De fatsoensregel is zoek in de drama-democratie

Het is verleidelijk de eerste week in het strafproces Holleeder als symptomatisch te zien voor de ontwikkelingen in het strafrecht en de media-samenleving. Het proces begon met een brutale demonstratie van geweld: de bazooka-aanslag op de ‘beveiligde’ rechtbank in Osdorp. Scherp getimed en op maat voor mediagebruik. Met een knal aan het begin en een eigen serienaam (‘Proces van de eeuw’) paste dit nieuwsevenement naadloos in wat sociologen wel de spektakelsamenleving of drama-democratie noemen. Er volgde een week lang realitysoap waarin stemmingen en gevoelens in veel media vaak evenveel gewicht kregen als feiten.

Dit past in de belevingswereld van de moderne burger waarin het communiceren met emoties een belangrijke plaats inneemt. Het was opvallend hoe uitgekiend het podium buiten de rechtszaal daarvoor werd benut. Het bespelen van het publiek was waar te nemen in de consequente verdachtmaking door de verdediging van de vermoorde Endstra. En in het charmeoffensief ten bate van de verdachte die de status van Bekende Nederlander al ruimschoots heeft bereikt. Net als het O.J. Simpson-proces in 1994 in de VS kent het Holleeder-proces ook een theatraal perspectief, dat zich in de media afspeelt. Daarin zijn personen en beelden dominant en is overdaad het kenmerk.

Aangenomen mag worden dat de rechters zich van de stortvloed aan stemmingen niets zullen aantrekken. De dreiging en intimidatie die uitgingen van de granaataanval is feitelijk de meest ernstige. En die is niet weggenomen – de daders zijn nog niet gepakt. Voor het mediatoneel is in de moderne samenleving echter niemand immuun. In praatprogramma’s wordt het proces besproken als een voetbalwedstrijd in de rust, met vooral partijdige waarnemers die alleen aan zichzelf refereren. Zijn er onder hen nog die de moed hebben hun mond te houden en het verloop van het proces te willen afwachten? Ooit was de ‘sub judice’- regel algemeen aanvaard. Zolang een zaak niet onherroepelijk is beslist door de rechter onthouden staatsmachten en openbare organisaties zich van commentaar. Het proces is immers zelf bedoeld als een manier om de waarheid vast te stellen. Net als iedere andere verdachte is ook Holleeder onschuldig totdat het tegendeel bewezen is verklaard. Maar in de drama-democratie is daarvoor nauwelijks meer ruimte en is de fatsoensregel uit beeld geraakt. Ten onrechte.

Ook was de anonimisering en afnemende controleerbaarheid van het strafproces zelf goed waar te nemen. Getuigen, slachtoffers, verdachten – zij vragen bescherming of een tegenprestatie in de vorm van een lagere strafeis. Ze mogen soms uit de rechtszaal wegblijven, ontkennen desnoods slachtoffer te zijn, vragen anoniem te mogen getuigen in ruil voor een lagere strafeis. Het wetboek van strafrecht is de afgelopen jaren op deze nieuwe werkelijkheid aangepast. Maar het blijft wringen: het is essentieel voor een eerlijk proces om een verdachte in staat te stellen belastende getuigen te kennen en te ondervragen. De enkeling die over voldoende burgermoed beschikt om wel openlijk te getuigen, verdient grote waardering.

In zekere zin kenmerken de afpersing en intimidatie die de verdachte worden verweten ook het klimaat waarin het proces wordt gevoerd. Daarmee wordt het proces-Holleeder ook een oefening in de rug recht houden. Niet alleen voor de rechters die het proces ordelijk moeten voeren. Maar ook voor de andere maatschappelijke partijen: om zich verantwoordelijk te tonen, terughoudend te zijn waar nodig en te zwijgen wanneer dat moet.