'Die jongens weten geen bal van de islam'

Het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart is een van de probleemwijken die door het kabinet is geselecteerd voor drastische renovatie. Het komende half jaar portretteert M de wijk. Deze maand de sociaal werkster.

Zit je op school, vraagt ze. De jongen plukt aan zijn kin. Hij heeft een beginnend sikje. Natuurlijk, zegt hij. Fatimazohra Hadjar fronst haar wenkbrauwen. Oh ja, vraagt ze. 'Je mentor zegt dat je niet op school zit.' De jongen wrijft over zijn gezicht. 'Dat is heel raar', zegt hij langzaam. Abdel (20), korte krulletjes, zakt nog verder weg in zijn stoel.

Het ligt niet aan mij, zegt hij. 'De administratie daar is een zooitje. Ik sta niet in het systeem, maar wel in de absentielijst.' Hij praat binnensmonds. 'Zij zeggen dat je er niet bent', zegt Fatimazohra nog een keer.

'Ik zit elke donderdag op school', houdt Abdel vol.

Abdel leeft in zijn eigen wereld, had Fatimazohra voor het gesprek gezegd. De 20-jarige Marokkaanse jongen heeft problemen op school, een roc-opleiding in Amsterdam. Hij leert voor jeugdhulpverlener, maar komt zelden. Hij kan geen stageplek vinden. Afgelopen jaar liep hij ineens in een djellaba rond. Hij zwerft vooral rond in Amsterdam.

Op de fiets of lopend. Zo komt hij niet in aanraking met vrouwen, zoals in het openbaar vervoer. Fatimazohra vreest dat hij radicaliseert.

Welkom in het stadsdeel Slotervaart, in het westen van Amsterdam. Een naoorlogse wijk, met lange straten, veel groen en lange rijen flats, die volhangen met schotelantennes.

Het soort wijk waar ex-minister Pieter Winsemius zich in november vorig jaar druk om maakte. In 140 probleemwijken in Nederland dreigde volgens hem de 'vlam in de pan te slaan'. In die wijken, zo zei hij, moet de komende jaren gesloopt, gerenoveerd en gebouwd worden.

In Slotervaart wonen ruim 45.000 gezinnen, iets minder dan 45 procent daarvan is allochtoons. Met name in de wijk Overtoomse Veld wonen grote Marokkaanse gezinnen in kleine appartementen. De armoede en werkloosheid zijn hoog. De schooluitval ook: 50 tot 60 procent van de jongeren stopt voortijdig met hun opleiding.

Zoals Abdel zijn er zoveel jongeren in Slotervaart, had Fatimazohra een paar dagen eerder gezegd op haar kantoortje. Is het je wel eens opgevallen dat al die 'terroristen' uit Amsterdam-West komen, zei ze. 'Samir A., Mohammed B., dan is er toch iets mis, hier in West?' Maar begin niet over de islam als oorzaak en fundamentalisme als gevolg. Dan kijkt ze je scherp aan met haar bruine ogen. Wat weet jij nou helemaal van de islam, zegt ze dan afgemeten. Armoede en analfabetisme, dat zijn de problemen. In Slotervaart heb je beide in overvloed. 'Die jongens geven het Westen de schuld dat hun ouders arm zijn en de taal niet spreken. Jullie hebben ze toch hier heen gehaald? Zorg dan beter voor ze.'

Katholiek opgevoed

Ze woont sinds 1998 in Slotervaart. Ze kent ook de Bijlmer, waar ze daarvoor drie jaar woonde. Katholiek opgevoed en gedoopt. Toen heette ze nog Olivia Herfst en droeg ze geen hoofddoek. Die kwam toen ze zich in 1987 bekeerd had tot de islam. Later trouwde ze met een Algerijnse man. Vier kinderen kreeg ze met hem. Ze ging uiteindelijk bij hem weg omdat hij haar mishandelde. Door het huiselijk geweld kwam ze in de wao terecht. Toen is ze begonnen met het helpen van jongeren. Eerst op de Johan Huizingaschool. Een zwarte school, waar ook haar kinderen zaten. Elke woensdagochtend was er koffieochtend voor ouders, georganiseerd door een welzijnswerker.

Na afloop kwamen dan vaak nog Marokkaanse moeders naar haar toe. Problemen die bij de koffie onbesproken bleven, kreeg zij voorgelegd. Schulden, schoolproblemen, huiselijk geweld. Bij haar konden ze terecht, dachten die moeders. Want Fatimazohra was ook moslim, maar tevens een ontwikkelde vrouw. Ze volgde een cursus en ging taallessen geven in de El Umah-moskee in Amsterdam. Dan namen veel vrouwen meteen de formulieren en brieven mee van bijvoorbeeld de sociale dienst. En of ze ook nog even met de school van de kinderen kon bellen. En zo wist iedereen in de moskee dat er een Surinaamse vrouw was, ook moslim, die dingen voor hen kon regelen.

Sinds een paar jaar heeft ze haar eigen bedrijfje, onderwijsbemiddelingsbureau kap, Kinderen in Achterstandsposities. Een reïntegratiecoach helpt het haar opzetten. Nu wordt haar werk nog uit de wao betaald, maar ze hoopt dat haar bureau binnen afzienbare tijd zelfstandig inkomsten kan verwerven.

Ze heeft een klein kantoortje op de derde verdieping van een oud gebouw aan de ringweg langs Slotervaart. Aan de wand hangt een grote vlag van Che Guevara. Op haar bureau staat een plankje met een korantekst. Ik denk niet dat je die combinatie snel aantreft bij een moslim, lacht ze. Maar, verklapt ze, ik geloof ook in reïncarnatie. 'Ik doe dingen zoals ik denk dat het hoort. Ik heb ook een liberale visie van de islam. Een soort doe-het-zelver.' Het belangrijkste voor haar is dat je mensen behandelt zoals je zelf behandeld wilt worden. En daarbij is de Koran haar leidraad. Eigenlijk gaat het nog net als in de moskee. In het buurthuis horen jongeren over haar, of ze krijgen haar nummer van een vriendje dat ze ook geholpen heeft. Wat ze doet? Als er problemen zijn op school, belt ze de mentor om te vragen wat er is. Een stageplek? Ze gaat met ze op pad. Een nieuwe opleiding? Als het moet gaat ze mee kijken. Of ze geeft jongeren op voor Goal, een project van de gemeente. Jongeren krijgen dan een mentor, die ze een keer in de week zien.

Fatimazohra heeft haar eigen netwerk. Kent de buurtvaders, de buurtregisseurs, bezoekt de jongerencentrums. En als ze denkt dat iemand een van haar jongeren kan helpen, belt ze op.

Geen optie

Abdel worstelt met school. Hij wil best serieus een opleiding doen, het liefst één dag school en vier dagen praktijk. Maar geld is het belangrijkste. Een mooie werkplek waar hij veel leert, maar geen geld verdient? Geen optie voor Abdel. 'Ik wil niet van mijn broers afhankelijk zijn. Ik moet mijn zorgverzekering en telefoon betalen.'

Als je alles financieel op orde wilt hebben, moet je een goede opleiding doen, zegt Fatimazohra. Hij knikt. De maandelijkse kosten zijn voor zijn ouders ook altijd een probleem, zegt hij. Zijn vader zit in de bijstand. Ze stelt voor dat zijn ouders dan maar eens langs moeten komen met alle administratie. Ze spreekt af dat hij volgende week weer komt. In de tussentijd gaat zij op school uitzoeken of hij er nou wel of niet is en of hij dit jaar nog iets kan afronden. Ook zal ze hem opgeven voor een beroepentest. Abdel knikt vriendelijk, geeft geen hand en gaat naar buiten.

Dit is de manier, zegt Fatimazohra. Je moet langzaam in het leven van die jongens binnendringen. Wat doen ze op straat? Wat zijn de problemen thuis? Jongens als Abdel zijn vaak zo labiel als wat, zegt ze. Ze kent er tientallen. Vaak uit grote gezinnen, die in de bijstand zitten. Die ouders kunnen weinig, want ze spreken de taal niet. Hun kinderen zijn vaak de enige schakel naar de buitenwereld. 'Daar krijg je als kind wel een geestelijke deuk van.' Laatst had ze een Marokkaanse tiener op bezoek. Of zij mee kon naar de open dag van een school. Ze vroeg eerst waarom hij zijn ouders niet meenam. Daar had hij niets aan, was het antwoord. Ze begrijpen er vaak niets van, weten niet wat ze moeten vragen én kunnen het niet vragen.

Groen mutsje

Maandagmiddag. Fatimazohra heeft een Marokkaanse vader en zijn 15-jarige dochter op bezoek. De vader zit met zijn armen over elkaar. Hij heeft een groen mutsje op en kijkt afwachtend naar Fatimazohra. Die wappert met een brief. Kent hij die, vraagt ze aan het meisje. Die glimlacht kort en vertaalt de vraag. De vader kijkt nors. De brief kent hij niet. Ze leest twee zinnen voor. Zijn zoon, de 14-jarige Ismaël, is al twee weken geschorst. Ze kijkt op. 'Dus daar weet hij niets van?' Ze gaat verder. Een week geleden werd ze gebeld door de reclassering. Ismaël heeft ook problemen met justitie. Hij is een poosje geleden gepakt voor auto-inbraken en moet nu met de reclassering afspraken maken over zijn straf. Maar als hij in de tussentijd niet naar school gaat, krijgt hij nieuwe problemen. 'Hij heeft al 200 uur verzuim. Als we niets doen, krijgt je vader een boete.'

De vader houdt zijn armen over elkaar. Hij fronst zijn wenkbrauwen.

Fatimazohra: 'Vraag je vader wat hij wil met zijn jongens'. De man laat weten dat hij slechts wil dat ze een goede opleiding volgen. Fatimzohra belooft de school te bellen over schorsing. Ook wil ze volgende week thuis langskomen met de medewerkster van de reclassering.

Op de gang praat ze nog even met het meisje. Die zegt dat haar vader wel weet dat zijn jongste zoon crimineel is. Hij schaamt zich kapot. De problemen op school heeft ze hem daarom maar bespaard.

Fatimazohra heeft ook contacten met het informatiehuis, op het Amsterdamse stadshuis, opgericht na de moord op Theo van Gogh in 2004. Daar komt alle informatie samen over radicalisering vanuit de hele gemeente. Als er signalen zijn dat iemand radicaliseert, kan deze dienst meteen maatregelen nemen.

Zoals bij 'haar' Abdel, die ze bij het informatiehuis had aangemeld. Zij regelden een medewerker van de organisatie Spirit voor hem, die zich nu een jaar over hem gaat ontfermen. Zelf heeft ze Abdel in contact gebracht met de Marokkaanse sportbuurtwerker Ali, iemand uit haar netwerk. Ali heeft gestudeerd in Saoedi-Arabië. Daar kijkt Abdel tegen op. 'Met hem kan hij over de islam praten op een positieve manier.'

Voor de moord op Theo van Gogh was radicalisering iets wat hier niet bestond, zegt ze. Dat was iets van het Midden-Oosten, niet van Amsterdam-West. Maar sindsdien is ze heel alert. Het zal haar niet nog een keer overkomen dat ze de signalen niet ziet. Mohammed B. kende ze persoonlijk. Ze zag hem veranderen, maar aan radicalisering dacht ze geen moment. Tijdens de ramadan van 2002 bereidden ze samen een maaltijd voor autochtone ouderen uit de buurt. Een sympathieke, warme jongen, vond ze toen. Daarna ging ze een poosje op vakantie. Toen ze terug kwam, gaf hij geen hand meer. Oh, die is heel serieus met zijn geloof geworden, dacht ze. Verder niets. Kort daarna verdween hij twee jaar. Tot ze in 2004 hoorde dat een Marokkaanse jongen uit Amsterdam-West Van Gogh had vermoord. Ze wist opeens dat hij het was.

Banale oorzaken

Radicalisering, zegt ze, heeft heel banale oorzaken. Ze zit aan een tafeltje bij het raam in een Marokkaans restaurantje aan het August Allebéplein. Hier vonden in 1998 hevige rellen plaats tussen Marokkaanse jongens en de politie. 'Dat had toen een teken moeten zijn.' Ze zucht. 'Die jongens weten geen bal van de islam. Dan lopen ze zo'n Bin Laden look-a-like tegen het lijf , krijgen ze aandacht en is het mis.' Wat zij doet is simpel. 'Ik moet die lui voor zijn. Islamitische jongeren zijn op zoek naar intelligente mensen van wie ze iets kunnen leren. Thuis hebben ze hun ouders al, met wie ze niet verder komen.'

Ze kijkt uit het raam. Kijk, zegt ze, daar staat Ismaël. Drie jongens leunen op de hoek van een apotheek tegen het raam. Ismaël staat in het midden, in een lange groene jas en een grijze joggingbroek. Ze drinken fris en staan te roken. De lege blikjes gooien ze op straat. Er loopt een oude blanke man langs. Hij wordt nageroepen.

Kijk hem nou, de snotaap, net vijftien geworden, zegt Fatimazohra. Ze was die ochtend bij hem thuis met de reclassering. Ze kreeg eerst een grote bek van hem. Maar daar hoef je bij haar niet mee aan te komen. 'Ik heb gezegd: of je afspraken met de reclassering nakomen en naar school, of een plek in een jeugdinrichting.'

Eerst breken, dan opbouwen, zegt ze. En kijken wie wat nodig heeft. Ze begint over haar eigen zoontje van tien, half Algerijns, half Surinaams. Groeit ook op in Slotervaart en leerde van vriendjes liegen en stelen. Gelukkig heeft ze haar netwerk. Ze vroeg de buurtregisseur van de politie of zij niet nog een project hadden. Ze lacht. 'Hij is nu op survivalkamp in de Ardennen.'

Tom Kreling is redacteur van NRC Handelsblad.

Jildiz Kaptein is fotograaf.

'Dan lopen ze zo'n Bin Laden look-a-like tegen het lijf, krijgen ze aandacht en is het mis.'