De omslag in Frankrijk kan snel komen

Duitsland is de ziekenboeg eindelijk ontsnapt. Frankrijk niet. De kant van de ondernemers kiezen, wordt je er nog altijd verweten. Maar er lijkt verandering aan te komen.

Politiek is geen onderwerp dat in het Franse bedrijfsleven al te openlijk wordt besproken, had directeur Denis Riols gewaarschuwd. Maar op het dakterras bij zijn bedrijf Companeo, platform voor leveranciers aan het midden- en kleinbedrijf, zitten de grafische ontwerpers van de afdeling marketing juist te praten over de presidentsverkiezingen over twee weken, op 22 april. „Zeker, die zijn belangrijk”, zegt Lucy Thiebaut (28). „Zeker als Jean-Marie Le Pen de tweede ronde haalt. Dat vrees ik.”

Haar collega’s zijn het met haar eens: de herinnering aan 2002, toen de extreem-rechtse kandidaat de opkomende kracht in het electoraat bleek, is alomtegenwoordig. De afgelopen vijf jaar zijn Fransen blijven protesteren. Het land trok de aandacht met talloze stakingen tegen ontslagen, demonstraties tegen hervormingen van pensioenen en arbeidsmarkt. De Europese grondwet werd weggestemd. Maar onderzoeken wijzen tegelijk op een grote behoefte van de bevolking aan hervorming en verandering. Wat denken ze op de werkvloer bij Companeo in Puteaux, een voorstad met uitzicht op de Seine, vlakbij het zakencentrum La Défense? Is het vertrouwen van Fransen dat ze zich kunnen redden in een open economie intussen gegroeid? ,,Ik zie geen verbetering in de stemming om mij heen”, zegt Olivier Gutierrez (35). Mongi Ngeke (26) wel. ,,De spanning is al veel minder groot dan tijdens de rellen in de voorsteden eind 2005”. Maar hij relativeert meteen: „Misschien zeg ik dat omdat wij een vaste baan hebben. Dan lijkt alles al snel beter te gaan.” Lucy Thiebaut stemt in: ,,Mensen om mij heen benijden me. Jij hebt geluk, zeggen ze.”

Feit is dat economen ontevreden zijn over Frankrijk. ,,Er is een grote omslag nodig om de zaak weer op gang te krijgen,” voorspelde een van de scherpste critici onder de economen onlangs. Twee jaar geleden wees hij Frankrijk en Duitsland nog samen aan als de twee zieke oude mannen van Europa: lage groei, hoge staatsschuld, aanhoudende massawerkloosheid, geen afdoende antwoord op de komende vergrijzing van de bevolking. Intussen heeft Duitsland de weg omhoog gevonden. Maar Frankrijk blijft achter. De werkloosheid zit nog steeds tegen de negen procent aan, de groei is geringer dan in de andere OESO-landen, het staatsapparaat is te log, de staatsschuld te hoog, hervormingen blijven uit.

De gezaghebbende en politiek diverse Cercle des Economistes onder leiding van Jean-Hervé Lorenzi stelde vorig jaar een checklist op van urgente oplossingen waar de nieuwe president, of deze nu van links of rechts is, niet om heen kan. Veel maatregelen die het suggereert zijn gemeengoed in andere Europese landen: verlagen van de overheidsuitgaven, regels verminderen, arbeidsmarkt flexibeler maken, het land aanpassen aan de mondiale economie in plaats van proberen deze op afstand te houden met regels.

Juist dat gaat moeilijk. Afgezien van enkele kampioenen hebben veel Franse ondernemingen moeite internationaal mee te komen.

Ondernemingslust is er genoeg. Vorig jaar werden er 233.000 nieuwe bedrijven opgericht, een hoogtepunt. Maar Franse ondernemers weten minder goed dan hun concurrenten uit omringende landen een vervolg eraan te geven. Een relatief groot aantal bedrijven overleeft de eerste vijf jaar niet. Bedrijven die slagen, hebben na zeven jaar gemiddeld zeven procent meer personeel, minder dan bijvoorbeeld in Duitsland (22 procent). Een andere aanwijzing: minder dan vijf procent van de Franse midden- en kleinbedrijven exporteert. Weer vergeleken met Duitsland, de ex-kamergenoot in de ziekenboeg: daar is het elf procent.

Thiebaut, Ngeke en Gutierez zíjn dus inderdaad bevoorrecht. Ze zitten in de zon bij een bedrijf „waarvan er te weinig zijn”, zoals mede-oprichter Riols zegt: een start-up die wel doorgroeit. Dat veel kleine bedrijven niet doorgroeien, heeft ook te maken met ambitie, denkt hij. „Companeo is opgericht met de bedoeling er een Europese, en uiteindelijk zelfs een mondiale groep van te maken. Veel ondernemers denken helemaal niet zo.”

Companeo is begonnen in 2000. Samen met de huidige directeur-generaal Laurent Horwitz, afkomstig van modeartikelenbedrijf La Redoute en met Philippe Dokès, van creditcardbedrijf Carte Bleue, ontwierp Riols een catalogus om bedrijven in contact te brengen met leveranciers. Inmiddels vinden 190.000 bedrijven via de papieren catalogus, het internetplatform en het callcenter van Companeo diensten waarvan ze soms eerder niet wisten dat ze bestonden. Riols, die zich met de marketing bezighoudt, bladert door de catalogus. Een prikklok via sms. „Dat kan handig zijn voor metselaars in de provincie die van dorp naar dorp trekken. Maar die komen bij hen in de buurt nooit zo’n aanbod tegen, zelfs niet in de buurt van pakweg Marseille.” Companeo heeft zich erop toegelegd zulke afstanden af te schaffen.

Het werkte. De onderneming maakt winst sinds 2002, en heeft inmiddels vestigingen in vier landen, waaronder Nederland. Denis Riols heeft door de activiteiten van Companeo ook een beeld gekregen van de staat van de Franse kleine ondernemers. Het bedrijf laat sinds vorig jaar door onderzoeksbureau TNS-Sofres een ondernemersbarometer maken om niet alleen de behoeften van kleine ondernemers in Frankrijk te meten, maar ook hun beoordeling van de economische situatie. De moraal is laag, blijkt daaruit. Vooral bij ondernemingen met minder dan 20 werknemers (95,8 procent van de Franse bedrijven). Zij klagen over een lastige financiële situatie en over het gebrek aan groeiperspectieven. Driekwart van hen is nog altijd slecht te spreken over de gevolgen van de invoering van de euro. Gaat het echt zo slecht? Riols lacht. „,Klagen hoort er ook wel bij in Frankrijk”, zegt hij. „Ook als het na de verkiezingen veel beter zou gaan, zou het niet snel zo zijn dat er niet meer geklaagd wordt.”

Hij heeft de indruk dat Frankrijk nog aan het begin staat van een revolutie die bijvoorbeeld onder Nederlandse ondernemers al veel verder is. Zo lopen Franse ondernemers nog sterk achter bij het benutten van de efficiëntie die internet kan opleveren. „In Nederland weet elke ondernemer wat er gebeurt als hij ergens met de muis op klikt. In Frankrijk niet.” Fransen kunnen lang conservatief zijn, maar als de omslag komt, gaat het snel. ,Kijk naar internet. Frankrijk liep jarenlang achter in de verbreiding ervan. Nu heeft het land het grootste ADSL-netwerk in Europa.”

De vraag is of een omslag in de hele economie eraan komt. Eind vorig jaar vroeg de krant Le Figaro aan zes voormannen van de Franse economie wat zij zouden doen als zij de opvolger van president Chirac waren. Antwoord: weerstand trotseren, regels verminderen, de 35-urige werkweek versoepelen en de sociale dialoog op gang brengen. Het is ook het programma waarmee Laurence Parisot, de voorzitster van werkgeversorganisatie Medef, in deze verkiezingscampagne op tournee is. Erg zeker van succes lijkt zij niet. Ze klaagde enkele weken geleden op een persconferentie dat de presidentskandidaten nog steeds de verkeerde nadruk leggen in hun benadering van de economische politiek. „Zij blijven denken dat economische groei moet komen door het stimuleren van de koopkracht. Maar vraag is er genoeg. Het aanbod blijft achter.” „Frankrijk is niet meer concurrerend. Dat is het probleem”, zegt Pierre Nanterme, bestuurder van Medef en medeauteur van het goedverkopende boek waarmee de organisatie de verkiezingscampagne probeert te beïnvloeden. De titel is een hartekreet: Besoin d’Air, behoefte aan lucht. Strekking: Frankrijk moet meer waardering – en ruimte – geven aan zijn ondernemers. Nanterme constateert dat de belangrijkste presidentskandidaten in elk geval geloven dat ze met hervormingen kiezers kunnen winnen. „De stemming is wat dat betreft wel verbeterd”. zegt hij.

Denis Riols van Companeo vindt dat de presidentskandidaten nog erg voorzichtig zijn in hun hervormingsvoorstellen. Hij begrijpt dat wel: „Als je in Frankrijk zegt dat je ondernemers wilt helpen, denken veel mensen daar afwijzend over: ah, die staat dus aan de kant van de bazen. Ondernemers representeren in totaal maar 2 miljoen van de 44 miljoen kiezers.” Companeo ervoer zelf in 2005 hoe voorzichtig je moet zijn. In augustus van dat jaar kreeg het bedrijf een „fantastische opdracht” om het contrat nouvelle embauche bij ondernemers te promoten, een flexibeler arbeidscontract voor kleine bedrijven. De enthousiast getoonzette mailing over de mogelijkheid nieuwe werknemers binnen zes maanden zonder verplichtingen te ontslaan, leverde veel reacties op. Van de pers. Of ze niet aan moderne slavernij deden. „De publieke reactie heeft ons verrast”, zegt Riols. „Als we het toen hadden geweten, hadden we het misschien niet gedaan.”

De opschudding over het contract kreeg in het voorjaar van 2006 een vervolg met massale protesten tegen een nieuw flexibel contract met een proeftijd van twee jaar. De regering moest bakzeil halen, en nu heeft geen kandidaat het erover. Maar na de verkiezingen komt het thema zonder meer terug, is de overtuiging van Riols. „Flexibilisering is nu eenmaal noodzakelijk.” Buiten op het terras zijn de werknemers gereserveerd. Olivier Gutierrez wil wel instemmen met minder ontslagbescherming, maar „als we dan maar wel makkelijk ander werk kunnen vinden”. Voor Mongi Ngeke zit het probleem niet bij het werk zelf, maar de eisen waaraan je moet voldoen om leningen af te sluiten en woonruimte te vinden. „Zonder zekerheid kan je in Frankrijk niets opbouwen.”