Alleen de bewoners met autobedrijf mogen blijven

Het beruchte Maastrichtse woonwagencentrum Vinkenslag beleeft een volksverhuizing. Het verzet tegen de gedwongen verplaatsing van woonwagens is kleiner dan verwacht.

De woonwagen van autohandelaar Jozef Verstappen (35) staat nog overeind. Maar net als alle wagens op het Maastrichtse woonwagenpark Vinkenslag, dat in 2003 werd binnengevallen door een grote politiemacht, zal ook zijn woonwagen worden verplaatst. Wanneer hij aan de beurt is, weet Verstappen niet. En ook niet waar zijn woonwagen komt te staan. „Het zorgt voor onrust in mijn kop.” Maar erger dan de onzekerheid vindt hij dat een deel van de bewoners naar andere woonwagencentra verhuist, verspreid over de stad. Deze week werden twee woonwagens naar een nieuwe locatie overgebracht.

Verstappen vertelt over een oude vrouw die achter hem woonde. Nog maar een maand geleden is ze verhuisd en nu al ligt ze in het ziekenhuis. „Oude mensen moet je niet verplaatsen”, zegt Verstappen. Haar kleinzoon Henk Wolters (40), ook autohandelaar, denkt dat ze ziek is „door de stress”.

Vinkenslag kreeg in mei 2003 landelijke bekendheid toen burgemeester Gerd Leers (CDA) achthonderd man van de Mobiele Eenheid het woonwagencentrum liet binnenvallen. Onder meer een groot aantal wietplantages werd opgerold. Een jaar na de inval kwam Vinkenslag weer in het nieuws, toen een honderdtal bewoners de snelweg A2 urenlang blokkeerde uit protest tegen de strenge controles van de gemeente. Weer een jaar later werden een paar bewoners van Vinkenslag verdacht van betrokkenheid bij grootschalige wapenhandel. De politie heeft de verdenkingen na een uitgebreid onderzoek nooit hard kunnen maken.

Onder het geruchtmakende verleden moet nu een streep worden gezet. Na de grote inval in 2003 begon de gemeente met een ingrijpende sanering van Vinkenslag, het grootste woonwagencentrum van Nederland met op het hoogtepunt ongeveer vierhonderd inwoners. Een groot deel van de woonwagens wordt verplaatst naar kleinere centra in de omgeving van Maastricht.

Hoewel de meeste bewoners met tegenzin verhuizen, is het verzet minimaal. „Leers had veel tegenstand verwacht, maar het is duizend procent meegevallen”, zegt Sjeng Scheffer (64). Hij is een van de bekendste bewoners van Vinkenslag. Hij verscheen onder meer samen met Leers in het tv-programma van presentator Paul de Leeuw en was erbij toen de CDA’er in 2005 tot burgemeester van het jaar werd gekozen. Scheffer heeft veel respect voor Leers, al was dat in 2003 wel anders. „In het begin overdreef hij. Het optreden was belachelijk. Op elke hoek stond iemand met een mitrailleur, het leek hier wel Vietnam!”

De harde aanpak was pure noodzaak, zegt Leers. „Er kwam jarenlang niemand van de gemeente op Vinkenslag, een vrijstaat. We moesten de situatie doorbreken dat de mensen zelf de dienst uitmaakten.” Het was volgens de burgemeester levensgevaarlijk op het dichtbevolkte woonwagencentrum. „Stel je voor dat er een ramp was gebeurd. Dan was het land te klein geweest.” Na de grote ME-inval was Leers bepaald niet geliefd onder de bewoners van Vinkenslag. Maar langzaam wint hij aan vertrouwen. Leers: „Eerst was ik de strenge burgemeester en later werd ik de begrijpende burgervader.”

Sociaal-maatschappelijk werker Jan Kaanen is evenmin verrast dat de verhuizing zonder veel weerstand verloopt. Hij begeleidt de verhuizing namens welzijnsinstelling Trajekt. „Natuurlijk waren de meeste bewoners liever bij elkaar gebleven, maar ze zagen ook zelf wel in dat de zaak aangepakt moest worden”, zegt Kaanen. Volgens hem past de berusting van de bewoners in de „normalisatie” op Vinkenslag van de laatste jaren. „Vroeger werden brieven van de Belastingdienst weggegooid, maar nu zien bewoners de voordelen van belasting betalen in. De bewoners kunnen binnenkort zelfs een hypotheek afsluiten, dat was vroeger ondenkbaar.”

De sanering van Vinkenslag is in volle gang. Alleen de bewoners met een autobedrijf mogen blijven. Die bedrijven zullen worden getoetst via de wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur). Bedrijven die op onrechtmatige wijze zijn gefinancierd – bijvoorbeeld met zwart geld – kan hiermee een vergunning worden ontzegd.

Het is de verwachting, ook binnen Vinkenslag, dat een aantal bedrijven niet aan de regels zal blijken te voldoen. Wethouder Jacques Costongs (PvdA), die Vinkenslag in zijn portefeuille heeft, benadrukt het belang van een gezonde herstart van het kamp. Het is de bedoeling dat Vinkenslag uitgroeit tot hét Europese centrum voor tweedehandsauto’s.

Bewoners die niet in de autohandel zitten of geen zin meer hebben om in hun bedrijf te investeren, verhuizen naar kleinere woonwagencentra, verdeeld over de stad. Van de circa 140 woonwagens die Vinkenslag telde, zullen er ongeveer 80 op het centrum blijven. Tot die tijd zal het het centrum opnieuw worden ingericht. Ook de grond, die op veel plaatsen zwaar verontreinigd is, wordt opgeschoond. Het totale project kost ongeveer 34 miljoen euro en zal naar verwachting in 2009 zijn afgerond.

De verhuizing van de woonwagens is vorig jaar begonnen, maar dit jaar moet de grootste slag worden gemaakt: aan het eind van 2007 zal volgens planning zeventig procent zijn vertrokken. Begin deze week ging de verhuizing een nieuwe fase in: tot en met eind mei zullen zestien woonwagens worden verplaatst. De eerste twee woonwagens werden maandag en dinsdag over de weg vervoerd naar een van die nieuwe locaties, ‘de Schorsmolen’. Maar de locatie is allesbehalve gereed. Overal ligt puin en zand. Werkbusjes en graafmachines rijden af en aan. Tientallen mensen zijn aan het werk.

Bewoonster Betje Verstappen (55) is de wanhoop nabij. Het is verschrikkelijk, zegt ze. „We slikken hier meer zand dan dat we eten. Ik ben blij dat ik geen kleine kinderen heb.” Twee dagen zat Verstappen zonder water en elektriciteit. Burgemeester Leers zag het dinsdag tijdens een werkbezoek met eigen ogen. Hij bood de familie Verstappen – Betje woont samen met haar man in de ene wagen, de andere is van haar zoon – meteen een overnachting in een hotel aan. „Ik ben tegen hem”, zegt Verstappen, „maar dit vind ik klasse.” Heeft ze het aanbod aangenomen? „Nee, ik kan mijn wagen toch niet alleen laten!”