Deinze – Sint-Martens-Latem

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Vlaanderen

Dankzij het klokkenspel buitelen in Deinze de klankjes van Mozarts Papageno over het plein voor de O.-L.-Vrouwkerk. (Ik blijf struikelen over die afkorting. O. en L., dat is toch veel te zakelijk. Alsof het een voornaam betreft en niet de aanduiding van ‘o wat ben je lief, o wat houden we toch van je, lieve Mariaatje, vrouw-van-ons-allemaal’). Maar die klokkenmuziek is goed, eens te meer omdat Zangeres, mijn wandelgezelschap van vandaag, gedachteloos zal blijven papagenoën, wat extra gloed geeft aan gras en twijgen en eendekuikens.

Het zonnelicht roetsjt loom uit de lenteheldere hemel en verzorgt om te beginnen getwinkel op de deining van de Leie. In de bochten van deze stroom hangen industriële gebouwen, van rode baksteen, bemoste grijze golfplaat. De fabrieken reikten steil de hoogte in, ze waren te hoog gegrepen en zijn nu kansloze torens van Babel.

De lente houdt de schijn op van jong en wild, maar eigenlijk is de lente een dromerige puber. Type: waar denk je aan? O, niets. Het riet wappert traag met zijn pluimen, een sluis met gebarsten houten deuren geniet van een onbezorgde oude dag, en onder een mijmerende ophaalbrug zitten de meerkoeten elkaar landerig in de veren. Lammeren hobbelen in speelse slow motion tussen hun moeders. Bomen vol bloesem spelen voor roze wolk. Ze spotten met twee vervaarlijke mannen met hun twee vervaarlijke vechthonden, verpakt in geplooid vel dat in hun ogen hangt.

„Honden en hun bazen lijken op elkaar”, zegt Zangeres, „dat weet iedereen. Hoe kan je dan zo’n hond nemen? Denk je dan: ‘sprekend ik?’ ”

Die existentiële vraag verdampt. Zangeres humt nog een stukje Zauberflöte en de vogels trekken zich daar niets van aan. Die vogelen zoals zij dat willen.

De route voert het land in. Onder een kleine hoge brug slapen, plat als wattenplakjes, vier witte eenden in klaverbladformatie. Weidegrond wordt afgewisseld met kasseiendorpjes en met stukjes bos. Mooi bos en daar hebben de rijken hun villa’s laten neerzetten, te vaak te protserig met van alles te veel: glas, hoogte, scheve lijnen, loze ruimte en betonnen leeuwtjes. Een Ferrari tufploft over het bospad, daar is hij weer, hij rijdt een rondje. Hij is niet eens rood.

Achter een zestiende-eeuws pronkkasteel dat de schijn tegen heeft maar zijn wezen juist weer mee dankzij een onverdroten sprookjesachtige aanpak, volgt een fiere laan tussen bultstammen. Uitzicht op knollen met konten. Juist.

17 km uit ‘Vlaanderenroute’ (GR 128, west), nrs. 36 t/m 43. tussen begin- en eindpunt rijdt elk uur bus 77; in St.-Martens-Latem halte Maenhoutstraat, in Deinze, halte Kerkhof.