‘De massa wordt creatief en innovatief’

Dankzij internet kunnen slimme mensen massaal hun creativiteit inzetten, zegt innovatie-expert Charles Leadbeater. „Bedrijven moeten zich daarvoor openstellen.”

Charles Leadbeater

Wat mensen samen op internet al niet hebben gecreëerd. Voorbeeld: de gratis te raadplegen encyclopedie Wikipedia, samengesteld door iedereen die maar wil bijdragen. En Linux, het gratis besturingsprogramma, opgezet door enthousiaste computerprogrammeurs.

„Het zijn symptomen van een nieuwe culturele wind”, zegt Charles Leadbeater, die veel schrijft over innovatie en daarover de Britse en Chinese regering adviseert. Eerder deze week was hij in Arnhem om een lezing te geven, die was georganiseerd door de Hogeschool Arnhem/Nijmegen en NRC Handelsblad. „De jaren tachtig stonden in het teken van individualisme”, zegt Leadbeater in de lobby van een hotel in Arnhem. „Er was een cultuur van ‘hebben’. Maar nu willen mensen niet langer alleen maar consumeren. Ze willen ook bijdragen. Hun stem laten horen.”

Leadbeater schrijft een boek over dit fenomeen, dat hij We-think noemt. Hij heeft het over de vier C’s: contribute, connect, collaborate, create. „Soms dragen mensen alleen bij, zoals bij blogs het geval is”, legt hij uit. Soms gaan ze een stapje verder en zoeken ze elkaar ook op. Bijvoorbeeld via eBay, wat Leadbeater ziet als een vlooienmarkt op internet. Nog een stap verder gaan mensen samenwerken. De laatste stap is dat ze ook iets creëren. Zoals een besturingssysteem voor computers, een encyclopedie, of films.

Dankzij internet hebben slimme mensen de mogelijkheid gekregen om massaal hun creativiteit in te zetten, zegt de Brit. „Ze vernieuwen software, computergames, verkiezingen of de manier waarop bedrijven functioneren.”

Voor sommige bedrijfstakken zijn de gevolgen al enorm geweest. De muziekindustrie heeft klappen gekregen doordat een groepje mensen het mogelijk heeft gemaakt om gratis muziek te downloaden. Leadbeater: „De verkoop van tienerbladen is totaal ingezakt door de komst van websites als MySpace en Bebo. Mijn zoon van 7 jaar heeft zijn eigen site gemaakt op Bebo. Hij is niet alleen meer consument, maar ook producent, schrijver, deelnemer.”

Wat is het effect van we-think voor het bedrijfsleven in brede zin?

„Iedereen zou zich af moeten vragen wat dit voor zijn bedrijf kan betekenen. Moet je je klanten puur als consumenten blijven zien, of betrek je ze en laat je ze deelnemen? Al Gore en Richard Branson loven een prijs van 25 miljoen dollar uit aan degene die met het beste plan komt om het broeikasgas CO2 uit de atmosfeer te verwijderen. Unilever heeft zijn nieuwe reclamecampagne voor Dove-zeep gebaseerd op foto’s die zijn ingestuurd door vrouwen van over de hele wereld. Concurrent Procter & Gamble laat buitenstaanders ideeën voor nieuwe producten indienen. Dit zul je in de toekomst steeds vaker zien. Innovatie en creativiteit worden massa-activiteiten – niet voor, maar door de massa. Bedrijven moeten beseffen dat slimme mensen niet alleen binnen de eigen organisatie te vinden zijn. Ze zitten overal. Bedrijven moeten zich daarvoor openstellen.”

Wat betekent dat voor managers?

„Ze zullen zich anders moeten gaan opstellen. Het is geen leger strak gedrilde en gehoorzame soldaten meer dat ze leiden, maar een kudde schapen. Individuen moeten kunnen grazen waar ze willen, en soms moeten ze ook kunnen afdwalen.”

U onderzoekt ook het mogelijke effect van we-think op de gezondheidszorg. Ziet u enthousiaste amateurs in hun vrije tijd nieuwe medicijnen ontwikkelen, die ze vervolgens gratis ter beschikking stellen?

„Nee, dat zal niet gebeuren. Wat wel gebeurt, is dat gebruikers van medicijnen overal vandaan informatie verzamelen, uitwisselen en forums oprichten, waarmee ze veel invloed uitoefenen. De kennis ligt niet langer alleen bij artsen en farmaceutische bedrijven. In Groot-Brittannië wordt veel nagedacht over vernieuwing van het zorgsysteem. We geven er jaarlijks 60 tot 70 miljard pond aan uit, en dat gaat voor het grootste deel naar artsen en ziekenhuizen. Maar veel mensen willen niet geholpen worden in een ziekenhuis, ze hebben liever zorg aan huis. Zeker voor aandoeningen zoals diabetes en kwalen die met veroudering te maken hebben. Thuiszorg is er wel, maar die is slecht georganiseerd. Ik denk dat we er veel meer uit zouden kunnen halen, als we er we-think op loslaten.”

Uw boek over we-think komt binnenkort uit. U heeft de eerste elf hoofdstukken al op internet gezet. Waarom?

„Ik wilde experimenteren met het idee dat ik onderzoek. Een boek is iets heel persoonlijks. Je stelt je kwetsbaar op. Daarom liet ik versies van mijn eerdere boeken eerst alleen maar aan mijn vrouw lezen, omdat ik wist dat ze positief zou reageren. Mijn laatste boek stel ik voor de definitieve publicatie open voor reacties. Er zijn 252 mensen geweest die opmerkingen hebben geplaatst. Daarvan zijn er 30 of 40 geweest die echt gedetailleerd commentaar hebben geleverd.”

Maar van wie is dan het boek als het uiteindelijk uitkomt, en wie krijgt de opbrengst?

„Het boek is van Leadbeater et al. De opbrengst gaat naar liefdadigheid.”