ALLES MOET ANDERS OP Z'N FRANS

Op 22 april kiezen de Fransen een nieuwe president. Eerst leek het een tweestrijd tussen links en rechts, tussen Ségolène Royal en Nicolas Sarkozy.

Maar plotseling was daar Franáois Bayrou, een ex-leraar uit de Pyreneeën. Inzet van de strijd: weg met het Franse 'immobilisme'. Maar wil Frankrijk wel veranderen?

'Sarkozy is voor de rijken. En hij is tegen ons. En daarom', rapt het Noord-Afrikaanse jochie van een jaar of dertien, 'stemmen wij niet op hem'. Zijn optreden is niet echt een muzikale revolutie, maar op het Square Alban Satragne, een levendig pleintje in het volkse tiende arrondissement in Parijs klinkt een vriendelijk applausje.

Elke zaterdagmiddag komen hier enkele buurtbewoners bijeen. Hun buurt heet Saint Denis Paradis, maar de bijnaam is 'Klein Turkije'. Er zijn een paar koffiehuizen in de buurt, waar veel Turkse mannen samenkomen. 'Klein Afrika' had ook gekund - het straatbeeld is nogal gevarieerd. Of, sinds kort, Klein Sarkozië. En daar gaat het vandaag om.

Een paar straten verder staan vier politiewagens bij de ingang van de rue d'Enghien, met een paar agenten in vol gevechtstenue. Op nummer 18 hangt een enorme banier aan de voorgevel. 'Samen wordt alles mogelijk.' Dat is geen verwijzing naar de multiculturele samenleving - het is een verkiezingsleus van een kandidaat die wantrouwen wil wegnemen over zijn eigenwijsheid.

Hier, in de oude ateliers van modeontwerper Paco Rabanne, is het campagne-hoofdkwartier van Nicolas Sarkozy (52). Binnen loop je aan tegen een twee meter hoog portret van de kandidaat, een gewijde plaats tussen twee omhoogkrullende trappen.

Voor de bewoners van Saint Denis Paradis is de 'speakerscorner' op het pleintje een uitklaapklep voor hun ergernis over Sarkozy en zijn hoofdkwartier. Ze mopperen over het lawaai. Op de politie, die alom aanwezig is. Ze moeten 'voortdurend' hun paspoort laten zien. Het past bij de obsessie met veiligheid die Sarkozy sinds 2002 als minister van Binnenlandse Zaken verweten wordt. Een comité 'Rentre chez toi' wil Sarkozy terugsturen naar de chique voorstad Neuilly-sur-Seine, waar hij jarenlang burgemeester was.

Buurtbewoonster Aude is zich enorm gaan ergeren aan Sarkozy's nadrukkelijke aanwezigheid, vertelt zij op het pleintje. Ze vindt zijn verkiezingskantoor lijken op het Koerdisch clubhuis dat er pal naast ligt. Daar wordt achter de ramen ” calan aangeprezen, de Koerdische leider in Turkse gevangenschap. '” calan, Sarkozy, wat is het verschil?' vraagt ze provocerend. Sarkozy vertoont een neiging tot zelfverheerlijking, meent Aude: 'Hij vindt zichzelf erg belangrijk. Hij zegt 'samen', maar hij bedoelt: ik maak alles mogelijk. Ik, ik, ik.'

De kandidaat heeft in Saint Denis Paradis zelfs een nieuwe bijnaam opgedaan. Om zijn permanent opgewonden-energieke houding heette hij al 'Speedy Sarko', nu is hij ook Iznogoud. 'Is No Good', uitgesproken met Frans accent, is een klassiek stripfiguur van René Goscinny dat eindeloos graag Kalief wil worden. Dat lukt niet: al zijn pogingen de oude Kalief te vermoorden pakken hilarisch verkeerd uit.

Desillusie na twaalf jaar Chirac

Een verkiezingscampagne als overlast voor de burger. Het weerspiegelt misschien de teleurstelling na twaalf jaar Chirac. Linkse kiezers zijn niet vergeten dat velen van hen in 2002 noodgedwongen op Chirac hebben gestemd. Hun eigen kamp hadden zij in de eerste ronde zelf uitgeschakeld door hun stemmen over teveel kandidaten te verspreiden. Chirac stond in de tweede ronde tegenover de extreemrechtse kandidaat Jean-Marie Le Pen.

Ook bij veel medestanders van Chirac heerst desillusie. Zij zagen dat 'hun' president geen einde kon maken aan de verstarring in de Franse verzorgingsstaat, aan de massawerkloosheid, de stagnering van de Europese integratie. In de twaalf jaar waarin hij het land regeerde, groeide Chirac uit tot belichaming van het 'immobilisme', zoals het Franse onvermogen om te hervormen wordt genoemd.

Misschien is het verwijt niet eens geheel terecht - zijn laatste medestanders kunnen altijd nog aanvoeren dat hij in elk geval heeft geprobeerd hervormingen door te voeren. Na zijn eerste verkiezing in 1995 door een onbuigzame premier te benoemen, Alain Juppé, die massale demonstraties trotseerde, maar na twee jaar wel de parlementsverkiezingen verloor. Na zijn herverkiezing in 2002 probeerde hij het met een premier, Jean-Pierre Raffarin, die op kousenvoeten te werk ging en zo ondanks de demonstraties een pensioenhervorming wist door te voeren - maar ook niet meer dan dat. In 2005 moest Raffarin het veld ruimen na het nee in het referendum over de Europese grondwet. Zijn opvolger Villepin gaf zijn eigen hervormingsplannen vorig jaar op na nieuwe demonstraties.

Het immobilisme zit dus niet alleen bij de regerende politieke leiders. De vakbonden bleken aanvoerders van een massale, vitale beweging van nee-zeggers tegen hervormingen, tegen het liberale Europa, tegen de wereldeconomie van het 'financiële kapitalisme'. Het gevoel dat de eigen leefwijze, het Franse sociale model onder druk staan, is wijd verbreid. Dat Frankrijk nog altijd de zesde economie ter wereld is, die onverminderd buitenlandse investeerders aantrekt, dat er tal van Franse bedrijven zijn die zich handhaven op de wereldmarkt beïnvloedt die sombere stemming niet: rijkdom is in Frankrijk nog altijd verraad aan de armen. Bij de vorige presidentsverkiezingen stemde meer dan dertig procent voor extremen, rechts of links, die elk op hun eigen manier de wereld afwijzen. President Chirac was niet populair (behalve toen hij zich verzette tegen de Irakoorlog in 2003). Maar dat hij het ongebreidelde liberalisme 'even verwerpelijk' noemt als het communisme is altijd goed gevallen.

Frankrijk heeft een politieke cultuur waarin de macht van de staat, of die nu wordt geleid door een koning of een president, belangrijker is dan die van de samenleving of de economie. Fransen verwachten dus veel van hun leiders. Jean-Louis Bianco, campagneleider van de socialistische kandidaat Ségolène Royal, legde het onlangs zo aan een groepje buitenlandse journalisten uit: 'Fransen willen hervormingen, maar zonder dat ze er last van hebben. Ze willen dat politici praten over la France rêvée' - een Frankrijk om van te dromen.

Maar op straat, en in talloze tv-debatten met les vrais gens klinkt vaak de ondertoon van die middelbare man met een onduidelijk beroep die zich via de webcam in een tv-debat mengde met de verzuchting: 'We vragen ons af met welke saus we straks worden opgegeten'. Hans en Grietje in het donkere bos.

Er wordt dit voorjaar in Frankrijk veel gedroomd en veel gevreesd. Na jaren van neerslachtigheid wordt intens uitgezien naar de verkiezingen. De nieuwe president moet ook de nieuwe hoop van Frankrijk worden - degene die het land na Mitterrand, Mitterrand, Chirac en nog een keer Chirac een nieuw tijdperk binnenleidt - én het geloof in de politiek herstelt. De drie kanshebbers hebben die hoge verwachtingen zelf in de hand gewerkt. Zij beloven dat ze alles anders gaan doen. De rechtse kandidaat Nicolas Sarkozy van de ump wil de sterke man zijn, de rechtse leider die wél hervormingen doorvoert. Dat vertelt zijn foto in de rue d'Enghien: vertrouw op mij.

De socialistische kandidaat Ségolène Royal heeft een vaste eindzin op haar verkiezingsbijeenkomsten: 'Met mij zal politiek nooit meer hetzelfde zijn.' Tot februari voerde zij een wekenlange 'luistercampagne' met honderden debatten in het land voordat zij een eigen programma presenteerde. Een 'presidentieel pact' met honderd voorstellen waarvan er 'minstens dertig' van de mensen zelf kwamen, volgens haar naaste adviseur Julien Dray.

Het verst gaat Franáois Bayrou, een ex-leraar met een oer-Franse tractor als embleem. Hij is misschien de meest paradoxale kandidaat. Leider van de kleine centrumpartij udf, die onder zijn leiding sinds 2002 nog kleiner is geworden - tal van leden zijn overgelopen naar de ump van Sarkozy. Bayrou is de enige van de huidige kanshebbers die in 2002 ook al kandidaat was. Toen haalde hij 6,84 procent. Zijn partij is aanwezig in het parlement dankzij een verbond met de ump. Maar na 2002 heeft hij afstand genomen van Chirac, en in 2006 heeft hij met hem gebroken. Hij profileert zich nu als anti-systeem-kandidaat, die de tegenstelling tussen links en rechts wil opblazen. In de grote coalitie die cdu en spd in Duitsland vormen, in de regering-Prodi in Italië, ziet hij het bewijs dat de kiezer in Europa naar het midden wil. Maar in Frankrijk vraagt dat om een revolutie in de politieke cultuur. Bayrou zegt dat hij die zal doorvoeren. Hij spreekt zelfs van een Nieuwe Tijd - met hoofdletters. En van een Eerlijke Republiek.

Maar wordt met Sarkozy, Royal of Bayrou echt alles anders? Gaan zij Frankrijk echt hervormen?

En gelooft de kiezer dat? Of wordt de verrassing opnieuw Jean-Marie Le Pen, de 79-jarige veteraan die aan zijn vijfde verkiezingscampagne bezig is? Le Pen betoogt, geholpen door zijn dochter Marine, dat de favorieten meer van hetzelfde zijn. Sarkozy, Royal, Bayrou: waren ze niet allemaal minister onder Chirac, in linkse of rechtse regeringen? Drie kandidaten tussen hoop en scepsis.

Gebroken wit

Een frisse zaterdagmiddag in februari. Ségolène Royal (53) heeft voor haar bezoek aan Le Grand Quevilly, een oude stad die tegen Rouen aangeplakt ligt, gekozen voor een gebroken wit ensemble, rok tot op de knie. Zo beent ze naar het Hôtel de la Poste, waar een besloten lunch met lokale politici wacht - onder wie de plaatselijke socialistische chef, haar voormalige rivaal, de vroegere premier, Laurent Fabius. Vanmiddag zal ze met hem een zaal met duizenden aanhangers toespreken. Fabius begroet haar hartelijk. Een meegereisde verslaggever van Libération lacht er om. Hij weet dat Royal en Fabius elkaar zojuist al ontmoet hebben op een parkeerplaats. Om te onderhandelen over elk detail van het programma van de middag. Ségolène Royal krijgt niets cadeau in haar partij.

Haar kledingkeuze is niet zonder betekenis. Wit is de kleur waarin Royal in oktober met overmacht de interne verkiezingen in de Parti Socialiste won van twee historische zwaargewichten in de partij: Dominique Strauss-Kahn, en Fabius. Dat waren zoete tijden. Intussen zijn de verhoudingen anders.

Twee weken voor haar bezoek aan Quevilly heeft Royal haar presidentieel pact gepresenteerd in Villepinte, een voorstad boven Parijs. Dat deed ze in het rood. Ze sprak in haar eentje op een leeg podium duizenden aanhangers toe, die gul juichten als altijd. Maar de sfeer was niet opgeruimd. Terwijl Royal met haar bezwerende, licht monotone spreektrant beloftes deed over koopkrachtgarantie, een hoger minimumloon en een sociaal Europa, brachten camera's voor de zaal vermoeid grijnzende partijbonzen op de eerste rij in beeld.

De rede moest een keerpunt worden in haar haperende campagne. Maar nog dezelfde week kwam de klad er pas echt in. Royal duikelde omlaag in de opiniepeilingen, en er ontstond onenigheid in haar campagneteam. Financieel specialist Eric Besson stapte op uit onvrede over het amateurisme en de strubbelingen tussen haar medewerkers. Royal reageerde er verkeerd op. 'Eric Besson, wie kent Eric Besson?' vroeg zij aan arbeiders in een fabriek in het noorden van het land. Arrogant, oordeelden haar partijgenoten. Dit was de Ségolène Royal over wie volgens sommige biografen - anoniem - geklaagd wordt in de Poitou-Charentes, de regio die zij sinds 2004 bestuurt: hard voor haar medewerkers, op het minachtende af. Royal verraadde haar afkomst: de dochter van een autoritaire en gedesillusioneerde kolonel.

Royal mag drie keer minister zijn geweest, en afgevaardigde in het parlement sinds 1988, zij is opgeklommen buiten het apparaat van de Parti Socialiste om. Toenmalig premier Jospin maakte er tussen 1997 en 2002 nooit een geheim van dat hij niet van haar gecharmeerd was. Andersom hield zij zich lang buiten de partijdiscussies. Soms wordt zij aangezien voor een sociaal-liberale geestverwant van Tony Blair. Maar Royal spreekt vaker over de flexibele sociale zekerheid in Scandinavische landen. Ze bepleit een grotere rol voor regio's in Frankrijk. Maar als die niet doen wat zij goed vindt, moet de staat wel ingrijpen.

Ook nadat zij in 2004 de regioverkiezingen in de Poitou-Charentes had gewonnen, experimenteerde Royal met participatieve politiek, geïnspireerd door de anders-globalisten. Zo werden ouders, leerlingen en leraren betrokken bij de besteding van de budgetten per school. Hoop verschaffen betekent zeggenschap geven, redeneerde Royal. Vertrouwen wekken betekende het goede voorbeeld geven. Desnoods symbolisch. Om de kosten van het bestuur terug te brengen, schafte Royal goedkopere dienstauto's aan. Maar voor de luxe VelSatis-auto's van het vorige regiobestuur waren leasecontracten afgesloten die niet opgezegd konden worden. De auto's staan nu werkloos in de garage.

Royal heeft haar opkomst niet te danken aan haar politieke visie, erkent Julien Dray. Hij is adviseur, woordvoerder en familievriend van Royal en haar partner Franáois Hollande, de partijleider van de Parti Socialiste. Tot het voorjaar van 2005 vond Dray dat Hollande presidentskandidaat moest worden. Maar hij kon niet voorkomen dat een meerderheid van de linkse kiezers nee zei tegen de Europese Grondwet. 'Vanaf dat moment', zegt Dray, 'was Hollande geen logische kandidaat meer.' Toen Dray in het najaar van 2005 haar kansen wilde bespreken, zei Royal af. Ze had een afspraak bij de tandarts. Gebitscorrectie. Een paar weken later stond zij, met keurig rechte tanden, op de omslag van het weekblad Le Nouvel Observateur : 'En als zij het nu eens werd?'

Toch is het geheim van Royal niet dat zij aansloeg in de media, meent Dray. 'Royal is gemaakt door peilingen.' Zij wist enthousiasme op te wekken bij de 'gewone' linkse kiezer. Dat onderscheidde haar van de stugge Lionel Jospin, de kandidaat die in 2002 al in de eerste ronde faalde. Hij bleef altijd de technocraat, met een flinke nestgeur van ideologische dogmatiek. Zij kan wat Jacques Chirac kon: glimlachen, mensen blij maken zonder veel te zeggen. In het voorjaar van 2006 zag Hollande in dat hij zijn ambities moest opgeven ten gunste van zijn partner. 'Dat ging wel gepaard met enige jaloezie', zegt Dray. Maar de herinnering aan het debacle van 2002 was sterker dan de persoonlijke ambities. Royal had het juiste profiel om de 'echte mensen' aan te spreken, de lagere inkomensgroepen die de ps steeds moeilijker bereikt.

De populariteit van Royal maskeerde dat de ps nog altijd sterk verdeeld is. De ps is volgens vriend en vijand een van de minst hervormingsgezinde sociaal-democratische partijen in Europa. Royal staat ver weg van Fabius, een voorstander van de hard-linkse antiliberale lijn. Maar zij kan niet zonder de partij, en dus ook niet zonder de stroming-Fabius. Als zij half februari Le Grand-Quevilly bezoekt, heeft Royal hem net gevraagd om met Strauss-Kahn, Lionel Jospin en een tiental anderen een steuncomité te vormen.

's Middags zweept Fabius de zaal met zijn 'thuispubliek' plichtsgetrouw op voor Royal. Als haar rede ten einde is - 'Met mij zal de politiek nooit meer hetzelfde zijn' - loopt het podium vol met geselecteerde aanhangers. Fabius blijft eerst onhandig aan de rand staan. Dan dringt hij zich naar voren en vist een roos achter het spreekgestoelte weg. Voor 'Ségolène'. Zij leeft even op. Maar even later vergeet zij alweer mee te klappen en te glimlachen bij de Madonna-beat die de zaal inspoelt. Ze wacht, armen gestrekt neerhangend langs het witte ensemble. Tot het voorbij is.

Totale ontreddering

'Het land is in diepe crisis', zegt Mohamed Chirani (29), nadat hij een stapel hapjes heeft weggewerkt in een sporthal in Villeneuve-la-Garenne, een noordelijke voorstad bij Parijs. 'En ik zie geen oplossing.'

De voormalige student aan Sciences Po (Sciences politiques, de gerenommeerde politieke wetenschappenopleiding in Parijs) heeft het met eigen ogen kunnen vaststellen. Vlak voor de jaarwisseling heeft hij een voettocht gemaakt van Parijs naar Straatsburg om jongeren op te roepen zich in te schrijven op de kieslijsten. In cafés, dorpswinkels en provinciehotels stuitte hij naar eigen zeggen op 'totale ontreddering'. Hij kwam Le Pen-stemmers tegen en mensen die niet geloven in politici en daarom niet stemmen. 'Het beloofde niet veel goeds.'

Chirani gelooft wel in de politiek, maar niet in de kandidaten die meedoen aan de presidentsverkiezingen. Zijn oplossing wordt het in elk geval niet, legt hij met enige zelfspot uit: 'Ik ben de laatste aanhanger van Jacques Chirac.' Gematigd rechts, met respect voor mensen uit Algerije, zoals zijn ouders, of van elders. Daar gelooft hij in.

En vooral: met gezag in de internationale politiek. Daarom is Chirani vanavond naar Villeneuve-la-Garenne gekomen. Minister van Buitenlandse Zaken Philippe Douste-Blazy is op deze januari-avond uitgerukt om met banlieue-jongeren - de meesten moslim - te praten over de Franse politiek in het Midden-Oosten.

De minister ('Ik kom uit Toulouse, dat is een stad in Frankrijk') slaat een pedagogische toon aan. Zelfs als hij 'Vijfde Republiek' zegt, steekt hij illustratief vijf vingers in de lucht. Vertrouwen wekken is begrijpelijk zijn, en vol begrip. Misschien komt daardoor de discussie niet op gang. De enkele honderden jongeren in de zaal horen Douste-Blazy beleefd aan. Chirani stelt één kritische vraag, over de crisis rond Iran. Douste-Blazy biedt hem een baan aan. Hoop geven is beloftes doen. Chirani reageert niet.

Ook als Douste-Blazy zegt dat hij Nicolas Sarkozy steunt, komt er geen reactie uit de zaal. Achteraf ontwijkt de minister vragen of hij is gekomen als verkenner voor Sarkozy. Het is een pijnlijk onderwerp voor 'zijn' presidentskandidaat. Sinds de rellen in de voorsteden in oktober en november 2005 is Sarkozy persona non grata in tal van achterstandswijken - behalve op het politiebureau en bij de prefect. De achtergrond is anecdotisch. In Argenteuil, vlak bij Villeneuve-la-Garenne, riep hij enkele weken voor de rellen in 2005 tegen een bewoonster dat hij haar zou verlossen van het 'uitschot' op straat. Die uitspraak is gaan gelden als het bewijs dat Sarkozy stigmatiserend denkt over jongeren in de banlieue, van wie velen wortels buiten Frankrijk hebben. Hij flirt met Le Pen, zeggen zijn tegenstanders.

Sarkozy heeft een andere strategie dan zijn medestander Douste-Blazy: hij zoekt de confrontatie, toont liever een sterke wil dan begrip. Dat geeft hem volgens peilingen een betrekkelijke goede naam bij de mensen die politici met veel scepsis volgen. Dat is een uitgedachte strategie, want 'Le Pen blokkeren, dat is niet waar het om gaat', zegt Patrick Lefebvre, een van de dertigers die het kernteam rond Sarkozy vormen. 'Wij willen politiek weer interessant maken voor mensen die allang afgehaakt zijn. Die niet stemmen. Wij praten over zaken die er voor hen werkelijk toe doen. Dat is ook nodig voor de democratie.' Sarkozy zegt dat hij onderwerpen als immigratie en criminaliteit niet wil overlaten aan extreemrechts - voor hem is dat de les van 2002.

Sarkozy praat over trots zijn op Frankrijk. Maar tegelijk vertelt hij overal dat hij zelf van 'gemengd bloed is', met een Hongaarse vader en een moeder van Sefardisch-joodse afkomst. Hij groeide op in een beschermd milieu in Parijs. Maar hij legt altijd uit dat hij gelouterd is door tegenslagen. 'Ik ben menselijker geworden', zegt hij dan, zonder expliciet te verwijzen naar zijn moeizaam verlopen echtscheiding in de jaren tachtig.

Sarkozy maakt al lang geen geheim meer van zijn ambities. Sinds 2002 voert hij openlijk campagne voor 2007. Hij begon met het verkondigen van de 'rupture' - een radicale breuk met de grote politieke keuzen van de afgelopen dertig jaar. Chirac noemde hij daarbij vaak niet bij naam - onder hem was Sarkozy tussen 2002 en 2007 ook drie keer minister. In 2004 veroverde hij de ump, de partij die was opgericht als verkiezingsvehikel voor Chirac. Intussen heeft Sarkozy bijna alle baronnen van zijn voorganger overgenomen. In zijn campagne valt hij stilletjes vaker terug op Chirac - hij heeft intussen dezelfde tekstschrijver ingehuurd als Chirac had tijdens zijn 'linkse' campagne tegen de sociale tweedeling. Sarkozy is inmiddels voor een sterke staat, ook op economisch gebied. De 'rupture' werd eerst 'rupture tranquille' - een 'rustige' breuk om Sarkozy van zijn verontrustende imago te verlossen. Daarna werd het nog harmonieuzer: 'Samen wordt alles mogelijk'.

In een bomvolle zaal met journalisten legt Nicolas Sarkozy vanmiddag zijn visie uit op de internationale politiek. Hij wipt voortdurend van zijn hakken op zijn tenen en terug - misschien dat hij ruim een uur lang net een centimetertje boven zijn vaste 1 meter 65 weet uit te groeien. Zijn gedecideerde armgebaren voert hij zo geroutineerd uit dat in de camera altijd het logo op de achtergrond zichtbaar blijft: www.sarkozy.fr. Op zijn website draait zijn eigen tv-zender nstv elke dag mee, zonder lastige vragen. Sarkozy legt uit. Natuurlijk, de veiligheid van Israël is 'ononderhandelbaar'. En hij is een vriend van de Verenigde Staten - maar geen ondergeschikte. Vertrouwen wekken is kracht tonen.

De boer uit de Pyreneeën

De ruzie tussen Jacques Chirac en Franáois Bayrou (55) dateert van de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in 2002. De president is net herkozen met 82 procent van de stemmen tegenover Jean-Marie Le Pen. Een ongekende meerderheid, met dank aan talrijke linkse kiezers. Bayrou, wiens udf traditioneel welkom is in een rechtse regering, pleit voor een brede coalitie: ook de linkse oppositie moet er in zijn ogen deel van uitmaken. Bayrou droomt van een nationale verzoening. Net als in de tijd van zijn voorbeeld en 'kameraad' Henri iv, de koning die in 1598 het Edict van Nantes uitvaardigde en zo een einde maakte aan de godsdienstoorlogen. Bayrou, voormalig leraar in de letteren en klassieke talen, heeft daarover verscheidene boeken geschreven.

Chirac heeft andere plannen. Zijn Union pour une Majorité Présidentielle van vóór de verkiezingen - waar veel partijgenoten van Bayrou aan hebben deelgenomen - vormt hij om tot een Union pour un Mouvement Populaire. De ump is de nieuwe grote rechtse partij geworden. Bayrou's udf blijft wat zij was: een kleine rechtse partij die vooral in het zuiden van het land wortelt, en die alleen afgevaardigden in het nationale parlement krijgt door kiesdistricten te verdelen met de grote rechtse broer. Eén minister van de udf, Gilles de Robien, neemt plaats in de regering-Raffarin. Sinds 2005 zit hij op onderwijs, de post die Bayrou zelf innam tussen 1993 en 1997.

Over zijn botsingen met Chirac in 2002 mag Francois Bayrou graag vertellen. Hij is geen spreker die zijn gehoor bewerkt met een afgemeten choreografie van handgebaren en hoofdknikken, zoals Sarkozy. Bayrou hakkelt soms, aarzelt, neemt af en toe een seconde voordat hij begint - misschien een erfenis van zijn verre verleden als stotteraar.

Maar Bayrou is vooral een spreker die graag hardop nadenkt. Over wat er mis is in Frankrijk. Over hoe het anders moet. Zijn slogan is verzonnen door een bezoeker van zijn internetforum op www.bayrou.fr: La France, de toutes nos forces. Frankrijk, uit alle kracht.

Het meest opvallende aan Franáois Bayrou is zijn vaste overtuiging dat hij de - verrassende - nummer één zal worden in de komende verkiezingen. De geleerde boer uit de Pyreneeën - hij heeft zes kinderen en een stal met renpaarden - heeft de afgelopen jaren in relatieve stilte een eigenzinnige lijn gekozen. In 2005 en 2006 verbrak Bayrou geleidelijk de traditionele alliantie van de udf met de rechtse regeringspartij ump. Een jaar geleden stemde hij mee met een motie van wantrouwen van de ps. Zijn manschappen deserteerden, maar Bayrou ging door. Hij trok het land in om zijn keuze aan zijn kiezers uit te leggen. Hij 'luisterde' zoals Royal dit jaar deed. Bayrou ontwikkelde zich tot een van de voornaamste pleitbezorgers van een Zesde Republiek, een diepgaande hervorming van het Franse politieke bestel, waarbij vooral de positie van het parlement tegenover de president versterkt wordt. Hij denkt dat Fransen een president willen kiezen die op hen lijkt. Die geen politieke spelletjes speelt. Geen theater maakt. Hij heeft een imago van een gezinsman met duidelijke waarden. Toen een jochie in Straatsburg tijdens een woelige campagnediscussie op straat probeerde zijn portemonnee te pikken, deelde hij spontaan een oorvijg uit. De camerabeelden daarvan zijn vijf jaar later nog gewild materiaal.

Voor Bayrou is vertrouwen wekken vertrouwd zijn - conservatief, traditioneel op het gebied van waarden. Hoop bieden is revolutionair praten over politiek. Bayrou heeft na 2002 de conclusie getrokken dat het Franse 'immobilisme' voortkomt uit de tegenstelling tussen links en rechts, een tweedeling die volgens hem veeleer betrekking heeft op twee clans dan op een vruchtbaar politiek pluralisme. 'Als links gekozen wordt maakt het ongedaan wat rechts heeft bereikt en omgekeerd.'

Hij belooft deze tegenstelling op te heffen als hij gekozen wordt: bij hem mag iedereen die het met hem eens is meedoen. Zijn programma is een combinatie van Royal en Sarkozy: liberale hervormingen en sociale garanties in één pakket. Maar Bayrou keert zich, uit naam van het Franse volk, tegen de 'opgelegde tweestrijd' tussen Sarkozy en Royal die de grote media volgens hem van de verkiezingen wilden maken. Bij de ps wordt hij uitgemaakt voor 'Le Pen light' - omdat hij 'het systeem' bekritiseert. Sarkozy's ump verwijt Bayrou een voorbeeld te zijn van het 'immobilisme' dat hij bekritiseert.

Misschien is Bayrou de scherpste criticus van Chirac, degene die de grootste veranderingen belooft. Maar juist Bayrou zoekt de politieke ruimte op die Franáois Mitterrand in 1988 de overwinning opleverde, en Chirac in 1995: op een heel gematigd centrum-links. Niet te liberaal, niet te behoudend. 'Die analyse van Chirac was ook niet zo slecht', zegt Europarlementariër Jean-Louis Bourlanges, die meewerkt aan de campagne van Bayrou. 'Alleen Chirac trok uit tegenstand de conclusie dat hij helemaal niks moest doen. Dat is het verschil. Bayrou pakt het pedagogisch aan. Hij gaat wel hervormen.'

Er zijn meer overeenkomsten. Net als Chirac is Bayrou de kandidaat van het Franse platteland, die een appèl doet op het Franse zelfbeeld. Zijn embleem werd de tractor, een voertuig uit 1955 dat hij 'toevallig' nog had staan. Bayrou is katholiek, maar fervent voorstander van de openbare school. Hij voert ook de meest gaullistische en 'presidentiële' campagne van alle kanshebbers: met een sterke nadruk op een persoonlijke vertrouwensband met de kiezers. Dat is in rechtstreekse tegenspraak met zijn ideeën over een nieuwe politiek, en een minder presidentieel systeem. Bayrou belooft dat alles anders wordt en impliceert dat hij eigenlijk niet zo anders is: een kandidaat die geruststelt. Een soort Chirac versie 2007.

René Moerland is correspondent van NRC Handelsblad in Parijs.

[streamers]

'Ségolène Royal heeft haar opkomst niet te danken aan haar politieke visie.'

Nicolas Sarkozy wordt om zijn permanent opgewonden houding wel 'Speedy Sarko' genoemd.

Met licht monotone spreektrant doet Royal beloften over koopkrachtgarantie en een sociaal Europa.

Franáois Bayrou wil de tegenstelling tussen links en rechts opblazen.