Zing mee met de NSB

Gerard Groeneveld: Zo zong de NSB. Liedcultuur van de NSB 1931-45. Vantilt, 224 blz. € 27,50

Vervelend, zo’n liedje dat niet uit het hoofd wil – vooral als het ook nog eens een buitengewoon fout liedje is. De tekst, van de gelegenheidsdichter Frans Bankman, deugt natuurlijk voor geen cent: ‘Gij Dietsche gouwen, reikt elkaar de hand / WA marcheert, WA marcheert / voor ons Volk en Vaderland.’ Maar het door Piet Heins gecomponeerde deuntje is melodieus en martiaal tegelijk. ‘WA marcheert’ was dan ook ‘een voltreffer’, schrijft Gerard Groeneveld in zijn boek Zo zong de NSB. Meer dan enig ander nummer voldeed het aan de propagandistische eisen die de collaborateursbeweging stelde; het enthousiasmeerde niet alleen de eigen achterban – die door de rest van het land met de nek werd aangekeken – maar het moet ook sommige andersdenkenden tot onwillekeurig meeneuriën hebben aangezet.

Piet Heins, wiens patriottistische naam blijkbaar geen pseudoniem was, is een van de geheel vergeten figuren die in Zo zong de NSB een hoofdrol spelen. De andere twee zijn Melchert Schuurman en Jaap van Kersbergen. Zij schreven het leeuwendeel van dit repertoire en trokken bovendien als zangleiders van de NSB onvermoeibaar door het land – en soms zelfs naar het front – om overal de samenzang te stimuleren. Alle drie werden na de oorlog geïnterneerd en sleten de rest van hun leven in heel wat nederiger baantjes.

‘Een zingend volk is een gelukkig volk en de WA wil van ons volk weer een gelukkig volk maken,’ schreef De Zwarte Soldaat, het blad van de ‘weerafdeling’ van de NSB. Maar ook moest daarbij worden bedacht ‘dat wij met onzen zang ons volk voor ons willen winnen en dus niet noodeloos mogen prikkelen of uitdagen.’ In de hier geciteerde liederen wordt zodoende vooral gezongen over een nieuwe tijd waarin ieders idealen zullen worden verwezenlijkt, en nauwelijks over al datgene wat volgens de NSB moest worden bestreden. Antisemitisme was hooguit hoorbaar in een enkel SS-lied: ‘Wat zich ook moog’ verzetten, dat laat ons verder koud / wij jagen de joden er uit met hun goud.’ Verder valt voornamelijk op hoe archaïsch die teksten veelal waren, en hoe onbeholpen soms: ‘Morgen reeds schoud’ren wij het wapen.’

Groeneveld heeft het verhaal thematisch gerangschikt, waardoor het af en toe verwarrend in de chronologie heen en weer springt en ook doublures bevat. Maar het is wel een kleurrijk staaltje van de kleine geschiedenis achter de grote, mede door de cd met originele plaatopnamen: alle 25 fout.