Demonstreren in Oekraïne? Rent a mob!

Betogers bevolken weer het centrale plein van Kiev. Ze betogen voor de Oekraïense premier Janoekovitsj. Velen worden daarvoor betaald: achter de betogingen gaat een geolied ‘rent-a-mob’-circuit schuil.

Aanhangers van premier Janoekovitsj (geen gehuurde demonstranten) hebben een kamp opgeslagen in een park in de Oekraïense hoofdstad Kiev. (Foto Oleg Klimov) REGIONS PARTY IN THE CAMPING OF THE CENTER CITY. KIEV. UKRAINE. 4/04/2007 PHOTO BY OLEG KLIMOV mannen bevolking Klimov, Oleg

Het oude vrouwtje kijkt geschokt naar de jongelui. Ze dragen de lichtblauwe hesjes van de de Oekraïense Partij der Regio’s. Ze zwaaien met blauwe vlaggen. Ze zijn dus hier om premier Viktor Janoekovitsj te steunen. Maar als een spreker vanaf het podium ‘Ja-noe-ko-vitsj president’ roept, brullen zij terug: ‘Ja-noe-ko-vitsj pederast!’

De rest van de menigte reageert op deze poging tot spreekkoor met lauw gemurmel. Dat zijn zo de risico’s van rent-a-mob. „Geen bezieling”, vindt A., een zogenoemde ‘jeugdmoderator’ die niet met zijn volledige naam in de krant wil. „Dit weekeind verhuurde ik deze zelfde jongens aan oppositieleider Joelia Timosjenko. Toen waren ze enthousiaster.”

Maar zaken zijn zaken, premier Janoekovitsj betaalt, en dus zijn betoger A. en zijn studenten nu vóór de premier en het parlement en tegen de president en de oppositie. Niet altijd in even innige samenwerking met de ‘schapen’: de provinciale studenten, mijnwerkers en dorpsvrouwtjes die in bussen en treinen naar Kiev reden om Janoekovitsj te steunen. „Je hebt hier drie types betogers”, doceert A. „Gelovigen, hooligans en huurlingen. Met zoiets bestorm je natuurlijk geen barricades.”

Gehuurde menigtes, rent-a-mob: ze zijn vast onderdeel van de politieke folklore in de voormalige Sovjet-Unie. In Oekraïne zijn ze een ware kunstvorm. Sinds president Joesjtsjenko maandag het parlement ontbond brengt zijn rivaal, premier Janoekovitsj, mensenmassa’s naar het Maidanplein. Dat gaat niet vanzelf: voor zoiets heeft de premier ‘zakastsjiki’, bestellers. Deze functionarissen van zijn Partij der Regio’s bellen hun netwerk van ‘tien-, honderd- en duizendmannen’, die zichzelf jeugdmoderators noemen. Tegen betaling leveren zij frisse, jeugdige betogers.

Deze week belanden we in café Sjato naast een tafel waar jeugdmoderators prijsafspraken maken: Andrej, Vitali, nog een Andrej en A. Op tafel ligt een rij mobiele telefoons te glimmen, elke twee minuten gaat er wel één af. Met één moderator, A., maken we nader kennis. Wat we doen, legt hij achteraf uit, is verhinderen dat de bestellers gaan ‘shoppen’ en een prijzenslag tussen moderators ontketenen. „Dus hebben we een minimumprijs per betoger.”

A. doceert economie en scharrelt wat. Een hoofdverdienste is rent-a-mob. Hij leerde het vak vanaf 2002, toen hij op straat actie voerde tegen de corrupte president Koetsjma. In 2004 was het eindexamen: de Oranje Revolutie, die voorkwam dat premier Janoekovitsj met massale stembusfraude president werd.

Nu betoogt A. voor diezelfde Janoekovitsj. Goed voelt dat niet, erkent hij, maar iedereen heeft zijn prijs. „Voor hoeveel verkoop ik mijn ziel aan de duivel?” Tweeduizend dollar, dat is zijn breekpunt.

A. maakt bij zijn rent-a-mobs gebruik van methodes van studentenbeweging Pora. Het werkt anders dan ouderwetse sovjetmobilisatie, doceert hij. „De rector of fabrieksdirecteur stuurt zijn scholieren en arbeiders de bus in en het plein op. Ze zijn dof en passief, schapenkuddes.” Pora werkte in 2004 heel anders. Tentenkampen, acties, het was allemaal zo geregeld. „Via netwerken. Iedereen heeft een mobieltje en eigen contacten. Binnen een half uur had je zo duizend mensen op punt X. In dat netwerk zitten knooppunten. Zo’n knooppunt ben ik.”

Toen na 2004 de Oekraïense politiek weer in zijn vertrouwde, cynische bedding terugstroomde, besloot A. dat uit te buiten. Zijn betogers zijn duur, maar snel en flexibel en tegen betaling bereid enig enthousiasme voor de zaak van hun ‘besteller’ te simuleren.

Deze week brengt A. zo’n tweehonderd studenten op straat. „Ze krijgen een beurs van omgerekend 25 euro. Een dag betogen levert 8 euro op.”

Om half elf ’s ochtends stellen de betogers zich op in de lange stoet van Janoekovitsj. Voordat die richting Maidanplein opstoomt, tellen controleurs de koppen, het resultaat schrijven ze op. A. schat dat vandaag ruim een derde van de stoet bestaat uit ‘bestellingen’ en de rest uit ‘schapen’. Hij loopt druk rond, groet zijn ‘tienmannen’ die elk tien tot vijftien studenten leveren.

A. tekent een piramide, Janoekovitsj’ Partij der Regio’s. Die heeft een centrale, regionale en lokale organisatie. „Op al die niveaus werken één of meer bestellers, die hebben onze nummers.” De nationale organisatie betaalt dertig dollar per betoger, de regionale partij twintig, een wijkorganisatie tien. „Een duizendman, die duizend betogers levert, pakt twee tot drie dollar per hoofd en verdient dus tweeduizend dollar per dag. Ik tweehonderd dollar, mijn tienmannen veertig.”

In café Sjato blijkt dat de betogingen voor Janoekovitsj wat verlopen. Diens ‘bestellers’ klagen dat hun moderators minder volk op de been brengen dan beloofd. En dat klopt ook, gniffelt A. „Wij moderators hebben onderling contact. Dus wat gebeurt? Duizendman Vitali verkoopt duizend man aan besteller Pjotr, Andrej verkoopt duizend man aan besteller Tolja. Beiden bellen mij. Ik verkoop mijn tweehonderd man aan Vitali, maar dezelfde tweehonderd man verkoop ik ook aan Andrej. Op de dag van de betoging laat ik mijn jongens tweemaal tellen: door de controleur van Pjotr én door die van Tolja. Zo krijg ik tweemaal betaald, en dat geld deel ik met de ‘duizendmannen’ Vitali en Andrej.”

Uiteraard kennen de bestellers de trucs. Ze tolereren die tot op zekere hoogte. A.: „Zij moeten ook tegen hun baas zeggen dat de betoging een daverend succes is.” Maar, zegt hij, de moderators zijn te gulzig geweest en de kloof tussen belofte en prestatie is te groot. Dus zijn de bestellers ontevreden en dalen de prijzen.

A. verwacht gouden tijden als Oekraïne op 27 mei gaat stemmen, zoals president Joesjtsjenko wil. Dat levert twee maanden werk en geld op. „Oekraïne heeft te veel verkiezingen gehad de verkiezingskassen zijn leeg”, schat hij in. „Maar als puntje bij paaltje komt, beseffen de oligarchen en zakenlui dat ze politici nodig hebben om hun zaken te behartigen en gaan ze weer tegen elkaar opbieden.”

Dat is goed voor hem en voor de economie. „Honderden miljoenen euro’s zwart geld wordt in circulatie gebracht. Daar is economisch gezien niks mis mee.”