Daimler moet het Chrysler-spel slim spelen

De druk op DaimlerChrysler-topman Dieter Zetsche neemt toe om zijn verlieslijdende Amerikaanse autobedrijf te verkopen.

Gezaghebbende aandeelhouders van het Duitse industriële conglomeraat stelden die eis eerder deze week op de jaarvergadering van het concern. En nu is er ten minste één stevig openbaar bod uitgebracht van 4,5 miljard dollar in contanten, afkomstig van het beleggingsvehikel Tracinda Corp van voormalig Chrysler-topman Kirk Kerkorian. Maar de miljardair claimt tevens het exclusieve recht om twee maanden lang de boeken te mogen inzien. Dat is iets dat Zetsche zou moeten weigeren.

Hoewel de details nog ontbreken, is er wel veel dat voor Kerkorians bod pleit. Om te beginnen zou het de druk hoog houden op Chryslers vakbonden om concessies te doen op het gebied van de pensioenrechten en de gezondheidszorg. Chrysler neemt momenteel zo’n 17 miljard dollar van de ongedekte gezondheidszorglasten van de Duitse autoproducent voor zijn rekening – een van de redenen dat de Amerikaanse divisie moeite heeft met het maken van winst.

Kerkorian heeft aan zijn bod de voorwaarde verbonden dat de vakbonden concessies doen. Ervan uitgaande dat die een bezuiniging van zo’n 30 procent opleveren, iets meer dan bij Ford en General Motors achttien maanden geleden, zou de rekening voor Daimler 5,5 miljard dollar lichter uitvallen.

Bovendien zou een Chrysler in handen van Tracinda wellicht een deel van de resterende lasten voor eigen rekening willen nemen, misschien wel zo’n 40 procent, als aftrekpost voor de belastingen.

Dan zou Daimler nog steeds zo’n 7 miljard dollar aan gezondheidszorgverplichtingen van Chrysler overhouden.

Maar dat is aanzienlijk minder dan het huidige bedrag, zodat de aandeelhouders van Daimler geen schade zouden lijden. Daimler en Tracinda zouden zelfs nog meer van die 7 miljard dollar kunnen afknabbelen door de vakbonden als onderdeel van de overeenkomst een belang in Chrysler aan te bieden.

Hoewel dit alles reden genoeg is om Kerkorian aan te moedigen aan de onderhandelingstafel plaats te nemen, is het geen rechtvaardiging om Tracinda exclusieve toegang tot de boeken van Chrysler te verschaffen. Dat is niet in het belang van de Daimlers aandeelhouders.

Uiteraard verwacht niemand dat Daimler veel zal verdienen aan de verkoop van de verlieslijdende autofabrikant uit Detroit.

Maar er zitten op z’n minst drie andere potentiële kopers op het vinkentouw: de Canadese onderdelenproducent Magna, de participatiemaatschappij Cerberus en een consortium van de bedrijvenopkopers Blackstone en Centerbridge Partners. General Motors zou eventueel ook een bod op de autoproducent kunnen uitbrengen. Het opgeven van de kans om een gezonde biedingsstrijd op gang te brengen zou onverstandig zijn.

Anthonie Currie

Put-opties duiden op kentering markt

Maakt u zich zorgen dat de hausse in fusies en overnames bijna over zijn top heen is? Een aanwijzing daarvoor zou het opnieuw verschijnen van de put-optie in grote overeenkomsten kunnen zijn. Deze riskante constructies, die populair waren ten tijde van de transactiemanie aan het eind van de vorige eeuw, zijn opnieuw opgedoken bij drie recente grote overnames.

Neem Vodafone en Pirelli, die allebei put-opties in hun jongste overeenkomsten hebben verwerkt. Het Britse telecomconcern heeft er een aangeboden aan de minderheidsaandeelhouder van Hutchison Essar, de Indiase mobieletelefonie-aanbieder waarin het zojuist een meerderheidsbelang heeft genomen. Het zou kunnen betekenen dat Vodafone in drie tot vijf jaar 5 miljard dollar moet betalen.

Pirelli is in onderhandelingen verwikkeld over de verkoop van het grootste deel van zijn belang in houdstermaatschappij Olimpia aan AT&T en America Movil van Carlos Slim. Deze twee bedrijven moeten de resterende aandelen wellicht over een jaar voor dezelfde prijs kopen. Dat komt neer op een extra last voor de kopers van 580 miljoen euro.

Het ingewikkeldst is de overeenkomst die Acciona heeft gesloten over de opsplitsing van het Spaanse nutsbedrijf Endesa. Acciona kan een belang van 25 procent aan Enel verkopen, voor een minimumprijs die ieder jaar stijgt met de rente minus de dividenden, dan wel naar eigen inzicht een greep doen uit diverse bezittingen van Endesa. Gezien het feit dat het belang op dit moment 11 miljard euro waard is en dat Acciona zijn put-optie tot 2017 kan blijven uitoefenen, is dit de duurste van alle recente constructies.

Zulke put-opties kunnen deksels vernuftig zijn. Maar ze stellen de bedrijven die ze uitgeven bloot aan grote risico’s. Als de onderliggende aandelen het goed doen, zal de put-optie niet worden uitgeoefend. Maar als ze het slecht doen, lijdt de uitgevende partij al gauw pijn. En in geval van een instortende markt zullen de papieren verliezen aanzienlijker groter zijn dan de huidige marktwaardes.

Verkeerd gokken met put-opties leidde bijna tot de ondergang van bedrijven als British Telecom en France Telecom. Beide bedrijven strooiden in 2000 met put-opties om bezittingen te verwerven en beide moesten hun toevlucht zoeken tot claimemissies.

Dat wekt de indruk dat het op toneel verschijnen van put-opties een teken is dat de marktomstandigheden aan het veranderen zijn. Voor zowel Vodafone als Enel was het uitgeven van put-opties de enige manier om hun transacties rond te krijgen. En in het geval van Endesa is optiehouder Acciona erin geslaagd een prijs uit het vuur te slepen die meer dan tweemaal zo hoog is als wat het Spaanse nutsbedrijf waard was toen de overnamesaga begon.

John Foley

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld