De Chinezen komen wel/niet

Al negentien jaar stijgt het Chinese defensiebudget jaarlijks met meer dan tien procent. China heeft ook al verreweg het grootste leger ter wereld.

De Stille Oceaan, 26 oktober 2006. De carrier strike group rond het Amerikaanse vliegdekschip USS Kitty Hawk kruist met een dozijn escorteschepen door het zeegebied bij het subtropische Japanse eiland Okinawa. De commandant van de carrier, kapitein-ter-zee Ed McNamee, weet dat de gevechtsvliegtuigen op zijn 327 meter lange schip ieder moment van het opperbevel de opdracht kunnen krijgen uit te rukken naar crisisgebieden. Misschien moeten de ingescheepte Super Hornets satellietgeleide bommen gaan afwerpen op de Talibaan in Afghanistan of op Iraakse bermbommenleggers. Of misschien staan er wel nucleaire laboratoria diep in Iran op de doellijst.

McNamee is niet voorbereid op de potentiële tegenstander die tijdens deze oefening letterlijk opduikt. Een van de Sea Hawk-helikopters van het Charger-squadron meldt zich via de radio met een volstrekt onwaarschijnlijk bericht: een onbekende onderzeeboot is op nog geen tien kilometer van de Hawk druipend aan de oppervlakte gekomen. Een foto is al naar de fotoanalisten in de buik van de carrier geflitst.

De beeldbank laat er geen twijfel over bestaan: het gaat om een onderzeeboot van de Song-klasse, waarvan de Chinese marine er acht stuks heeft. En waar ook geen twijfel over bestaat: als het oorlog was geweest, dan had de USS Kitty Hawk op de bodem bij Okinawa zijn laatste rustplaats gehad. De boodschap van de Chinees is duidelijk: bang, you’re dead.

Een tweede onaangename Chinese verrassing overvalt de Amerikanen op 11 januari. Op die dag buigt een Amerikaanse luchtmachtofficier op de Buckley Air Force Base in Colorado zich verbaasd over zijn beeldscherm. Een DSP-satelliet die van bijna 36.000 kilometer hoogte Azië in de gaten houdt, ziet met zijn hittegevoelige sensor een gloeiende punt die boven de lanceerbasis Xichang in het zuiden van China snel aan hoogte wint.

De hittebron dooft korte tijd later uit: de raketmotor is uitgebrand. Maar een paar tellen later flakkert een andere hittebron op. Een Chinees kill-vehicle, technologie die tot het exclusieve domein van Rusland en de Verenigde Staten behoorde, verpulvert een oude Chinese weersatelliet. Ook hiervan is de strekking duidelijk: het Pentagon kan de ruimte met een vorig jaar afgekondigde doctrine wel voor zichzelf opeisen, de communicatie-, spionage- en waarschuwingssatellieten zijn niet onkwetsbaar voor vijandelijke actie.

Begin maart maakte de Chinese Volksrepubliek bekend het defensiebudget te verhogen met bijna achttien procent, tot 45 miljard dollar. Dat was voor het negentiende jaar op rij een stijging met meer dan tien procent. Bovendien, zeggen veel analisten, zijn er veel verborgen posten, zodat het budget wel eens driemaal zo hoog zou kunnen zijn.

De militaire expansie van China gaat gepaard met een agressiever optreden. „De test met het antisatellietwapen is niet in overeenstemming met de Chinese bewering slechts uit te zijn op een vreedzame groei”, zei de Amerikaanse vicepresident Dick Cheney eind februari bij een bezoek aan Australië. „Wij willen graag een uitgebreide dialoog met China over wat hun militaire opbouw behelst, wat de onderliggende doctrine is en wat hun intenties zijn”, liet ook de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken John Negroponte weten, kort na de laatste Chinese verhoging van het defensiebudget.

Eilandjes

Ook Zuid-Korea en Japan, dat bijna jaarlijks te maken heeft met Chinese marineschepen die ‘per ongeluk’ de Exclusieve Economische Zone binnendringen, fronsen de wenkbrauwen. China heeft met Japan, Vietnam en de Filippijnen territoriale geschillen over eilandjes. China heeft op de betwiste Spratley-eilanden in de Zuid-Chinese Zee een hoogwatervluchthaven voor vissers aangelegd. Waarom die moet worden verdedigd met luchtdoelgeschut, blijft onduidelijk. De ‘afvallige provincie’ Taiwan plaatst vooral vraagtekens bij de snelle uitbreiding van de raketten die de Volksrepubliek aan de overkant van Straat Taiwan opstelt. Volgens schattingen zijn dit er al ongeveer 900.

Alle bezorgde geluiden worden vastgelegd in het jaarlijkse Pentagonrapport Military Power of the People’s Republic of China dat dit jaar werd aangevuld met China’s Navy 2007, uitgebracht door het Office of Naval Intelligence. Aan het Witte Huis gelieerde denktanks, zoals de Heritage Foundation en de Center for Security Policy, vreten de cijfers uit deze rapporten. De media ook.

De schaal van de uitbreiding en modernisering van de Chinese strijdkrachten, met 2,3 miljoen manschappen de grootste ter wereld, is indrukwekkend. De Chinese marine, organisatorisch een varend onderdeel van het Volksbevrijdingsleger, is exemplarisch voor de koortsachtige militaire opbouw. De marine heeft de afgelopen jaren meer nieuwe scheepsklassen in dienst genomen dan enig andere marine ter wereld. Zo zijn er de Lyuang-II, een destroyer-type dat uiterlijk veel overeenkomsten vertoont met de Amerikaanse Arleigh Burke, de Luzhou-klasse destroyers, en de Jiangkai, een type fregat, dat, als je door je oogharen kijkt, wat weg heeft van de Nederlandse luchtverdedigings- en commandofregatten, de LCF. Ook neemt de Chinese marine Russische destroyers van de Sovremenny-klasse in gebruik, waarvan westerse militaire inlichtingendiensten zeggen de Sunburn antischipraketten te vrezen.

Ook aan amfibische transportschepen wordt hard gewerkt. Tot voor kort was dat een opvallend gemis in de Chinese militaire capaciteit, aangezien die nodig zijn om bij een conflict met Taiwan grondtroepen van het vasteland naar de eilandstaat over te brengen. Een gloednieuw eerste exemplaar van de vooralsnog naamloze, type 071-klasse, dat qua tonnage niet onderdoet voor de nieuwe Nederlandse Johan de Witt, wordt nu uitgerust op de Jiangnan-werf in Shanghai. Daarnaast doet een nieuw type snelle catamarans met antischipraketten en voorzien van stealth-technologie die de vaartuigjes moeilijk waarneembaar voor radar maakt, analisten in westerse hoofdkwartieren achter de oren krabben.

En dan is er nog de oude Varyag, een nooit afgebouwd Russisch vliegdekschip dat door een Chinees bedrijf werd opgekocht om als drijvend casino dienst te doen. Toch worden op de werf in Dalyan geen roulettetafels aan boord gehesen, maar communicatieapparatuur en andere onderdelen die het schip het eerste Chinese vliegdekschip zouden kunnen maken. De Russische zakenkrant Kommersant meldde dat China al marinejachtbommenwerpers heeft besteld die de Russen zelf voor hun vliegdekschip gebruiken: Sukhoi Su-33.

Misschien wel de grootste verrassing is het grote aantal onderzeeboten dat de marine in dienst neemt. De vier Russische Kilo-klasse onderzeeboten die in de jaren negentig in de vaart kwamen, worden op dit moment aangevuld met nog eens acht gemoderniseerde Kilo’s.

De eigen Chinese defensie-industrie heeft intussen ook geleerd van al die oude in licentie gebouwde of geïmporteerde onderzeeboten. Dat ging veelal om kopieën van sovjetboten die op hun beurt waren gemodelleerd naar Duitse U-boten.

Naast de Song-klasse produceert de Chinese marine-industrie ook nieuwe Yuan-onderzeeboten en het nucleair aangedreven type 093. En sinds begin dit jaar maakt ook een nieuwe, met kernraketten uitgeruste type 094 onderzeeboot proefvaarten.

Maar sommige defensiespecialisten, onder wie de invloedrijke Pentagon-watcher William S. Lind, zijn niet zo beducht voor het Gele Gevaar. Daarvoor hebben ze drie redenen. Een militaire analyse doet vermoeden dat al die hardware minder waard is dan op het eerste gezicht lijkt. De militaire kracht van de strijdkrachten in de regio, die van de VS voorop, relativeert daarnaast de uitdijende slagkracht van China. En dan is er nog de propaganda die het Gele Gevaar opklopt.

Laten we eerst teruggaan naar de subtropische wateren rond Okinawa op die 26ste oktober. Het voorval met de Song joeg veel commentatoren in de gordijnen: de Chinezen komen eraan! Maar, zoals ook de bevelhebber van het Amerikaanse Pacific Command, admiraal William Fallon vond: de Amerikaanse schepen waren niet bezig met antionderzeebootoperaties. En het wás geen oorlog. Fallon stelde dat het juist de Song was die gevaar liep, aangezien zijn plotselinge aanwezigheid een ongeluk of zelfs een schietincident had kunnen veroorzaken. Fallon is groot voorstander van samenwerking met de Chinese marine om dit soort ongevallen te voorkomen.

De Federation of American Scientists (FAS), een liberale denktank, voert de Song zelfs op als bewijs dat het allemaal wel meevalt met al die Chinese onderzeeboten waarvan het volgens dat jaarlijkse Pentagonrapport in de Stille Oceaan krioelt. In een rapport van het Office of Naval Intelligence, dat de FAS in bezit kreeg via de wet openbaarheid bestuur, valt te lezen dat de complete Chinese onderzeevloot van zeventig boten zich in 2006 maar tweemaal op de Stille Oceaan heeft vertoond. Een jaar eerder was dat zelfs niet één keer. Een vergelijking: de Koninklijke Luchtmacht (KLu) heeft ongeveer even veel F-16’s als de Chinese marine onderzeeboten. Wat zou het zeggen over de kwaliteit van de KLu en de vaardigheden van de piloten als jaarlijks slechts twee van de bijna honderd F-16’s een rondje boven de Noordzee mochten maken? De meeste piloten zouden hun expertise verliezen en het materieel zou verstoffen.

De precieze reden voor die onwil om de onderzeeboten het ruime sop te laten kiezen is onduidelijk. Maar het is niet bepaald een motie van vertrouwen: oceaanoperaties tegen de machtige Amerikaanse Derde en Zevende Vloot vergt rigoureuze oefening en training. Eerder lijkt het te wijzen op de bescheiden rol die de Chinese onderzeeërs mogen vervullen: die van kustverdediging. De consequentie hiervan is, aldus de FAS, „significant”. „Dit suggereert dat de tactische kennis die nodig is om de Chinese onderzeevloot in een oorlog te kunnen optreden, nogal beperkt is.”

Iets dergelijks geldt voor de luchtmacht. Begin jaren negentig kocht China in Rusland bijna honderd moderne Sukhoi Su-27 luchtverdedigingsjagers en het recht om er nog eens bijna honderd bij Shenyang Industries in licentie te bouwen. Die zijn intussen in operationele dienst genomen, maar dat is moeizaam verlopen – vooral door onbetrouwbaarheid van de Russische leveranciers. Maar het is vooral de vraag of deze toestellen een grote sprong voorwaarts betekenen voor de Luchtstrijdkrachten van het Volksbevrijdingsleger. De Su-27’s zijn snel en groot, maar ze kunnen alleen ongeleide bommen afgooien.

Zes jaar geleden zijn tachtig opgewaardeerde Sukhoi’s gekocht, de Su-30, om dit hiaat althans gedeeltelijk te vullen. Maar die aantallen vallen in het niet bij de duizenden oude gevechtsvliegtuigen, die in de jaren vijftig op sovjettekentafels stonden en waarmee de Chinese luchtmacht nog altijd vliegt.

De samenwerking met radarvliegtuigen, bijtanken in de lucht en de coördinatie met grondstrijdkrachten laten bij de Chinese krijgsmacht allemaal te wensen over. Zwaktes binnen de Chinese defensie-industrie zijn hier deels debet aan. Toen de RAND Organisation deze branche in 2004 tegen het licht hield, concludeerde de denktank dat Chinese investeringen in de jaren negentig „de defensie-industrie in staat hebben gesteld om te ontkomen aan decennia van structurele verwaarlozing, inefficiëntie en corruptie”. Maar, stelt RAND, „de verbeteringen bestrijken niet de gehele sector”. Onder andere de luchtvaartsector bevat nog „hiaten”.

Bij de Chinese landmacht is een laatste voorbeeld van gebrek aan expertise te vinden. Grote vredesoperaties, zoals die van de Amerikanen en Britten in Irak en de Fransen in Centraal-Afrika, zijn de Chinese militairen vreemd. Alleen kleine groepjes ingenieurs en oproerpolitie deden onder VN-vlag dienst in landen als Haïti en Congo. Intussen groeit het aantal Chinese blauwhelmen wél. Zo bereiden zich ongeveer duizend Chinese militairen, onder wie gevechtstroepen, zich voor op detachering bij UNIFIL, de VN-vredesmacht in het zuiden van Libanon.

Onderzeeboten

De potentiële tegenstanders van China zitten ook niet op hun handen. Alleen Japan heeft tegenwoordig al méér moderne destroyers, fregatten en onderzeeboten in de inventaris dan de Chinese marine. En de modernisering daarvan houdt bijna gelijke tred met die van het Chinese materiaal. De vloot van Zuid-Korea kan de vergelijking met de Britse Royal Navy goed doorstaan.

De belangrijkste mogelijke vijand is de Amerikaanse marine, in de Stille Oceaan vertegenwoordigd door de Derde en de Zevende Vloot. Die loopt kwalitatief twee generaties voor op de Chinese marine en is in absolute getallen in veel sectoren ook numeriek sterker.

Het is vooral het kleine Taiwan dat het in toekomstige conflictscenario’s vaak tegen een invasie van het Volksbevrijdingsleger moet afleggen. Dat is een horrorscenario: Taiwan is een vrije-markteconomie waarin het Westen veel heeft geïnvesteerd. Maar een blik op de zeekaart laat zien dat dit risico beperkt is: het overzetten van een groot leger over een goed verdedigde zeestraat van ongeveer tweehonderd kilometer breed lukte de Geallieerden in juni 1944 pas na jaren training. De Chinese transportcapaciteiten, over zee of door de lucht, ontbreken er ook voor.

Militaire samenwerking tussen tegenstanders van de Volksrepubliek groeit binnen de regio. En hard. In oktober 2006 liet de, op dat moment kersverse, Japanse regering van premier Shinzo Abe weten de mogelijkheden te bestuderen om de Japanse Zelfverdedigingsmacht met die van de VS te laten optrekken, mocht rond Taiwan een crisis ontstaan. Op 13 maart tekende Abe met de Australische premier John Howard een overeenkomst om de strijdkrachten van de twee landen gezamenlijk te laten oefenen. En dat heeft helemaal niets te maken met China, benadrukte Howard op de persconferentie na de ondertekening. „China moet dit niet opvatten als tegen hem gericht.”

Er is nóg een speler op het Riskbord rond de Stille Oceaan: India. Dit land verkeert op zijn best in een kregelige relatie met de Volksrepubliek sinds de grote noorderbuur in 1961 een oorlog om Tibet begon en won. Dat China Pakistan aan het ontwerp van een kernkop hielp, is voor goede relaties met India ook niet bevorderlijk.

De strategische banden met de VS heeft India al aangehaald, onder andere door een nucleaire handelstransactie aan te gaan. Dit staat overigens haaks op de geest van het Non-proliferatieverdrag tegen de verspreiding van kernwapentechnologie, een verdrag dat India niet heeft ondertekend. De VS zijn ook in de race om de Indiase luchtmacht te voorzien van meer dan honderd jachtbommenwerpers. Als die transactie doorgaat, kan die dienen als anker voor militaire samenwerking. Deze maand oefenen de Indiase, Amerikaanse én Japanse marines in het beschermen van de toevoerwegen over zee van Japan – en daarmee, indirect, van Taiwan.

Er zijn dus genoeg argumenten te vinden om de nieuwsberichten over de Rode Draak die zijn klauwen scherpt te relativeren. Dat het Pentagon het Gele Gevaar overdrijft, is zeer gebruikelijk. Maar ook is er de wijsheid van Sun Tzu, krijgstheoreticus van een Chinese keizer, die zei: „Wend inferioriteit voor en wakker daarmee de arrogantie van de tegenstander aan.” Het is voor het Pentagon te hopen dat de Chinezen hun eigen klassieken niet lezen.

Op www.nrc.nl/wereldmachtchina zijn eerdere delen van deze serie te lezen.