Het nieuws van 7 april 2007

Falende grazers 3

`Falende grazers` schetst een ongenuanceerd beeld van begrazing in natuurterrein. Indien de auteur de recente internationale wetenschappelijke literatuur gelezen had zou hij vooral positieve effecten van extensieve begrazing op zowel flora en fauna vermeld zien worden. Verder is de auteur kennelijk slecht geïnformeerd: een beetje ecoloog weet dat een grote grazer als een paard, koe of wisent nooit de rol van de selectieve kleine grazer als een konijn kan overnemen. Bovendien wordt de wisent niet als `goedkope maaimachine` naar Nederland gehaald; het gaat hier om een kleinschalige inzet van enkele dieren in een terrein met als doel ervan te leren, en zo de inzet in grotere terreinen voor te bereiden. De auteur gaat echter vooral de mist in doordat hij de belangrijkste (overigens niet genoemde) hoofddoelstellingen van begrazing in Nederland door elkaar haalt. Het inzetten van grazers gebeurt ten eerste omdat we in sommige delen van Nederland al lang geleden hebben besloten dat we het oude cultuurlandschap met zijn karakteristieke soorten, waardevol vinden. Om dit landschap met specifieke soorten te behouden of terug te krijgen wordt het oude landgebruik, met succes, toegepast. Begrazing hoort hier bij, omdat het een essentieel onderdeel van de oude landbouwbedrijfsvoering was, en specifieke ecosystemen (zoals heide of veenweide) er mee verbonden zijn. De discussie over hoe het oerlandschap van Nederland er 9.000 jaar geleden uitzag is voor deze vorm van natuurbeheer niet relevant.

Haal de alcohol uit de boomstam

Als chemisch technoloog met ruim tien jaar ervaring in de rietsuikerindustrie wil ik reageren op het artikel over het winnen van ethanol uit hout (Wetenschapspagina NRC Handelsblad, 15 maart, NRC.Next, 20 maart). Rietsuikerfabrieken doen van oudsher drie dingen met suikerriet. Ze halen er de rietsuiker uit (die inderdaad ook kan worden omgezet in ethanol). Ten tweede wordt het suikerrijke afvalproduct melasse gebruikt voor ethanolproductie, vroeger voor medicinale alcohol, spiritus en drank, maar tegenwoordig steeds meer als brandstof. En ten derde wordt het uitgeperste afvalproduct van het suikerriet, de bagasse of ampas, gebruikt als brandstof voor de stoomketels die de suikerfabriek voorzien van warmte, stoom en elektriciteit. Dat gebeurt echter niet door het afval `inefficiënt` in ovens te verbranden, want juist op dit aspect zijn de afgelopen jaren grote verbeteringen doorgevoerd. Want met hogedrukketels en efficiënte turbogeneratoren met condensatieturbines kunnen moderne rietsuikerfabrieken grote hoeveelheden `schone` elektriciteit leveren aan het openbare net, wat in veel landen dan ook al gebeurt (India, China, Vietnam, Maleisië, Cuba, Hawaii, Zuid Afrika, enz). Het eiland Mauritius (1,25 miljoen inwoners) krijgt zelfs al 60 procent van zijn elektriciteit als nevenproduct van de suikerindustrie! Men kan er echter ook voor kiezen om het overschot aan bagasse tot briketten te persen die geschikt zijn als houtvervangende brandstof voor huishoudens en industrie; een belangrijk aspect in landen die kampen met ontbossing en woestijnvorming!