Door en door goed

De menselijke moraliteit is een product van de evolutie. De basis ervoor is aanwezig bij veel andere diersoorten, zegt Frans de Waal. Sander Voormolen

De kiem van het menselijk normen- en waardenbesef ligt in de evolutie. Moraliteit is het resultaat van het in de mens samenkomen van allerlei sociale eigenschappen die in de loop der evolutie zijn ontstaan. Dat zegt de Nederlandse primatoloog Frans de Waal, verbonden aan het Yerkes Regional Primate Research Center in Atlanta en de Emory University.

De Waal maakte wereldwijd naam met zijn beschrijving van ‘chimpanseepolitiek’, over de vorming van onderlinge coalities tussen dieren in de chimpanseekolonie in de dierentuin van Arnhem. In zijn boek Van nature goed uit 1996 ontvouwde De Waal voor het eerst zijn ideeën dat goed en kwaad in mens en dier volgens hem een evolutionaire oorsprong hebben. Dat deed veel stof opwaaien, want daarmee ging hij in tegen de algemene opvatting dat de menselijke moraal een kwestie van cultuur was, gebaseerd op regels en afspraken. Tegenstanders verweten De Waal verregaand antropomorfisme, door dieren emoties toe te kennen.

Nu, ruim tien jaar later, zijn er veel nieuwe gegevens beschikbaar gekomen over geavanceerde sociale interacties bij dieren. Nog steeds kan De Waal rekenen op veel weerstand, maar het wetenschappelijk klimaat is in zijn voordeel aan het veranderen. Emoties bij dieren zijn niet langer taboe.

In zijn jongste boek Primates and philosophers: How Morality evolved (oktober 2006), betoogt De Waal opnieuw dat ‘het beest in de mens’ niet alleen slecht is, maar soms ook goed. De moraliteit heeft biologische wortels. De Waal houdt volgende week in Leiden de Tinbergenlezing over dit heikele onderwerp. Een gesprek vooraf.

Waar ergens in het dierenrijk begint de moraal volgens u?

Frans de Waal: “Ik zie geen enkel dier als moreel wezen. Maar ik zie wel continuïteit in de dierenwereld; die moraliteit van de mensheid komt wel ergens vandaan. Charles Darwin schreef al dat sociale instincten de basis vormen van de menselijke moraliteit. Darwin ontleende dat idee weer aan de Schotse filosofen David Hume en Adam Smith. Bandvorming, samenwerking, wederkerigheid en sympathie zijn allemaal elementen van de moraliteit die te zien zijn bij dieren. Dat gaat heel ver terug in de evolutie. Recent onderzoek van Jeffrey Mogill van de McGill University, vorige zomer gepubliceerd in Science, laat zien dat empathie aanwezig is bij muizen. Muizen blijken gevoeliger voor pijn als zij een hokgenoot pijn hebben zien lijden. Ze leven dus met de ander mee. Dat maakt een muis nog geen moreel wezen, maar dit dier toont wel de allereerste tekenen van empathie, een van de ingrediënten van moraliteit.

“Het is een groot misverstand dat alleen de mens morele eigenschappen zou hebben en dat die losstaan van de rest van de evolutie. Dat verkeerde beeld is in de wereld geholpen door filosofen, religieuze denkers en psychologen. Het is een topdownvisie. Moraliteit is in die visie een stel regels die wij hebben bedacht. Maar net als veel neurowetenschappers ben ik aanhanger van een bottom-upvisie. Zonder empathie, het vermogen om je in een ander te verplaatsen, is er helemaal geen moraliteit mogelijk. En empathie komt ergens vandaan. In de evolutie ontstaat niets out of the blue, nieuwe eigenschappen hebben altijd een voorgeschiedenis.”

Wat is het evolutionaire voordeel van moraliteit?

“Moraliteit steunt op sociale elementen die zeker voordelen hebben in de evolutie. Pasgeboren zoogdieren zijn bijvoorbeeld heel sterk afhankelijk van hun moeder. Het is belangrijk dat zij onmiddellijk reageert als haar jong het koud heeft, honger heeft of anderszins in gevaar is. De prijs voor het negeren van deze signalen is hoog, want dat kan het verlies van haar kind betekenen. Er is dus een sterke evolutionaire druk om snel te reageren op hulproepen. Ook wederkerigheid, een vorm van altruïsme, levert belangrijke voordelen op.

“Het morele systeem is ontstaan uit competitie tussen groepen, waarbij de morele regels alleen voor leden van de eigen groep golden. Met buitenstaanders kon je alles doen, terwijl binnen de groep iedereen met anderen rekening moest houden. Dat was erg succesvol.

“Zo zit de mens ook in elkaar. In de Middeleeuwen, nog niet eens zo heel lang geleden dus, was het nog gewoon om inwoners van een andere stad met kokende olie te overgieten. Het is een recente ontwikkeling dat we moraliteit toepassen buiten onze directe gemeenschap. En het is nog fragiel.”

Is moraliteit eigenlijk geen luxe? Als de omstandigheden slecht zijn, is het toch ieder voor zich?

“Als Nederland morgen getroffen wordt door een hongersnood, dan is het inderdaad ieder voor zich. Dat is moreel misschien niet acceptabel, maar wel heel menselijk.”

Zijn wij moreler dan onze genen? Is onze moraliteit groter dan onze natuurlijke inborst, denk aan Moeder Teresa?

“Moeder Teresa heeft voor zover ik weet geen nageslacht op de wereld gezet. Dat is voor de bioloog altijd waar het om draait. In de evolutie ligt het vrij simpel. Zodra samenwerking is ontstaan kunnen soorten zo’n eigenschap uitbouwen of afbouwen. De mens heeft samenwerking tot in het extreme uitgebouwd. Denk maar eens aan de spoorlijnen die dwars door Amerika van kust tot kust zijn aangelegd. Daarvoor was de samenwerking nodig van duizenden mensen, die ieder een klein stukje voor hun rekening namen. “Op dezelfde wijze hebben mensen de mogelijkheid hun aanleg voor empathie en altruïsme uit te bouwen. Moeder Teresa is daar een voorbeeld van. Maar we zijn er niet beter dan onze genen door geworden.”

Wat betekent moraliteit voor onze houding ten opzichte van dieren?

“Ik denk wel dat we een verantwoordelijkheid hebben naar dieren ten opzichte van hun welzijn en bescherming. Maar dat hoeft wat mij betreft niet zo ver te gaan als het toekennen van rechten aan dieren, zoals bijvoorbeeld de filosoof Peter Singer voorstelt. Uiteindelijk liggen onze opvattingen niet eens zo ver uit elkaar, maar dierenrechten gaan mij net een stap te ver. Het is heel Amerikaans om onze morele plicht naar dieren te vervatten in rechten. Maar het probleem is dat rechten komen met verplichtingen, en welke verplichtingen kunnen dieren in onze samenleving vervullen?

“Singer omzeilt dit argument door te zeggen dat we ook gehandicapten in onze samenleving rechten geven, maar niet noodzakelijk verplichtingen. Maar dat is wat anders dan zulke normen toepassen op het hele dierenrijk. Alles boven een zeker niveau van intelligentie zou dan op een bepaalde manier behandeld moeten worden. Hij gaat zelfs zo ver te stellen dat een chimpansee meer rechten hoort te hebben dan een mentaal gehandicapt kind.

“Maar er spelen ook loyaliteiten mee. En dit is wat Singer over het hoofd ziet. Onze verplichtingen nemen toe naarmate de band nauwer is, zodat een mentaal gehandicapt kind – althans in de ogen van de ouders – inderdaad meer rechten heeft dan wie ook.”

En dierproeven, met name die op mensapen, zijn die te tolereren?

“Dat zijn heel moeilijke dilemma’s. Ik werk in een primatencentrum waar ook medische proeven op apen worden gedaan. Ik zie het liever niet, maar ik denk dat er geen andere oplossing is.

“Iedereen maakt gebruik van medisch onderzoek dat ooit is verricht op dieren. Zodra je het ziekenhuis binnenstapt, heb je te maken met duizenden studies op dieren. En er is niemand die om die reden medische zorg weigert. Er zijn veel mensen die om principiële redenen geen vlees eten en geen leer dragen, en dat bewonder ik, maar als zij ziek worden willen ze toch medische zorg. Hun eigen gezondheid heeft voor mensen kennelijk toch een heel hoge prioriteit.

“Voor dierproeven met chimpansees ligt het anders. Als de proeven gedaan kunnen worden met makaken, zullen ze nooit op chimps worden gedaan. Maar er zijn uitzonderingen, waarbij het niet anders kan. Het Hepatitis A en B vaccin is ontwikkeld op basis van proeven met chimpansees. Nou, iedereen die wel eens naar de tropen is geweest heeft zich laten inenten met deze vaccins, ikzelf ook.”