'Burgerslachtoffers maken is het doel van oorlogen geworden'

Er is een hardnekkig idee dat je veiligheid kunt afdwingen met militaire macht. Maar, vindt onderzoekster Mary Kaldor, als je dat idee toepast in landen als Irak en Afghanistan maak je het alleen maar erger. Je moet voor alles streven naar bescherming van de burgers.

Ze zag het voor het eerst bij de oorlogen op de Balkan en in de Kaukasus, in de jaren negentig. En later ook bij conflicten in Afrika en Azië. En nu weer in Afghanistan en Irak. Oorlogen worden op een compleet andere manier gevoerd dan eeuwenlang het geval was: met nieuwe vormen van geweld, met een nieuw soort strijders en ook met nieuwe motieven. En wie dat niet onderkent, zegt Mary Kaldor, wie oorlogen op de oude manier blijft beschouwen als conflicten tussen staten over grondgebied of ideologie - met een duidelijk onderscheid tussen militairen en burgers, tussen oorlog en de georganiseerde misdaad - die betaalt een hele hoge prijs. Zoals Europa in het voormalige Joegoslavië ondervond, en de Verenigde Staten leerden in Irak.

'Ik reisde door Bosnië en door de Armeense enclave Nagorno-Karabach toen daar gevochten werd, en het viel me op dat die oorlogen in allerlei opzichten verschilden van alle oorlogen die ik daarvoor had bestudeerd. Ons klassieke beeld van oorlog is bepaald door de tanks van de Tweede Wereldoorlog, en misschien nog wel de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Maar het landschap van deze nieuwe oorlogen zag er heel anders uit. Er hing een soort wildwestsfeer. Je zag overal jonge mannen in handgemaakte uniformen, die daarbij allerlei symbolen van de moderniteit droegen: Ray Ban zonnebrillen, Adidas sportschoenenà Met die symbolen onderscheidden de verschillende milities zich.

'Ook viel op dat die oorlogen altijd grote stromen wanhopige vluchtelingen op gang brachten. Dat de slachtoffers hoofdzakelijk burgers waren. Dat er een nieuw, crimineel soort politici naar voren kwam. En dat de instituties van de staat altijd buitengewoon zwak waren. Ordinaire misdaad en oorlog liepen in elkaar over. Toen ik onderzoek ging doen kwam ik erachter dat dit alles ook voorkwam in andere delen van de wereld.'

En zo groeide bij Mary Kaldor, hoogleraar aan de London School of Economics, het besef dat we sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw te maken hebben met een nieuw type georganiseerd geweld, met Nieuwe Oorlogen, zoals ze het noemt in haar boek New & Old Wars; Organized Violence in a Global Era. Vorig jaar schreef ze een nieuwe editie van dat boek uit 1999, met onder meer een extra hoofdstuk gewijd aan de oorlog in Irak - omdat wat daar gebeurt zo'n 'goede illustratie is van de manier waarop een verkeerd begrip van oorlog de ” Nieuwe Oorlogen” nog veel erger kan maken'.

Vredesbeweging

Mary Kaldor (1946) is niet alleen schrijver, wetenschappelijk onderzoeker en directeur van een instituut voor internationale politieke vraagstukken, ze is ook sterk politiek betrokken - een activist in zekere zin. In de jaren tachtig speelde ze een vooraanstaande rol in de vredesbeweging, die zich verzette tegen de stationering van kernwapens in Europa. Ook nam ze intensief deel aan contacten en discussies met dissidenten in het toen nog communistische Oost-Europa.

'In de Koude Oorlog ben ik politiek gevormd. Mijn vader [Lord Kaldor, een vooraanstaand econoom, je] kwam uit Hongarije. Ik moest de twee kanten van mijn familie zien te verzoenen. Mijn oom was een Hongaarse dissident, en een groot deel van mijn jeugd zat hij in de gevangenis. Mijn ouders, hier in Engeland, waren democratische socialisten. Mijn moeder was heel actief in de anti-nucleaire beweging.

'Mijn oom schreef in zijn brieven altijd: de enige taal die de Russen verstaan is die van militaire macht. Maar ik vond dat een verkeerd argument. Ik wilde tegelijk vóór democratie in Hongarije zijn en tégen kernwapens. Ik geloofde dat er in een context van détente meer mogelijkheden voor democratie waren. Daarover hadden we felle meningsverschillen met de Oost-Europeanen. Die periode is bepalend geweest voor mijn denken.'

Vooral het geloof dat veiligheid en democratie ondenkbaar zijn zonder dialoog met individuele mensen en maatschappelijke organisaties, heeft haar nooit losgelaten. Na het einde van de Koude Oorlog was Kaldor een van de oprichters van de Helsinki Citizens Assembly, een netwerk van groeperingen en individuen die zich inspannen om overal in Europa organisaties van burgers op te zetten, een civil society van de grond te tillen en te steunen. Voor die Helsinki Citizens Assembly heeft Kaldor veel spanningsgebieden bezocht. Ze werd er steeds bevestigd in haar overtuiging dat het beschermen van individuele burgers en het stimuleren van hun politieke betrokkenheid het effectiefste middel is tegen de Nieuwe Oorlogen.

Milde anarchie

In haar werkkamer in het hart van Londen, met uitzicht op het parkje Lincoln's Inn Fields, heerst een milde anarchie - met stapels boeken en papieren op de grond, en afspraken die door elkaar blijken te lopen. Maar Kaldor ontvangt me hartelijk. Met gedrevenheid vertelt ze over de schimmige Nieuwe Oorlogen: over de centrale rol die etnisch nationalisme erin speelt, over het verband met de toenemende globalisering, en over de vraag hoe het Westen een positieve rol kan spelen in Bosnië, Afghanistan en misschien zelfs Irak.

'Sommige mensen spreken nostalgisch over de Koude Oorlog of hebben heimwee naar de tijd van krachtige staten, toen oorlogen nog overzichtelijk waren', zegt Kaldor. 'Maar ik zie daar geen enkele aanleiding toe. Als we het over de verschrikkingen van tegenwoordig hebben, vergeten we wel eens de ongelooflijke barbaarsheid die we in de twintigste eeuw hebben meegemaakt - en de onmenselijke onderdrukking die sterke staten met zich mee kunnen brengen. In de Eerste Wereldoorlog kwamen 35 miljoen mensen om, in de Tweede Wereldoorlog 50 miljoen. Die extreme vormen van vernietiging hebben we achter ons gelaten - zij het niet per se voor goed.

'De Nieuwe Oorlogen die nu woeden zijn afschuwelijk en gevaarlijk, en ze slaan diepe wonden. Maar we moeten blij zijn dat de Oude Oorlogen - van de ene soevereine staat tegen de andere, het ene nationale leger tegen het andere - hard bezig zijn een anachronisme te worden. De eerste jaren van deze eeuw zou je - wat betreft het aantal oorlogen en het aantal slachtoffers - tot de meest vreedzame van de geschiedenis kunnen rekenen.

'De opkomst van Nieuwe Oorlogen heeft alles te maken met de globalisering. Vaak wordt globalisering gezien als een proces dat welvaart brengt en nieuwe kansen. Maar het kan ook wild en anarchistisch zijn, en de eenheid van samenlevingen onder druk zetten. Tegenover de mensen die ervan profiteren, die bloeien in een internationaal bestaan, heb je de verliezers, die niet kunnen meekomen, die hun baan verliezen of zich bedreigd voelen. Zo'n tweedeling geldt ook voor landen.

'Economische liberalisering, het internet, de snelle communicatie en het makkelijke reizen hebben grote gevolgen voor de autonomie van de staat. Sommige staten kunnen zich goed aanpassen en gaan nieuwe verbanden aan, zoals je in Europa ziet. Andere zijn sterk genoeg om hun oude soevereiniteit vast te houden, zoals Amerika, Rusland, China en India. En dan heb je nog staten, vaak voormalige dictaturen, die de blootstelling aan de buitenwereld niet aankunnen en instorten. Dat is bij uitstek een situatie waarin Nieuwe Oorlogen ontstaan.

'Mensen worden onzeker in zo'n situatie. Ze zoeken houvast, en gaan zich steeds meer zien als onderdeel van een religieuze of etnische gemeenschap. Politieke verschillen op basis van ideeën maken plaats voor een polarisatie op basis van etnische of religieuze identiteiten. En die polarisatie wordt steeds verder aangewakkerd, niet alleen in eigen land, maar ook vaak door landgenoten die geëmigreerd zijn - sikhs in Canada, Kosovaren in Zwitserland en Duitsland.

'De Nieuwe Oorlogen zijn erop gericht zoveel mogelijk mensen te mobiliseren rond hun etnische of religieuze wortels. Dus worden tegenstellingen aangescherpt, groepen buitengesloten, er wordt haat gezaaid, angst gekweekt. En niets is daarbij zo effectief als geweld. In de Nieuwe Oorlogen zijn etnische zuiveringen en het maken van burgerslachtoffers geen bijverschijnselen, maar de kern van de zaak. Iemand zei me eens over de oorlog in Bosnië: er moesten wel zoveel doden vallen, want aanvankelijk haatten we elkaar nog niet genoeg.'

Enorme schaal

Maar hoe nieuw is dat allemaal? Critici van Kaldor wijzen erop dat dit soort ontwikkelingen al veel eerder voorkwam. 'Natuurlijk waren er ook vroeger veel burgerdoden in oorlogen', erkent ze. 'Natuurlijk speelden ook vroeger andere groepen dan staten een rol in oorlogen. En veel van de koloniale conflicten die tijdens de Koude Oorlog in Afrika werden uitgevochten hadden ook al verschillende kenmerken van wat ik de Nieuwe Oorlogen noem.

'Maar de enorme schaal waarop dit nu gebeurt is nieuw, en het verdwijnen van het oude type oorlog is dat ook. Een eeuw geleden was het aantal militaire slachtoffers in een oorlog gemiddeld ongeveer acht keer zo hoog als het aantal burgerslachtoffers. Tegenwoordig is het precies andersom: er vallen ongeveer acht keer zoveel burgerdoden.

'Als je blijft denken in termen van de klassieke oorlogen, dan zal je de problemen van nu niet het hoofd kunnen bieden. Het idee blijft heel hardnekkig dat je veiligheid

het best kan afdwingen met conventionele militaire macht, liefst met zoveel mogelijk geavanceerde technologie. Maar wanneer je dat idee toepast in Nieuwe Oorlogen, dan maak je alles alleen maar erger.'

Toch, werp ik tegen, kwam aan de Kosovo-oorlog (1999) een einde na de bombardementen van de navo.

Een klassiek gebruik van de middelen van de Oude Oorlog, zou je zeggen. En bovendien een succes, omdat de etnische zuiveringen ermee tot staan werden gebracht. Maar Kaldor is het daar niet mee eens.

'De bombardementen op Servië maakten helemaal geen eind aan de etnische zuiveringen in Kosovo - die werden de eerste dagen juist in hoger tempo doorgevoerd. Wat de navo op den duur wel bereikte was dat Albanezen naar huis konden terugkeren. Maar zij begonnen toen op hún beurt met etnische zuiveringen - van de Serviërs in Kosovo.

'Ik was destijds wel voor een interventie - maar dan met veel grondtroepen, om de burgers te kunnen beschermen. Ik geloof niet dat je een humanitaire interventie kan plegen met de middelen van een oorlog. We hadden meer waarnemers in Kosovo moeten hebben, we hadden voor veilige toevluchtsoorden moeten zorgen...'

Maar lijkt dat niet erg op de aanpak die in Bosnië een paar jaar eerder zo jammerlijk faalde, onder meer in Srebrenica? 'Daar werkte het inderdaad niet. Maar dat kwam door het misverstand dat je óf oorlog voert óf op vredesmissie bent. Een vredesmissie, zo was de gedachte, mag niet robuust optreden. Maar waarom heb je dan militairen? Het was heel anders gelopen als de Nederlandse blauwhelmen in Srebrenica tegen de Serviërs hadden gezegd: nee, we dragen de moslims niet aan jullie over.

'De wereld heeft daarvan geleerd. In opdracht van de Europese Unie stelt mijn instituut een rapport op hoe een vredesmacht voor humanitaire interventies er wél zou moeten uitzien: met militairen, maar ook met politiemensen en burgers, die prioriteit moeten geven aan het beschermen van de bevolking. Langzamerhand begint dit soort ideeën ingang te vinden, zelfs in de vs.

'Bij een interventie kun je de bevolking niet beschermen vanuit de lucht. Het kan wel met grondtroepen, als je je tussen de mensen begeeft. Maar dan heb je het over grote aantallen en dan moet je het risico accepteren dat er slachtoffers onder je troepen vallen. Als je mensen écht wil beschermen, dan moet je je leven voor hen in de waagschaal stellen. Dat doen politiemensen, brandweermannen en mensenrechtenactivisten ook. Maar nu staat bij interventies de veiligheid van de eigen troepen altijd nog voorop.'

'Aan het begin van de Bosnische oorlog had de internationale gemeenschap moeten kiezen voor zo'n benadering, die gericht was op veiligheid van de burgers, op mensenrechten en respect voor verschillende culturen. En dat had toen echt een kans van slagen gehad, want er was een behoorlijk sterke groep in Bosnië die daarvoor nog open stond, die een kosmopolitische instelling had. Maar die mensen waren de eersten die vermoord werden of het land verlieten.

'Het was een grote fout van de internationale gemeenschap dat ze niet genoeg aandacht besteedde aan de burgers die nog niet in de greep waren van de polarisatie. Men luisterde niet naar wat zij te zeggen hadden.

'En later kwam men aanzetten met recepten voor economische hervormingen en liberalisering die de staat alleen nog maar verder verzwakten en die de werkloosheid opstuwden. Nu hebben de landen van het voormalige Joegoslavië hoge groeicijfers en lage inflatie, maar ze zitten met werkloosheidspercentages van 40, 50, 60 procent. En sinds de jaren dertig weten we dat hoge werkloosheid leidt tot vreemdelingenhaat.

'In Bosnië en Kosovo is het nu geen oorlog meer. Maar de situatie is nog steeds gevaarlijk, en internationale troepen moeten voor de stabiliteit zorgen. Extremisten zijn nog altijd erg machtig en de criminele economie is alleen maar groter geworden.'

Naïef

Maar is het niet naïef om te geloven dat op het niveau van vakbonden, studentenorganisaties en vrouwengroepen - wat Kaldor de civil society noemt - werkelijk iets gedaan kan worden tegen de krachten die bloedige sektarische of nationalistische oorlogen losmaken? 'Integendeel. Er bestaat inderdaad een visie dat iedereen die in internationaal verband spreekt over normen, waarden en rechten, en over het opkomen voor individuele burgers, naïef is, een utopist en hoogstwaarschijnlijk een vrouw. Volgens deze optiek tellen in de internationale politiek alleen 'bloed en ijzer', om met Bismarck te spreken. Ik vind dát juist onrealistisch.

'En ik spreek uit ervaring. In alle oorlogszones waar ik ben geweest heb ik altijd heel actieve vrouwengroepen gezien, die ontstaan zijn om hulp te bieden aan vluchtelingen en aan slachtoffers van verkrachting. Die vrouwen zijn veel minder betrokken bij de gevechten en hebben daardoor minder geïnvesteerd in de politiek en in de sektarische stellingnames. In Sierra Leone heeft de vrouwenbeweging bijvoorbeeld een hele grote rol gespeeld bij het beëindigen van de oorlog. Zulke groepen moet je bij vredesoverleg betrekken.'

Maar wat als je aan zulke goede voornemens helemaal niet toekomt? In Afghanistan zijn de navo-troepen van bijvoorbeeld Nederland aan de slag gegaan met het vaste voornemen om de 'hearts and minds' van de bevolking te winnen, alleen daar komen ze niet aan toe. Het blijkt onontkoombaar om eerst echt oorlog te voeren.

'Het probleem is', zegt Mary Kaldor, 'dat steeds gesproken wordt over het verslaan van de Talibaan. Mensenrechten en veiligheid van de bevolking zijn sinds de invasie van de Amerikanen nooit op de eerste plaats gekomen. Stabiliteit stond voorop - en daarom hebben ze er een regering van soms uiterst louche warlords neergezet, die in elk geval in het zuiden geen legitimiteit heeft bij de bevolking.

'En nu wil men de 'hearts and minds' van de Afghanen winnen. Maar dat wordt op een heel beperkte, patroniserende manier geïnterpreteerd: alsof je mensen voor je wint door alleen scholen en ziekenhuizen te bouwen. Een dialoog met de bevolking is er niet echt, en veiligheid al helemaal niet. En ondertussen blijft men vanuit de lucht de Talibaan bestoken - wat contraproductief is. Als je er nog iets zou willen bereiken dan heb je veel meer troepen en politie nodig, die een totaal andere aanpak kiezen. Dan moet je een soort eilanden van veiligheid en maatschappelijke orde creeëren, islands of civility, waar de Afghanen zelf van onderop de samenleving weer kunnen opbouwen.

'Ik vind het fascinerend dat je nu in de Verenigde Staten ziet dat het leger begint te onderkennen dat de oude aanpak in Irak niet heeft gewerkt. Grote paradigmaverschuivingen vinden vaak plaats tijdens oorlogen. De nieuwe Amerikaanse generaals proberen in Bagdad een soort islands of civility tot stand te brengen. Maar in Irak is het waarschijnlijk te laat voor een nieuwe aanpak.

'De Amerikanen dachten in Irak dat ze daar een nieuw type oorlog gingen voeren, dankzij hun hoogwaardige militaire technologie. Het zou een oorlog worden die voor de Amerikanen relatief pijnloos was. Maar het nieuwe bleek natuurlijk helemaal niet in de technologie te zitten of in de militaire overmacht. Het zat hem in de aard van de oorlog.

'De Amerikanen dachten nog in termen van de Oude Oorlogen, in termen van invasie, bevrijding en bezetting. Ze miskenden de opkomst van de politiek van sektarische identiteiten, en de verwevenheid met de criminaliteit. Toen ik in 2005 in Irak was hoorde ik hetzelfde als in Bosnië: we hebben altijd met elkaar samengeleefd, het deed er niet toe of je Koerd was, sunniet of shi'iet, of je Serviër was, Kroaat of moslim - maar opeens is dat nu van levensbelang.

'Omdat de Amerikanen geen enkele veiligheid voor de burgers konden garanderen, kreeg de Nieuwe Oorlog volledig de ruimte. Het sektarische denken kon zo steeds sterker worden, het nestelde zich dieper in de geest van de mensen. Aanvankelijk was het een van boven af gestimuleerd fenomeen, top down, zoals dat altijd gaat. En op den duur, met het toenemen van het geweld en de angst en de haat, neemt de brede basis van de samenleving dat gepolariseerde denken over, dan maken gewone mensen het zich eigen en wordt het een grassroots fenomeen. En de Amerikanen zijn hier in meegezogen, alsof ze gewoon een van de vele partijen zijn in deze Nieuwe Oorlog.

'Toen ik in Irak was viel me op dat de Amerikaanse militairen die checkpoints bemannen, als de dood zijn. Iedereen is een potentiële zelfmoordterrorist, dus schieten ze op heel veel mensen. Want ze vrezen voor hun leven. Ze dénken dat ze bezig zijn opstandelingen tegen te houden, maar ondertussen doden ze een heleboel burgers - en gaan de Amerikaanse operaties voor Irakezen steeds meer lijken op al het andere geweld. Hetzelfde gebeurt in Afghanistan.'

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.

Ilse Frech is fotograaf.

[streamer]

'Sommige mensen spreken nostalgisch over de Koude Oorlog. Maar daar zie ik geen reden voor.'

'Als je mensen echt wilt beschermen, moet je je leven voor hen in de waagschaal stellen.'