Woede Woef! is

Met zijn tweede programma ‘Bij mij zijt gij veilig’ bewijst de Vlaming Wim Helsen zich als een van de beste cabaretiers van dit moment. „Ik wil de baas zijn.”

Vrijdagavond, Waalwijk. Op straat lopen vier mannen, forsgebouwd, dertigers. Het is het wandelen alsof de straat van jou is, het bierblikje in de hand, het kom-maar-op-gebaar dat de grootste – zeker twee meter – maakt naar een passerend politiebusje, dat maakt dat ik denk: voetbalsupporters. In Den Haag zou ik mijn pas inhouden. Maar ze wandelen zo Theater Het Leest in waar die avond Wim Helsen optreedt.

Van de Vlaamse cabaretier moet ik tijdens de voorsteling aan hen denken. In zijn vertelling raakt Helsen op een punt dat iedereen buiten het theater veranderd is in salamanders. Wij, binnen, zijn de laatste mensen op aarde. Ja, kijk maar eens goed om u heen, gebiedt Helsen.

Hij, Wim Helsen, is er om ons te redden. Hij is onze grote leider. Wij zijn de lading, hij de vlag. En wat doet een vlag? Juist.

Helsen zegt: „Als u zich afvraagt waarom ik u heb uitverkoren, dan zeg ik: omdat gij voor mij hebt gekozen. En als u zegt: Maar Wim, onze ouders, onze kinderen, zullen wij ze nooit meer zien? Dan zeg ik: Zij hadden hier vanavond ook kunnen zijn! Maar ze kozen anders!”

Dit is in het kort het wrede universum van Wim Helsen: zijn verraderlijke redeneertrant, de borrelende gekte en zijn psychologisch steekspel met de toeschouwer. Een programma over schijn en wezen, vreemd en vertrouwd, gepresenteerd onder de titel Bij mij zijt gij veilig. Al met dit tweede programma, de opvolger van Heden soup! heeft de 38-jarige Vlaming zich genesteld onder de beste cabaretiers van het moment.

Na de voorstelling maken we een afspraak. Als ik zijn telefoonnummer noteer krabbelt hij in mijn blocnote de eerste nul weg. Die hoef ik niet te bellen. Dan excuseert hij zich: „Sorry, dat is de controlfreak in mij.”

Maandag bij hem thuis, in Mortsel, een met Antwerpen verkleefd stadje, vraag ik hem of hij zo’n controlfreak is. „Wel als het gaat over mijn voorstelling, mijn werk, maar niet ziekelijk. Ik wil de baas zijn, zodat het wordt zoals ik het voor mij zie, omdat ik het beste weet hoe het moet zijn.”

Die karaktertrek krijgt een parallel in de wil tot macht in zijn voorstelling. Helsen: „Zeker. De figuur die ik op het podium speel, is een extreme machtswellusteling. Maar wat er met hem mis is, is alleen maar uitvergroot wat er sowieso met iedereen mis is. Wij klampen ons vast aan dingen, aan relaties en groepen, waar we ons mee gaan identificeren en waar we op den duur meer van terugverwachten dan we er zelf aan geven, zodat het iets parasitairs krijgt. Zo’n relatie wordt een veilige cocon, waarbij je elkaar nodig hebt om de buitenwereld aan te kunnen – of wat je je daarvan voorstelt, want eigenlijk zijn het je eigen angsten die je projecteert op de buitenwereld.”

Al na vijf minuten met Wim Helsen begrijp je dat de door elkaar lopende verhaallijnen en uitweidingen in zijn programma geënt zijn op hoe hij altijd praat. Het almaar door redeneren en de lange zinnen met nevenschikkingen en onderschikkingen, die altijd op hun pootjes terecht komen, zijn volkomen authentiek. „Die manier van redeneren vloeit mij aan”, zegt hij.

Helsen is een laatbloeier, die voor hij de stap durfde te zetten om cabaretier te worden, werkte als leraar, bouwvakker, museumgids, bankbediende, cafébaas en sociaal werker. En redacteur was bij Radio 1 in België. „Daar werkte een presentatrice van wie alle energie ging zitten in het handhaven van haar positie. Eigen aan de parasiet is het jezelf indekken en proberen je omgeving te controleren en manipuleren. Die mensen zien overal gevaar. Ik ben me ervan bewust dat het in iedereen zit, ook in mij.”

Het eerste wat Helsen zegt als hij opkomt is: „Zoals u ziet ben ik alleen gekomen vanavond. Mijn vrouw kon niet meekomen, want ze is dood.” Hoe waar dat is zal blijken, maar „die man op het podium”, zoals Wim Helsen de Wim Helsen op het podium noemt, vertelt over zijn relatie. Helsen: „Die man had zo’n relatie met zijn vrouw waarbij hij haar wilde controleren, met als resultaat dat ze tussen zijn vingers door is geglipt. Zoals het Arabisch spreekwoord zegt: als men zand probeert vast te houden; hoe harder men knijpt, hoe eerder men het zal verliezen. Die man kan dat niet toegeven tegenover zichzelf en de buitenwereld, daarvoor is zijn macho-ego te groot. Dus hij verzint een verhaal en zet charme, agressie en bangmakerij in.”

De innemende passages zijn bedoeld om de voorstelling licht te houden, maar ze passen ook in het profiel. „Mannen als Hitler, Saddam Hoessein of Bush, waren zonder hun charme nooit aan de macht gekomen.” Grote leiders fascineren hem. „Het is maar ene mens, die zich daar weet te krijgen waar hij ongelofelijk veel ellende kan doen gebeuren, terwijl hij zichzelf wijsmaakt dat het klopt.”

Bij de machtswellust hoort een portie boosheid. Helsen: „Dan wordt het ziek. Mensen met macht willen voor een deel dingen ten goede veranderen, maar hoe verongelijkter en gefrustreerder, hoe groter de kans dat iemand gaat manipuleren.”

Die verongelijktheid zat ook in zijn vorige programma. „Het is lekker om te doen, maar ik haat die verongelijktheid en die mensen die alles zo weten te draaien dat ze zich in de slachtofferrol plaatsen.”

Ben je zelf snel verongelijkt of boos?

„Al veel minder. Ik oefen me daarin. Praat erover met vrienden.” Hij vertelt over een keer dat een auto achter hem met flitsen maande tot doorrijden. „Ik werd instant woedend op die man.”

Bekend is dat je je vroeger meer liet gaan. Schop je nog wel eens een koplamp kapot?

Helsen grinnikt. „Dat is een ander verhaal. Daar ga ik nu niet over uitwijden.” Hij pakt een aansteker van tafel en laat een vlammetje ontbranden. „Woede is woef! Het neemt je over. Een hoge steekvlam die er opeens is. Ge kunt dat niet onderdrukken. Dat is slecht.”

Wim ‘Steekvlam’ Helsen?

„Wim ‘Pele’ Helsen. Zo noemde ze me vroeger op school. Ik had de jongens uit mijn klas gedwongen mij Pele te gaan noemen, opdat de jongens uit de andere klassen zouden denken dat ik een enorm goede voetballer was. Dat is gelukt.”

Toen al je omgeving aan het manipuleren?

„Op een grappige manier. Anders kun je zestienjarigen niet overtuigen dat ze iets moeten doen.”

Laat je agressie op het podium oplaaien om te shockeren en de lach te halen?

„Het gaat niet alleen om de lach. Als een komiek heel hard doet lachen, dan doet hij veel met die mensen. Dat verdient respect. Maar als hij ook kan ontroeren, dan doet hij meer. Ik wil de mensen doen lachen, en ontroeren, en bang maken en aan het denken zetten.

„Mensen worden niet bang als je een uur lang tegen ze staat te schreeuwen, maar wel als je vanuit het niets kwaad wordt om een onbegrijpelijke reden.”

Vanwaar die bezetenheid van je figuren?

„Tien jaar geleden, tijdens een reis door Amerika, hoorde ik preachers op de radio. Die spreken op een sterk ritmische, opzwepende manier: Hé man hallelujah, yeah, that’s right, yeah. Ik stond toen nog lang niet op een podium, maar ik dacht: O, dat wil ik ook doen.

„In een film over countryzanger Jim White zag ik laatst mensen in tongen spreken. Dierlijk, bezeten. Het ziet eruit alsof ze bevrijd zijn, ze laten zich helemaal gaan. Dat lijkt mij fantastisch. Ze bekeken elkaars gekte volstrekt oordeelloos.”

Hoe wek je ontroering op?

„Om het verhaal geloofwaardig te maken, moet de man behalve dictatoriaal ook een gekwetst klein jongetje zijn dat niet weet hoe hij met andere mensen moet omgaan. Als het goed is, zit dat in alles wat ik doe. Halverwege het programma sta ik op mijn kist te dansen, een triomfdans waarbij ik mij imaginair door gans mijn volk laat pijpen – een ultieme machtsdroom. Er zijn vrouwen die zeggen: dat is enorm sensueel, er zijn er die het grappig vinden en die het heel ontroerend vinden, omdat het zo kinderlijk onnozel is. Het is fijn als er ruimte is voor meer dan één manier van kijken.

„Aan het einde van de voorstelling zing ik Ne me quitte pas. Jacques Brel zei al: mensen denken dat het een liefdeslied is, maar het is een lied van een man die het failliet van zijn relatie niet kan toegeven, en die blijft klampen. ‘Verlaat mij niet! Het gaat niet om u, het gaat om mij.’ Als ik het goed breng, laat ik veel stilte toe en klinkt er niks van sentimentaliteit door. Dan kan het ontroeren.”

Is alles zo doordacht?

„Er zijn ook verwijzingen die niemand ziet en er zijn dingen die ook voor mij volkomen van de pot gerukt zijn. Een voorbeeld van het eerste: als ik het salamanderverhaal begin hoor je het begin van Tupelo van Nick Cave. Dat nummer gaat over de zondvloed. De dieren worden gek. The little children know, listen to the beating of their blood. Dreiging, vernieling, ondergang. Uit dat nummer spreekt de kunstopvatting van Cave: alles wat mooi en zuiver is, kan alleen geworteld zijn in verderf. De zondvloed wordt gevolgd door iemand die opstaat om de wereld te redden. Elvis, geboren in Tupelo, the king. Voilá.

Iemand uit het publiek krijgt een flinke rol, met tekstvel en al. Is dat niet een te makkelijke truc?

„Dat wordt inderdaad een voorspelbaar mechanisme bij de meeste cabaretiers. Het uitgangspunt voor deze voorstelling was om de mensen met rust te laten. In Heden soup sprak ik iemand aan die niets hoefde te zeggen. Kijken was genoeg. Dat vond ik geoorloofd. Het was een manier om het verhaal naar het hier en nu te trekken. Maar dit keer kwam ik maar niet op een punt waarbij ik op een geloofwaardige manier leider van het volk kon worden. Tot ik mij bij de repetitie richtte op mijn coach, Randall Caesar. Ik vroeg hem, als die figuur die denkt dat de nulmeridiaan door zijn gat loopt: ‘Al die dingen die gij doet, denkt ge dat ge die van mij moet?’ Dat was grappig. De voorstelling dicteerde dat het nodig was.”

Ondanks je voornemen ga je een stap verder.

„Zover is nog nooit iemand gegaan: iemand op het podium een rol geven die de voorstelling voortstuwt. Maar ik neem de persoon op geen enkele manier in de zeik. Dat vind ik ook niet grappig als dat gebeurt.”

Op de eerste rij zitten is bij cabaret nooit fijn, maar bij jou moet het publiek echt bang zijn.

„Integendeel. Als ze gewoon meedoen krijgen ze de sympathie van de zaal en complimenten achteraf. Na de eerste schrik vinden ze het fijn om te doen.”

En hun vriendin wordt sletje genoemd.

„Maar dat is dikwijls waar. Ik zeg dat alleen als dat waar is.”

Net als in je eerste show noem je gehoorzaamheid een goede eigenschap van een vrouw.

„In de vorige ging het die figuur om twee soorten vrouwen. De heilige, seksloze vrouwen zoals Fabiola, Agnetha en Frida. Die zijn liefde zouden verdienen, maar waar hij niet bij geraakt. De anderen zijn hoeren natuurlijk. Er zit niet veel tussen. Voor hem.

„Zo werkt het ook echt bij veel mensen, jammer genoeg. Door dat los te maken bij mensen wordt er geheeld en gaan mensen gezonder naar buiten.”

Helsen de Grote Reiniger. Zoek je die catharsis?

„Als het goed gaat, zet ik ideeën in hun extremiteit te kijk, waardoor ze potsierlijk worden. Dat schept ruimte voor inzicht.”

Iedereen lacht verschrikt om dat ‘gehoorzaam’. Lachen doet meer.

Het catharsismoment zit in beide voorstellingen aan het einde. Als de luchtbel, waar mijn figuur zoveel energie in heeft gestopt, wordt doorgeprikt, kan hij eindelijk illusieloos iets zeggen. Hij kan zijn maskers afleggen.

„Mijn volk doet niet wat ik zeg, dus ik begin te dreigen, te charmeren. Dan allemaal eraan – zoals Hitler aan het einde van zijn leven vond dat het Duitse volk met hem ten onder moest gaan. Daar had ik kunnen stoppen, het licht kunnen laten uitgaan. Maar ik heb te veel de behoefte om die catharsis te laten plaatsvinden. Blijkbaar beantwoordt dat aan een diepmenselijke nood in mij.”

Wim Helsen: ‘Bij mij zijt gij veilig.’ Tournee t/m 25 mei. Info: www.harrykies.nl. Later dit jaar tv-uitzending door de Vara.Elke avond leest Wim Helsen een gedicht als afsluiting van het programma ‘Man bijt hond’ op België 1, 19.40 uur.