DE LUCHTSTAD IS NIET TE STOPPEN

De beursgang van Schiphol is door het nieuwe kabinet afgeblazen. Pech voor ex-minister Zalm en president-directeur Cerfontaine, triomf voor de Amsterdamse wethouder Asscher. Maar maakt het eigenlijk wat uit?

Schiphol is allang een autonome geldmachine en dat weet eigenlijk iedereen.

'Duurzame groei' is de bezweringsformule die moet verhullen dat niemand in Nederland de macht heeft om Schiphol tegen te houden.

Een zakenman komt nooit te vroeg, zonde van zijn tijd. Hij komt als de gate bijna dicht is en hij nog net niet hoeft te rennen. Doorlopen wil hij, met in de ene hand zijn koffertje en in de andere hand zijn blackberry. Zo laat een zakenman zichzelf graag zien. Snel, efficiënt.

Maar Schiphol weet beter. Schiphol doet onderzoek naar zakenmannen, en naar alle andere mensen die gaan vliegen en na de controles terechtkomen in de lounges waar de winkels zijn, de bars met champagne en oesters, de food courts met curry's en pasta's en hamburgers. Hoe voelen ze zich? Wat doen ze?

Ze kijken op hun horloge. Zeker de zakenmannen, want die willen in control zijn. Die komen nooit te laat. Dat zegt Freek Vermeulen van de Business Area Consumers van Schiphol. Zo heten reizigers hier, consumenten. Freek Vermeulen is aangenomen om nieuwe dingen voor hen te bedenken, dingen waar Schiphol geld mee kan verdienen. Nog meer geld, want de Business Area Consumers (winkels, horeca, parkeren, reclame) is het best renderende deel van Schiphol. Daarna komt het vastgoed. Op alles wat met vliegen te maken heeft, verdient Schiphol niets.

Suède schoenen met gesp, donkergrijs pak met driedubbele krijtstreep. Freek Vermeulen loopt van de ene naar de andere lounge en vertelt over de stresscurves van mensen die gaan vliegen. Per jaar worden op Schiphol honderdvijftigduizend mensen ondervraagd, vierhonderd per dag. Hij heeft er zelf aan meegedaan toen hij nog studeerde, bedrijfseconomie in Amsterdam. Nu loopt hij soms mee met mensen die gaan vliegen om zich nog beter te kunnen inleven in wat zij meemaken. Hij weet dat de stress bij hen toeneemt als ze Schiphol binnengaan en nog meer toeneemt bij het inchecken, de controles, het zoeken naar de gate.

Maar daarna neemt hij af. De reis is begonnen, mensen willen kopen, eten. En als ze dat niet vanzelf al willen, dan worden ze wel op het idee gebracht. Veertig minuten, zegt Freek Vermeulen, staan mensen open voor wat de AirportCity hun te bieden heeft. Dan komt de stress weer terug. Welke gate was het nou? Waar is mijn boarding pass?

Voor Freek Vermeulen de uitdaging om mensen in die veertig minuten nog rustiger te maken, nog ontspannener. Rustige mensen geven meer geld uit. Vandaar de aanduidingen op de bordjes naar de gates: vanaf hier tien minuten lopen. Vandaar de klokken. Overzichtelijk was Schiphol al, met grote borden, brede gangen en ramen die uitzicht geven op de platforms. Schiphol, zegt Freek Vermeulen, is consumer driven, altijd geweest. Maar dat kan dus beter.

Hoe?

Ja, hoe. Daar kan hij niet te veel over vertellen, dat zijn bedrijfsgeheimen. Maar hij denkt aan grensverleggende dingen waarmee Schiphol zich nog meer zal kunnen onderscheiden van de concurrentie. Dingen als de dependance van het Rijksmuseum op Schiphol, die vier jaar geleden werd geopend en waar mensen, zegt hij, even de rijke cultuur van Nederland kunnen opsnuiven. Zoiets, en dan nog verrassender.

Dit is wat hij erover vertellen kan. Dat hij in Duitsland is geweest, in Autostadt, het themapark van Volkswagen. Mensen worden daar met treintjes door de fabrieken gereden. Hij was ook in Florida, in Walt Disney's Epcot Center en het Kennedy Space Center. Daar kunnen mensen voelen hoe het is om in een raket te zitten. Experience. Freek Vermeulen zegt nu niet dat Schiphol ook meteen een themapark wordt. Maar luchtvaart zou zich er wel goed voor lenen.

Te laat

Een donderdagochtend in januari, tien voor twaalf. In het Panoramarestaurant zit een magere man met kort blond haar koffie te drinken. Op de stoel naast hem ligt zijn windjack. Jos Overeem heet hij. Hij komt uit Roermond, hij is vanochtend om zes uur in zijn auto gestapt, hij had om half elf in het vliegtuig naar Oslo moeten zitten. Maar bij Eindhoven hoorde hij dat de a2 naar Utrecht vast zat.

Hij reed langs Rotterdam en Den Haag, tot het weer vaststond. En toen kwam hij te laat.

Een ander zou zeggen: verschrikkelijk. Hij niet. Hij denkt: vanmiddag om half vijf weer een vliegtuig. Maar vervelend is het wel. Hij is sales manager bij een drukkerij van reclamefolders, hij moet naar Oslo om het contract met een grote klant te verlengen. Te probéren het te verlengen. De klant kan een te lage prijs willen, onmogelijke eisen stellen. Dat hij er nu nog niet is, is alvast geen goed begin. Maar vraag je hem nou of hij zich er druk om maakt - nee. Dat heeft hij afgeleerd. Twee jaar geleden, een dag voordat hij met vakantie zou gaan, had hij opeens een drukkend gevoel op de borst. Hij dacht: een spiertje. Maar de huisarts stuurde hem naar de ehbo, en wat bleek? Een beginnend hartinfarct. Hij, een jonge vent nog, net veertig, in principe kerngezond. Een hartinfarct. Sindsdien relativeert hij. Haalt hij de streefcijfers niet, dan haalt hij de streefcijfers niet. Dan presteert hij maar wat minder.

De winkeliers

Een tafel van vier meter, zwart leren stoelen, een collectie Chopard-horloges, special edition, van bijna zeventienduizend euro per stuk. Dit is de werkkamer van Benno Leeser van Gassan Diamonds, voorzitter van de vijftien winkeliers van See Buy Fly. Zijn grootvader begon in 1967 op het toen net geopende nieuwe Schiphol met de verkoop van diamanten. Zelf heeft hij er nu een hele keten van winkels met diamanten, en met horloges en juwelen. Benno Leeser verkoopt zijn spullen over de hele wereld. Maar nergens, zegt hij, is zijn omzet per vierkante meter zo hoog als op Schiphol.

Met het vliegen mag dan niets verdiend worden, maar wel met de reizigers, nee, consumenten die daardoor zeven dagen in de week van 's morgens vroeg tot diep in de nacht worden afgeleverd. Zesenveertig miljoen waren het er vorig jaar, tachtigduizend per dag. Ze gaven twintig euro per persoon uit, samen meer dan een half miljard. Benno Leeser ziet klanten die de referentienummers van de Rolexen beter kennen dan zijn eigen personeel. Die mensen kopen niet zomaar wat. Die hebben zich voorbereid.

Schiphol profiteert door huuropbrengsten en een deel van de omzet. Dat maakt dat de belangen van Schiphol en de winkeliers heel lang samengaan. Iedereen weet, zegt Benno Leeser, dat Schiphol moet lokken, verleiden. Heathrow in Londen, de grootste concurrent, kan slonzig en chaotisch zijn, met vies tapijt en de akoestiek van een zwembad. De mensen komen toch wel. Londen is een miljoenenstad, een eindbestemming. Net als Parijs, de andere grootste concurrent. Maar Amsterdam? Hoeveel mensen moeten er naar Amsterdam?

Bijna de helft van de reizigers stapt op Schiphol over, naar een andere bestemming. Ze zouden ook via Londen of Parijs kunnen gaan. Of via Frankfurt. Maar het boekingssysteem van internet plaatste Schiphol bovenaan omdat de aansluitingen er zo goed zijn. En ze weten, denkt Benno Leeser, dat Schiphol fun is. Of hij hoopt dat ze dat weten.

Maar dat kan veranderen.

Dus gaan alle winkels op Schiphol altijd tegelijk open, ver voordat het eerste vliegtuig vertrekt. De consument mag niet geconfronteerd worden met gesloten rolluiken. De winkels heten hier ook niet Gassan Diamonds of Capi of Hajenius. Ze heten allemaal See Buy Fly. Eén concept, gegarandeerde kwaliteit.

Rustiger voor de consument, en een rustige consument is een kopende consument.

Daarover zijn Schiphol en de winkeliers van See Buy Fly het eens.

Waarover niet?

'Hou het er maar op dat we allemaal hebberig zijn', zegt Benno Leeser. 'We willen allemaal graag veel verdienen.' Dat is zijn manier om te zeggen dat de winkeliers van See Buy Fly het liefst zo weinig mogelijk geld aan Schiphol afdragen.

Dan zijn er nog de discussies over wat Benno Leeser logistiek en de sfeer in het algemeen noemt. Kijk, aan mist of regen kan Schiphol ook niets doen. Dat de consument dan minder vrolijk is en dus minder koopt, is voor iedereen pech. Maar lange rijen voor de douane? Chagrijnige gezichten van het securitypersoneel? Een consument die zich behandeld voelt als een terrorist, die heeft tot helemaal geen zin meer in die Rolex?

Benno Leeser moet wel zeggen dat Schiphol er alles aan doet om de nadelen van de beveiliging te verzachten. Ook positief: Schiphol kiest steeds vaker voor nog een kraam of nog een winkel, ook op plaatsen waar het eerst niet mocht.

De Rwandese folderaar

'Let op', zegt Joseph zonder achternaam die bij de roltrappen naar de vertrekhallen 1 en 2 staat. 'Ik ga nu een folder en een plastic zakje geven aan die man daar. Hij gaat het niet aannemen. Maar daarna kijkt hij wel om.' Een man in pak, met een zwarte rolkoffer. Hij kijkt naar Joseph, schudt nee en loopt door. 'Fijne reis', roept Joseph hem na. De man kijkt om, steekt zijn hand op en zegt: 'Bedankt'. Joseph lacht.

Nu een man en een vrouw in vakantiekleren. 'Zij gaan het wel aannemen', zegt Joseph. Hij doet een stap naar voren en zegt: 'Alstublieft. Informatie over de handbagage. Het is gratis hoor.' De man wil doorlopen, de vrouw staat stil en pakt de folder en het zakje aan. 'Mijn lippenstift', zegt ze. 'Mag ik mijn lippenstift eigenlijk wel meenemen?'

Van vijf uur 's morgens tot twaalf uur 's middags staat hij hier, drie dagen in de week, in zijn fluorescerende gele hesje. New EU Rules for Hand Luggage. Ingevoerd na de verijdelde aanslagen in Londen, augustus vorig jaar. Mooi baantje. De rest van de tijd gaat hij naar school, hbo communicatie. 'Ik hou niet van stilzitten', zegt hij. 'Ik wil geld verdienen.'

Hij komt uit Rwanda. Zijn moeder was een Tutsi, zijn vader een Hutu. Allebei dood. Een jaar lang liep hij met zijn twee broertjes en vier zusjes door Congo, totdat ze werden opgevangen door de kerk en naar Europa werden gestuurd. 'Wat zo grappig is', zegt Joseph, 'Ik heb er helemaal geen slechte herinneringen aan. Ik denk aan de bergen, aan de bomen, aan het fruit dat je zo kon plukken. We voetbalden.'

Schiphol is een prettige plek om te dromen, zegt hij. Niet van een carrière als rapper of acteur, zoals andere zwarte jongens van zijn leeftijd. Hij droomt van reizen door Afrika, daarna door Amerika. Als hij genoeg geld heeft, dan gaat hij.

De architect

Jan Benthem, van Benthem & Crouwel, de architect van Schiphol, zegt dat het erger werd toen het erop leek dat Schiphol echt naar de beurs zou gaan, een jaar geleden. Hij bedoelt de horloges, de sandwiches, de camera's, de repen chocola die nu tot in de gate te koop worden aangeboden. De reclame, overal. Alles een special offer.

Jan Benthem, donker pak, geen das, werkt al twintig jaar aan Schiphol. Hij is gewend geraakt aan dingen waar architecten normaal niet aan hoeven te wennen. Dat zijn werk nooit af komt. Dat hij wat hij tien jaar geleden bouwde weer moet afbreken omdat het te klein geworden is. Dat het er voor Schiphol niet toe doet of wat hij maakt van culturele waarde is. Als het maar functioneert. Beslissingen óver Schiphol, zegt Jan Benthem, kunnen jaren op zich laten wachten. Op Schiphol zelf gebeurt altijd alles meteen.

Maar dat iedere vierkante centimeter nu gebruikt wordt om aan de nieuwe beleggers die er zouden komen nog meer winst te kunnen presenteren, dat vindt hij vreselijk. Hij loopt naar de Holland Boulevard bij Lounge 3 om een van zijn grootste ergernissen te laten zien. Onderweg ziet hij er nog een paar. 'Dat stalletje van See Holland. Wat doet dat daar? En hier. Dode planten. Waarom worden er geen nieuwe gekocht? Weer Rolexen. Hier moet geen winkel zijn. Je moet hier naar buiten kunnen kijken.'

Hij blijft staan bij de dependance van het Rijksmuseum. Niets laat volgens hem zo goed de verplatting van Schiphol zien als de dependance van het Rijksmuseum. Iedereen vond het een prachtig idee, zegt hij. Echte oude meesters, dat paste nog eens goed in het concept van de AirportCity! Maar niemand die er één meter vloer voor wilde opofferen. Dus werd er voor de oude meesters een grote gouden doos gemaakt, en die werd hoog opgehangen, te bereiken met een trap. Daaronder kwam een museumwinkel.

Naast de museumwinkel, half voor de trap, zijn nu kramen gekomen met horloges, batterijen en wegwerpcamera's. Bloody shame, zegt Jan Benthem. Passagiers - hij spreekt van passagiers - worden op Schiphol gereduceerd tot wandelende portemonnees. Hij vindt het beledigend.

Vanmiddag gaat hij naar de directie van Schiphol. Hij zal zeggen dat ze een doodlopende weg zijn ingeslagen. Dat dit het dna van Schiphol aantast, het principe waarmee de luchthaven beroemd werd en prijzen won. De ruimte, de leegte.

De kastelein

Jan Oeverman, kastelein bij Het Paleis in Lounge 2: 'Eerst werkte ik in een café in Amstelveen, een eetcafé met een sateetje en een balletje. Daar deed ik alles. Maar ik werkte zestig uur in de week en ik had thuis twee kleine koters. Mijn vrouw zei: hallo Jan, je verdient lekker, maar zo gaat het niet. Zodoende ben ik op Schiphol terechtgekomen. Dat was in 1988. Ik dacht: nu hoor ik bij de elite. Schiphol was nog klein. Eén hal met twee barretjes, en dan nog vier bij de pieren. Moet je nu eens kijken.

'In het begin verveelde ik me de versuffing. Had ik een vroege dienst, zat ik om twee uur al thuis. Maar geleidelijk aan ben ik hobby's gaan ontwikkelen. Ik doe nu iets met computers, daar ga ik verder niet over uitweiden.

En ik moet zeggen: het werk op Schiphol is fantastisch. In principe is iedereen die bij mij aan de bar komt vrolijk.

Ze gaan op vakantie of ze zijn op zakenreis. In beide gevallen is het geld al uitgegeven, en het gewone leven is ver weg.

Ik vraag: coming or going?, ze beginnen gelijk te praten. Ik schat dat we vijftig procent vaste klanten hebben. Amerikanen en Skandinaviërs die op de olieplatforms werken. Echtparen met een huis in Spanje of Portugal. Bankiers. We hebben nu toevallig honderddertig man van een elektronicabedrijf binnen zitten. Die gaan met elkaar op reis. Maar eerst doen ze hier een happie en een slokkie. Ik maak ook mee dat mensen elkaar hier ontmoeten en zo in elkaar opgaan dat ze hun vliegtuig missen. Verwijs ik ze heel discreet naar het Airporthotel. Ik doe alsof ik niks in de gaten heb.

'Een paar maanden geleden ben ik ten voorbeeld gesteld op een cursus voor al het horecapersoneel op Schiphol. Motto: leuk geven is leuk ontvangen. Het ging erom dat het personeel eraan herinnerd moest worden dat je die kop koffie van drie euro niet met zo'n gezicht serveert, want dan is die kop koffie opeens heel erg duur. Je moet erbij lachen. Een geintje maken. Nou doe ik dat van nature al, dus ik had daar weinig te melden. Ik heb alleen wel uitgelegd dat je begrip moet tonen als mensen boos worden omdat hun croissantje er na acht minuten nog niet is. Die mensen denken dat ze haast hebben. En is het chartervolk, goeie kans dat ze ook nog vlieg- angst hebben. Ik weet wat het is, ik heb het ook gehad. Na de laatste keer, we kwamen uit Griekenland, we hadden een paar flinke luchtzakken, toen heb ik tegen mijn vrouw gezegd: voorlopig niet weer. Dat is nu ook al weer tien jaar geleden.

'Ik heb wel begrepen dat we na die cursus beter zijn gaan scoren. Kijk, jij bent klant, je loopt hier naar buiten en je wordt geënquêteerd. Was het goed? Was het slecht? Zegt zevenenzeventig procent dat het goed was, dan krijgen wij een bonus. Zitten we eronder, dan is het een malus. Maar dit jaar zaten we er dus ver boven.'

De president-directeur

In een kantoor met glazen wanden zit Gerlach Cerfontaine, president-directeur van Schiphol sinds mei 1998. Natuurlijk, zegt hij, is Schiphol onder zijn leiding commerciëler geworden. De Tweede Kamer had in 1995 gezegd dat Schiphol naar de beurs moest. Hij is aangenomen om Schiphol daarop voor te bereiden. En waar zijn beleggers in geïnteresseerd? Een zo hoog mogelijk rendement.

Dat de Tweede Kamer sindsdien honderd keer van mening veranderde en dat het nieuwe kabinet nu besloten heeft dat Schiphol niet naar de beurs gaat, doet er voor hem niet toe. Het blijft zijn taak om Schiphol gezond en winstgevend te houden. Mensen denken misschien dat hij hier nu woest rondloopt, omdat de beursgang weer niet doorgaat. Dat hij diep teleurgesteld is, omdat hij zichzelf nu niet kan verrijken door opties en aandelen. Want dat is het beeld dat mensen hebben, hè. Dat hij een graaier is. Ze vergissen zich.

Een beursgang zou goed zijn, omdat Schiphol dan zou kunnen investeren in andere luchthavens, meedoen met de consolidatie die zich de komende jaren in Europa zal voltrekken. Dat verhaal zal hij blijven vertellen. Niet op de toon van: ik leg het nog één keer uit. Nee, praten, luisteren, de dialoog zoeken. Een beursgang is een onderdeel van een veel groter concept, waarbij Schiphol het knooppunt is van stromen kennis en kapitaal, de motor van economische groei, de leverancier van verbindingen waardoor Amsterdam en omgeving zich zullen kunnen ontwikkelen tot een global city region, creatief, innovatief, vergelijkbaar met Londen.

Amsterdam zal dan ook een eindbestemming worden. Schiphol zal niet meer zo afhankelijk zijn van de mensen die overstappen. Als Schiphol bloeit, bloeit Amsterdam. En als Amsterdam bloeit, bloeit Schiphol. Gerlach Cerfontaine weet zeker dat Lodewijk Asscher, de wethouder Financiën van Amsterdam, er ook zo over denkt. Nee, hij had nooit gedacht dat díé de beursgang zou tegenhouden. Aardige vent, slim, dezelfde dromen als hij. De verklaring moet wel zitten in de ruzie die tussen de aandeelhouders ontstaan was, het rijk en de gemeente. Schiphol stond er eigenlijk buiten.

Ja, hij weet dat Lodewijk Asscher naar Wouter Bos is gegaan en voor elkaar heeft gekregen dat het in het regeerakkoord kwam te staan: geen beursgang. Maar Lodewijk Asscher heeft ook gezegd dat zijn standpunt niet uit marmer gehouwen is. Ze zullen elkaar de komende maanden dus weer vaak spreken. Want in het regeerakkoord staat ook dat zal worden bekeken op welke andere manieren Schiphol geld van nieuwe investeerders kan aantrekken.

Is Cerfontaine bij Balkenende geweest om over het regeerakkoord te praten?

Zijn gezicht, meestal vrolijk, verstrakt. 'Laat ik er dit over zeggen. Ik heb zo'n ontiegelijke hekel aan dit soort vragen. Zo Nederlands, zo klein. Want als ik dat al gedaan zou hebben, dan zou ik het toch nooit zeggen. Niet fair tegenover mijn eventuele gesprekspartners. Buitengewoon incorrect.'

De communicatiewetenschapper

Links de ingang van het Sheraton Hotel, welcome home, rechts een foto van een jonge vrouw op een loopband, uitkijkend over weilanden en bomen, en aan het eind van de promenade, voorbij de parkeergarages, de ingang van het World Trade Center. Op de elfde verdieping zit Wim Bak, communicatiewetenschapper en twee jaar geleden bij de Business Area Real Estate aangenomen om, net als zijn collega bij Consumers, dingen te verzinnen waardoor Schiphol nog meer geld kan verdienen.

Schiphol Real Estate heeft driehonderdduizend vierkante meter kantoor- en bedrijfsruimte in de verhuur en dat wordt alleen maar meer. Hoe kan Schiphol ervoor zorgen dat de klanten - gasten, zegt Wim Bak - het hier aantrekkelijker vinden dan in Frankfurt, Londen of Madrid, of in Dubai, Singapore en al die andere nieuwe concurrenten in een steeds kleinere wereld. Daarom probeert Wim Bak zich zo goed mogelijk in te leven in zijn gasten - hij zegt ook wel bewoners van de AirportCity - en zo is hij gekomen op de Holland Trade Lounge: een ruimte waar buitenlanders alles in één keer kunnen regelen om in Nederland een zaak te kunnen beginnen. Nu nog een plan, in augustus misschien al mogelijk.

Hij laat een cartoon zien van ene meneer Wu uit China die met zijn koffertje in de hand als een wervelwind langs de loketten van de Kamer van Koophandel, de gemeente Amsterdam, het ministerie van Economische Zaken en de Immigratie- en Naturalisatiedienst vliegt. Aan het eind stapt hij stralend zijn nieuwe kantoor binnen. Ja, zegt Wim Bak, er zijn nog wat problemen met de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Maar daar zullen ze nog wel bijdraaien.

Hij neemt de lift naar beneden, hij wil het bedrijfsrestaurant van het World Trade Center laten zien, Ginger's, in 2006 gekozen tot het beste van Nederland. Het is half elf in de ochtend, er zit nog niemand, maar de koks zijn al druk bezig met het draperen van versgesneden visfilets op toonbanken van roestvrij staal. Ernaast liggen bergen broccoli, champignons, rode paprika's, courgettes. Er staan manden vol appels en mandarijnen.

Wim Bak loopt langs de met rood leer beklede banken naar de ramen die uitzicht geven op de vliegtuigen en het braakliggende land daarachter. Hij vertelt dat in het vastgoed alles draait om beleving, emotie. Wat zegt het over mij dat ik met mijn kantoor op Schiphol zit? 'Het buzz word is connectivity', zegt hij. 'Vroeger zat je bij de rivier als je wilde meetellen. Toen bij het spoor. Toen bij de snelweg. Nu volgt de stad de luchthaven. Er ontstaat één grote corridor van kantoren vanaf de Zuidas tot Schiphol. Dat bepalen wij niet, dat bepaalt de markt. Het dendert gewoon door.'

Hij is net in Londen geweest, in het Chiswick Park bij Heathrow, een nieuw bedrijventerrein dat gebouwd is vanuit het concept dat mensen productiever, dat wil zeggen winstgevender, zijn als ze plezier hebben in hun werk. Dus lopen de mannen die het park onderhouden rond met op hun rug enjoy work en be creative. Er is een fitnesscentrum. Er zijn gitaren die de huurders, nee, bewoners, gewoon mogen pakken om op te spelen.

Entertainment.

Wim Bak zegt niet dat Schiphol het ook zo gaat doen. Maar voor de Elzenhof, het nieuwe bedrijventerrein dat Schiphol nu wil ontwikkelen, tussen de Zuidas en Schiphol, is al wel een thema bedacht. To be connected. 'Je bouwt een gemeenschap', zegt Wim Bak. 'Een community.'

De omwonenden

Aan de zuidkant van Schiphol, naast de Kaagbaan, liggen de resten van het dorpje Rozenburg. Een paar maanden geleden stond er nog een kerkje, gebouwd in 1864, twaalf jaar nadat het Haarlemmermeer was drooggevallen. Het is nu afgebroken. Op kosten van Schiphol is er in Rijsenhout, een paar kilometer naar het zuiden, een nieuwe kerk gebouwd. In Rozenburg staan nu nog vier oude arbeidershuisjes langs een met kastanjes omzoomde boerenlandweg die doodloopt op de N201. Al het verkeer tussen Schiphol en de bloemenveiling in Aalsmeer rijdt daar overheen. Iets verderop: de a4 en de a5, twee keer tien banen.

In een van de arbeidershuisjes wonen Ronald en Saskia van Tilburg, met hun dochter Sharon (8) en hun zoontje Panep (4). 'We willen graag nog een derde', zegt Ronald van Tilburg. 'Maar niet hier.'

Hij heeft niets tegen Schiphol, begrijp hem goed. Prachtige onderneming. Zat er bovendien eerder dan hij hier zat. En hij leeft ervan. Hij maakt in de schuur achter zijn huis plastic hoezen voor bloemen die vanaf Schiphol de hele wereld over gaan. Alleen, het woont hier niet meer zo plezierig. 'Op een warme zomerdag zie je hier zo'n gloed hangen', zegt Ronald van Tilburg. 'Dan kan het goed stinken.'

'Aan het lawaai wen je wel', zegt Saskia van Tilburg. 'Maar de vervuiling, daar maak ik me wel zorgen over.'

Ook vervelend: dat ze niet meer kunnen oversteken over de n201. Saskia van Tilburg rijdt vier keer per dag naar Aalsmeer en dan langs de andere kant van de weg terug om naar Rijsenhout te gaan, waar de kinderen op school zitten. Fietsen durft ze niet, met die vrachtwagens.

In 2000 kregen ze van Schiphol en de gemeente Haarlemmermeer een aanbod om hun huis te verkopen. Ze hebben het toen niet gedaan, zegt Ronald van Tilburg, omdat ze geen vergoeding voor hun bedrijf kregen. En laat hij eerlijk zijn. Hij dacht dat ze meer zouden krijgen als ze zouden wachten. Rozenburg, daar kan een tweede Kaagbaan komen. Of industrie. Schiphol moet die grond hebben.

De huizen tegenover hen werden gesloopt. De eerste bomen werden gekapt. De timmerman, de slager, iedereen ging weg. De oversteek over de n201 werd afgesloten. 'Dat wisten we niet', zegt Ronald van Tilburg.

'Dat hadden ze ons nooit verteld.' Maar toen ze hun huis vorig jaar zelf aan Schiphol te koop aanboden, zei Schiphol dat hun kans voorbij was.

En nu?

Ronald van Tilburg: 'Ja, wat nu.'

Saskia van Tilburg: 'Niemand wil dit hebben.'

Ronald van Tilburg: 'Alleen als we het weggeven. Maar het heeft ons drieëneenhalve ton gekost. Gelukkig niet in euro's.'

Saskia van Tilburg: 'We moeten toch ergens weer opnieuw kunnen beginnen.'

Ronald van Tilburg: 'Als er voor ons nog wat te doen valt. Al die kleine kwekers stoppen ermee. Dat zijn onze klanten.'

En dan nog de plastic hoezen uit China die elke dag worden binnengevlogen. Veel goedkoper dan de zijne.

De Amsterdamse wethouder

Lodewijk Asscher, wethouder Financiën van Amsterdam, wijst naar de zithoek, in zijn werkkamer op het Stadhuis, en zegt dat hij ze allemaal over de vloer heeft gehad - de adviseurs, de bankiers, de captains of industry.

Ze kwamen hem uitleggen hoe de wereld in elkaar zit en welke gevaren Schiphol liep als het niet naar de beurs ging. 'Ik moest steeds denken aan het geld dat zij eraan zouden verdienen.'

Hij hoorde geen argumenten die hem overtuigden. Geld? Schiphol is zo rijk, het kan lenen wat het wil. Tucht van de markt? Beleggers zullen eisen dat er geïnvesteerd wordt in vastgoed en buitenlandse luchthavens. Een beursgenoteerde onderneming aantrekkelijker om voor te werken? Nou ja zeg. Diep triest. Alleen die consolidatie in Europa, dat er maar een paar grote luchthavens zullen overblijven en dat Schiphol wel mee moet kunnen doen. Het argument van Cerfontaine. Daar zou wat in kunnen zitten.

Kan best dat de Tweede en de Eerste Kamer na elf jaar dan eindelijk besloten hadden dat Schiphol naar de beurs zou gaan. Amsterdam, in bezit van bijna een kwart van de aandelen, had vetorecht. Zestigduizend directe en honderdtwintigduizend indirecte banen, een groot publiek belang. En dan zou Amsterdam de zeggenschap uit handen geven?

Gerrit Zalm, toen nog minister van Financiën (VVD), dacht dat hij Amsterdam wel kon dwingen. Lodewijk Asscher weet nog goed dat hij bij hem op bezoek ging, de eerste dag dat hij wethouder was, in april 2006. Zalm had zich goed voorbereid, hij had zelfs het weblog van Asscher gelezen. Hij wist welke boeken die graag las. (The human stain van Roth, Disgrace van Coetzee.) 'Hij was vriendelijk', zegt Lodewijk Asscher. 'Maar ook nerveus.' Voor Zalm was de beursgang van Schiphol een principekwestie. Waarom zou het rijk geld laten zitten in een winkel- en vastgoedonderneming? Dat kon beter naar de aflossing van de staatsschuld.

Het ging mis toen de Tweede Kamer in juni 2006 aan Zalm vroeg wat hij zou doen als Amsterdam zijn vetorecht zou gebruiken. Zalm: 'Ik heb dan natuurlijk wel wat appeltjes te schillen met de gemeente Amsterdam.

Dan kan het Kabinet ook wel eens bepaalde dingen gaan frustreren.' Hij ontkende niet dat hij doelde op investeringen van het rijk in de Zuidas.

Wat een dedain, vond Lodewijk Asscher. Wat een misplaatst machtsvertoon. Zalm liet het besluit van Amsterdam om Schiphol niet naar de beurs te brengen door de Kroon vernietigen. Waarop Amsterdam naar de Ondernemingskamer en de Raad van State ging. Maar de uitspraken hoefden niet meer te worden afgewacht. Toen was het kabinet-Balken- ende iv er al.

En Zalm? Wat zegt die nu?

Dat het allemaal water under the bridge is. Moet hij nu gaan zeggen dat Lodewijk Asscher wel erg creatief met de feiten omgaat? Hij heeft er geen zin meer in. Hij houdt zijn mond.

Bezweringsformule

Wim Derksen van het Ruimtelijk Planbureau vroeg zich in 2003 in Het Financieele Dagblad af wat er bedoeld wordt met de 'duurzame groei' waarover altijd in alle rapporten en nota's over Schiphol wordt gesproken. Evenwicht tussen economie en ecologie? Welnee. Die duurzame groei, schreef Wim Derksen, is de bezweringsformule waarmee iedereen elkaar al jaren geruststelt. Er wordt mee verhuld dat niets of niemand de macht heeft om Schiphol te beperken. Als er al eens een beslissing wordt genomen om dat wel te doen, dan blijkt die zo nadelig uit te pakken dat die snel weer ongedaan wordt gemaakt.

De macht van Schiphol is de onmacht van de anderen.

Friso de Zeeuw, voorheen voorzitter van de Raad voor Verkeer en Waterstaat, noemde in 2005 in een advies aan het kabinet de 'gevaren' die een duidelijke en democratische besluitvorming over Schiphol bedreigden. Alle overheden, schreef hij, weten dat Schiphol blijft groeien en dat iedere beperking geld en werk kost. Maar ze durven het niet te zeggen. Om dat te verbergen komen ze met oplossingen die geen oplossingen zijn. Een beetje 'figuurzagen' met normen voor geluid. Nog maar weer eens een onderzoek laten doen. Een commissie van belanghebbenden instellen die er met elkaar uit moeten zien te komen.

Had Friso de Zeeuw hiermee willen bereiken dat er iets zou veranderen? Dat Melanie Schultz, de vorige staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat (VVD), wel had gezegd dat er nu eens een echte beslissing moest worden genomen?

'Ja, eigenlijk wel', zegt Friso de Zeeuw, ook directeur bij Bouwfonds. Hij doet alsof hij de staatssecretaris is. 'Landgenoten! We weten allemaal welke grote betekenis Schiphol heeft voor onze economie en daarom zullen wij vanaf nu bekijken hoe we de groei kunnen accommoderen en de nadelen daarvan kunnen compenseren. We houden op met het spreiden van geluid over de hele provincie! We houden op met die onzin van contouren die niemand ooit begrepen heeft! We gaan concentreren, meten, betalen. Wie weg wil, kan voor een goede prijs zijn huis aan Schiphol kwijt. Wie er wil blijven wonen, krijgt geld en belooft om niet meer te zeuren.'

Maar ook Melanie Schultz heeft het niet gedurfd, zegt Friso de Zeeuw. Zij hield het bij 'groeien binnen de bestaande geluids- en milieunormen', wat een andere formulering voor 'duurzame groei' is, en stelde een commissie van belanghebbenden in. Friso de Zeeuw weet ook wel waarom ze het zo deed. 'Een politicus overleeft zoveel eerlijkheid niet.'

In het nieuwe regeerakkoord staat weer dat Schiphol 'binnen de bestaande geluids- en milieunormen' mag doorgroeien. Maar Gerlach Cerfontaine heeft al gezegd dat Schiphol dan maar vierhonderdveertigduizend 'vliegtuigbewegingen' per jaar kan maken, en dat die grens dit jaar wordt bereikt. Cerfontaine wil naar de zeshonderdduizend die hem eerder beloofd waren. En dan?

Beheerste groei

'Ons standpunt is: beheerste groei', zegt Michel Bezuijen, vvd-wethouder Ruimtelijke Ordening en Luchthavenzaken van de Haarlemmermeer. 'Schiphol moet aan de gestelde normen worden gehouden.' Hij zit in het Raadhuis in Hoofddorp en naast hem zit Tineke Netelenbos, voorheen PvdA-minister van Verkeer en Waterstaat, nu interim-burgemeester van de Haarlemmermeer. Zij zegt: 'De overheid heeft een limiet gesteld en wij zeggen dus: zorg maar dat je er niet overheen gaat.'

Michel Bezuijen: 'Probleem is alleen dat wij wel kunnen zeggen: plaats maar honderdduizend vliegtuigbewegingen uit naar Lelystad. Schiphol zegt: kan niet. Dat wordt nog een boeiende discussie.'

Tineke Netelenbos: 'Maar die limiet, dat is gewoon wetgeving.'

Michel Bezuijen: 'Tegelijkertijd zeg ik dat de asset Schiphol niet verloren mag gaan.'

Tineke Netelenbos: 'De economie hier is booming. Iedereen ziet dat. Iedereen wil hierheen om te wonen en te werken.'

Michel Bezuijen: 'Dus op een of andere manier zal Schiphol gefaciliteerd moeten worden.'

Tineke Netelenbos: 'We moeten eerst beter weten wat de toekomstplannen voor Schiphol zijn. En dan gaan we verder kijken.'

Komt er een tweede Kaagbaan?

Michel Bezuijen: 'Die willen we niet.'

Tineke Netelenbos: 'Niet aan de orde.''

Maar zal hij er toch komen?

'Ja', zegt Michel Bezuijen. Hij schrikt ervan. Hij neemt het meteen terug.

Schiphol-Rijk

Op de dijk langs de Ringvaart, tussen de Aals- meerbaan en de n201, staat het huis van Willem en Trudy Hoogenboom. Ze kijken uit over water met rietkragen en overwinterende aalscholvers en bergeenden. Aan de achterkant staan de kantoorgebouwen van Schiphol-Rijk. Rijk was vroeger een dorpje als Rozenburg. Er is niets meer van over.

Willem Hoogenboom is buschauffeur, hij rijdt van half vijf 's morgens tot twee uur 's middags vliegtuigbemanningen heen en weer tussen hun hotel en Schiphol. Zij is huisvrouw. Ze kochten hun huis in 2002, ze verhuisden in 2003. Daarvoor woonden ze een paar kilometer verderop. De hele dag reden er auto's voor hun raam langs. Hier niet, hier is de dijk afgesloten.

Van het lawaai van de vliegtuigen hadden ze in hun vorige huis geen last. Ze waren eraan gewend. Daarbij komt, zegt Willem Hoogenboom, dat ze van Schiphol leven. 'We hebben niets tegen vliegtuigen. We vinden Schiphol een prachtig bedrijf.' In 2003 was net de Polderbaan opengegaan, vroeger ook wel de 'milieubaan' genoemd, omdat mensen rond Schiphol minder lawaai over zich heen zouden krijgen. Maar niet de mensen in Heiloo en Castricum, ten noorden van Schiphol, want die kregen nu lawaai dat ze nooit eerder hadden gehad. En ook niet de mensen bij de Aalsmeerbaan, want een deel van de 'vliegtuigbewegingen' werd daarheen verplaatst.

Dat was in juni 2004. Opeens vlogen er zes tot acht uur per dag vliegtuigen over het huis van Willem en Trudy Hoogenboom heen, met pauzes van een tot anderhalf uur. 'Eerst dacht ik dat het een vergissing was', zegt Trudy Hoogenboom. 'Daarna dacht ik dat ons huis wel geïsoleerd zou worden. Maar dat was niet zo.'

Nummer 210 op de dijk kreeg wel isolatie. Nummer 212 ook. Maar nummer 220, het huis van Willem en Trudy Hoogenboom, niet. De nummers 222 en 224 krijgen ook geen isolatie. De nummers voorbij het kruispunt met de n201 weer wel.

Trudy Hoogenboom pakt een plattegrond van Schiphol waarop de geluidscontour rond de Aalsmeerbaan staat. Over de dijk langs de Ringvaart maakt die een kleine slinger. Zo is er een stukje van een paar honderd meter ontstaan waar het lawaai volgens de computer binnen de norm blijft. 'Ze zijn het nooit komen meten', zegt Trudy Hoogenboom.

'En vliegtuigen houden zich vaak niet aan de route.'

De kleine vliegtuigen stijgen snel en draaien naar links. Maar grote vliegtuigen stijgen langzaam en draaien een beetje naar rechts, over het dak heen. In de huiskamer kan dan niet meer gepraat worden.

In 2005 kreeg Trudy Hoogenboom drie ambtenaren van het ministerie van Verkeer en Waterstaat zo ver dat ze kwamen kijken. Ze konden niets voor haar doen, de contouren liepen nou eenmaal zo, grenzen zijn grenzen. Trudy Hoogenboom laat de brieven zien die ze schreef naar Schiphol, de gemeente Haarlemmermeer, de provincie Noord-Holland, de Ombudsman. Volgens haar was zij een schrijnend geval en daar was toch een noodfonds voor? Ze heeft er tot nu toe niets op gehoord. Alleen van de Ombudsman kwam een brief waarin stond dat de procedure niet goed gevolgd was.

Willem Hoogenboom: 'Als ze iets voor ons doen, dan komt iedereen.'

Trudy Hoogenboom: 'Daar zijn ze bang voor.'

Willem Hoogenboom: 'Ze verdienen er niks mee als ze ons helpen. Dus waarom zouden ze haast maken?'

Trudy Hoogenboom: 'Ze laten ons gewoon wachten.'

Jannetje Koelewijn is redacteur van NRC Handelsblad.

Siebe Swart is fotograaf.

[streamers]

Tachtigduizend passagiers per dag geven 20 euro per persoon uit, dat is meer dan een half miljard.

'Passagiers worden op Schiphol gereduceerd tot wandelende portemonnees', zegt de architect.

De mensen denken misschien dat Cerfontaine woest rondloopt omdat de beursgang niet doorgaat.

'Er komt één grote corridor van kantoren vanaf de Zuidas tot Schiphol. Dat bepaalt de markt.'

'Zalm was vriendelijk', zegt de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher. 'Maar ook nerveus.'

'Duurzame groei' is de formule voor Schiphol waarmee iedereen elkaar al jaren geruststelt.