellence’ tot uiting. Zeker is het aan de waterafstotendheid van de plantenstengels te danken dat er zulke mooi bolle druppels onder kwamen te hangen. De foto’s werden gevonden door droplets en twig in Google in te vullen en de oogst onder ‘Afbeeldingen’ te bekijken. Het zijn zo te zien geen tropische plaatjes.

Geloof het of niet, maar pas dankzij de details van de druppels is het de AW-redactie duidelijk geworden waarom willekeurige druppels bijna altijd aan de onderkant lichter zijn dan aan de bovenkant. De druppels zijn positieve lenzen waardoor men de achterliggende wereld verkleind en opstekop ziet. Wie de moeite neemt de hier afgedrukte foto’s via Google op het computerscherm te halen ziet in die waarop geen gele bloemen staan een mannetje ondersteboven in de druppels hangen. Dat was de reisgenoot van de fotograaf. Aan de foto mét gele bloemen is te zien hoe verbluffend goed de lensjes zijn. De achterliggende bloemen zijn bijna zonder vertekening weergegeven.

Het brandpunt van zulke bolle lensjes ligt weliswaar buiten de bol, maar toch niet veel verder dan een halve diameter van het boloppervlak. Het vreemde is dat je niet makkelijk aanvoelt waarom je als waarnemer die zo ver buiten het brandvlak staat toch een scherp beeld te zien krijgt. De middelbare school vermijdt dit probleem.

Of de druppels bruikbaar zouden zijn als loep, al was het maar even, valt nog te bezien. Waarschijnlijk wel. In ieder geval zijn ze beter dan de loepjes die de jongens van weleer volgens de jongensboeken van weleer konden maken door een druppel water op te vangen in een lus haar. Of een of ander draadje. Wie dat voor de aardigheid nog eens doet ontdekt opeens waarom hij destijds helemaal niets zag. Een druppel water, gevangen in een lus haar, vormt een negatieve lens. Dat werkt helemaal niet. Het was een mooi stukje bullshit, om het zo eens te zeggen.