Arib

Buitenlandse collega`s van PvdA-Kamerlid Khadija Arib en Nederlandse Marokkaanse bestuurders zijn niet ingegaan op de invitatie zitting te nemen in de werkgroep van de Marokkaanse Adviesraad voor de Mensenrechten (Zaterdags Bijvoegsel, 31 maart).

Arib desavoueert deze collega`s in termen die noch juridisch, noch politiek serieus zijn te noemen: ”Ze kennen Marokko van vakantie en hebben geen verleden als activist.” Op de vraag of een dubbele nationaliteit problemen veroorzaakt, verwijst Arib naar Turkse Nederlanders: ”Voor Turkse migranten in Nederland is dat veel moeilijker.” Ze wijst op de dienstplicht voor Turkse expats en op de gevangenisstraf op de erkenning de Armeense genocide.

Maar de eveneens onbespreekbare Marokkaanse bezetting van de Spaanse Sahara is een kwestie die vandaag speelt, terwijl de Armeense genocide door de Turken bijna een eeuw geleden plaatsvond. Bovendien kunnen Turkse Nederlanders hun Turkse paspoort inleveren en Marokkaanse niet.

En dat zou wel moeten kunnen, volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, Artikel 15, lid 2. Dat luidt: aan niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen. Misschien moet dit punt 1 worden van de agenda van de Marokkaanse Adviesraad voor de Mensenrechten.